spookpijn
Ingrid Lenaerts
spookpijn
na het trouwfeestNa het feest de laatste bezoeker heen
bruid en bruidegom naar andere horizonten
blijft de overvolle leegte drukken
slingers en slierten boertig plezier
rijst onder de voeten die kraakt
half leeggedronken glazen bier en wijn
restanten broodjes en borden
het banket is uitgeteld
restanten liggen her en der
te wachten op hun verdwijning
Er zit een gat in de ziel van mama en papa
die hun dochter nu zullen missen
het legenest besef slaat om de oren
de teloorgang van een generatie
een beetje weg dat nooit meer terugkomt.
een begin voor een nieuwe boot
Mama en papa zuchten elkaar aan
het leven van herinneringen is begonnen
Ingrid Lenaerts
schaduw
morgenroodIk hou van het morgenrood
zo vurig in zijn gloed
een jonge belofte aan de dag
hoop als een korf rode vruchten
stralend in de morgenzon
aan onze tafel.
Ingrid Lenaerts
morgen
morgen
bij een cantateZingen doe je voor de Heer
wanneer zijn bron Verrijzenis
in de Paasnacht weerklinkt
alsof hij onder ons is
zijn medemenselijkeheid stroomt
als een hooglied voor het altaar
indachtig het nieuwe leven
uit een onuitputbare herhaling
lentezon in gedachten
Zingen doe je voor de Heer
een geschenk in deze blijde dagen
Ingrid Lenaerts
dagelijksDagelijks is telkens
Dan haal ik de bakker binnen
Ik geur de soorten
honger leven en bedwelming
Dit is een beeld
voor dagen
waarvan ik hou
In deze middenholte
van brood en warmte
wik il dubbelwonen
slechts kabouter,sleechts vederlicht kind
Uit "om-gedichten "
Voor Kortessem
Ingrid Lenaerts
hortus
ekster
tegengesteldenOp je schouder links
de duivel als een kwelgeest
toch lach je hem uit
Op je schouder rechts
lacht een engelbewaarder
hoor je zijn woorden?
Ingrid Lenaerts
zwaktezwakte
een lekke badeend
die even ondergaat
weer de kop opsteekt
dan de stokslagen
omstaanders jouwen ze uit
ondanks alles blijft ze ingeschreven
als deelnemer
naar de eindmeet.
Ingrid Lenaerts
tranen
stilzwijgen
sluierSluier van de morgen
mist over het land
vol geheimen geheimzinnig
parelend op je huid
dauwdruppels in je haren
het gras groeit luisterbaar zacht
de lucht is veelbelovend
de zon lijkt jong en hups
ik loop door de tuin
vol verwachting
keizel onder mijn voeten rolt weg
een vogel lacht me uit
ik spring een gat in de lucht
ruik koffie
kom mee ontbijten
zin eeen croissant ?
Ingrid Lenaerts
treinenLuisterend naar het gedonder van treinen
onder de brug aan de Beekhoekstraat
daar waar het beloofde land
van eindeloos verlangen begon
Daar waar de elzenkatjes lente beloofden
langs de spoorwegbermen in Hove
de knalrode trein naar Amsterdam
met getuite lippen op de kop
voorbijraasde in een wervelwind
passagiers flitsen in hun coupé even op
toen was alles voorbij
De sporen kloegen op scherpe tonen
wanneer de stoptrein het station naderde
het knarsen van de remmen
was de woede van de ijzerman.
Nu denk je het is zolang geleden
maar ik ben er nog altijd
in gedachten.
Ingrid Lenaerts
einde braakland
kraakpandKraakpand vergane glorie in de buik
groots in ruimte en nog grootser in het groen
Het verwilderde park verbergt het verval
Kwajongens namen bezit van stallingen
Rookten er als volwassen schouwpijpen
Experimenteerden er vele manieren van zijn
met de geneugten des levens
alsof het de eenvoud zelve was
Daklozen uit de rand namen er hun intrede
In de anonieme weelde van toen
Tevreden met een thuis een bed onder dak
Beschut tegen water en wind
Het kraakpand herhaalde zichzelf
Liefde à la carte zorgde voor nieuw leven
Zon scheen door de open ramen
in het park op oosterse wijze
werd er gemediteerd
Tot het jaren geleden ontruimd werd
Nu treurt het opnieuw in zijn ziel
van dubbel vergane essentie.
Ingrid lenaerts
schrapSchrap ze uit al haar dagen
gooi haar taal en woorden weg
maar bewaar ze toch ergens denkt ze
contradictie in haar hoofd
zij is het te bange konijn
het verleden over te doen
zij wil soms verdwijnen in blauw
op een maandagmorgen
om te herrrijzen
als een blanco blad
onder goed gesternte
Ingrid Lenaerts
Droomde ik ?Droomde ik dat je me liet staan
te min om nog te bekijken
de treurwilg in het regenseizoen
bij de vijver in het slijk?
Ik huiver vanmezelf en zwem
neen het is maar ploeteren
de oever lijkt een hoge morgen
en ik zink terwijl jij toekijkt
Gillend ben ik nog
dat klein beetje hoop
dat de dag anders zal zijn .
Ingrid Lenaerts