tranen
Ingrid Lenaerts
tranen
stilzwijgen
sluierSluier van de morgen
mist over het land
vol geheimen geheimzinnig
parelend op je huid
dauwdruppels in je haren
het gras groeit luisterbaar zacht
de lucht is veelbelovend
de zon lijkt jong en hups
ik loop door de tuin
vol verwachting
keizel onder mijn voeten rolt weg
een vogel lacht me uit
ik spring een gat in de lucht
ruik koffie
kom mee ontbijten
zin eeen croissant ?
Ingrid Lenaerts
treinenLuisterend naar het gedonder van treinen
onder de brug aan de Beekhoekstraat
daar waar het beloofde land
van eindeloos verlangen begon
Daar waar de elzenkatjes lente beloofden
langs de spoorwegbermen in Hove
de knalrode trein naar Amsterdam
met getuite lippen op de kop
voorbijraasde in een wervelwind
passagiers flitsen in hun coupé even op
toen was alles voorbij
De sporen kloegen op scherpe tonen
wanneer de stoptrein het station naderde
het knarsen van de remmen
was de woede van de ijzerman.
Nu denk je het is zolang geleden
maar ik ben er nog altijd
in gedachten.
Ingrid Lenaerts
einde braakland
kraakpandKraakpand vergane glorie in de buik
groots in ruimte en nog grootser in het groen
Het verwilderde park verbergt het verval
Kwajongens namen bezit van stallingen
Rookten er als volwassen schouwpijpen
Experimenteerden er vele manieren van zijn
met de geneugten des levens
alsof het de eenvoud zelve was
Daklozen uit de rand namen er hun intrede
In de anonieme weelde van toen
Tevreden met een thuis een bed onder dak
Beschut tegen water en wind
Het kraakpand herhaalde zichzelf
Liefde à la carte zorgde voor nieuw leven
Zon scheen door de open ramen
in het park op oosterse wijze
werd er gemediteerd
Tot het jaren geleden ontruimd werd
Nu treurt het opnieuw in zijn ziel
van dubbel vergane essentie.
Ingrid lenaerts
schrapSchrap ze uit al haar dagen
gooi haar taal en woorden weg
maar bewaar ze toch ergens denkt ze
contradictie in haar hoofd
zij is het te bange konijn
het verleden over te doen
zij wil soms verdwijnen in blauw
op een maandagmorgen
om te herrrijzen
als een blanco blad
onder goed gesternte
Ingrid Lenaerts
Droomde ik ?Droomde ik dat je me liet staan
te min om nog te bekijken
de treurwilg in het regenseizoen
bij de vijver in het slijk?
Ik huiver vanmezelf en zwem
neen het is maar ploeteren
de oever lijkt een hoge morgen
en ik zink terwijl jij toekijkt
Gillend ben ik nog
dat klein beetje hoop
dat de dag anders zal zijn .
Ingrid Lenaerts
naar waarheidNaar waarheid mag ik je graag
zei hij
vind ik onderdak in warme woorden
gelijkenis als een geschenk
dat zich moet herhalen
om niet verloren te gaan
onuitgesproken in je ogen
daar blakert nog altijd de kaars
de weinige momenten
spetterend vuur
ik hou het brandend
in zoveel verlangen
noem je het oneindigheid
van een irrealis
Ingrid Lenaerts
legende van onmachtDe weerwolf in zijn lijf
beloert hem bij dag
om bij nacht uit te rukken
Hij vreest zijn lijf
als de schaduw van een dwerg
die hij niet kan temmen
als de heksen in het begijnenbos
hun lente vieren
hem verzoeken zijn ik te breken.
Hij loopt verloren in zichzelf
nooit meer te viden zijn ware aard
Ingrid Lenaerts
weer winterweer wintervoeten
laarzen uit de kast gehaald
bij gure lente
Ingrid Lenaerts
pc perikelenZandloper achtervogt me
blijft vaak hangen op mijn scherm
de tijd komt dan tot stilstand
time out zelfde woorden zelfde beelden
het oefenen van extra geduld
tot je besluit ermee te stoppen
de Pc het zwijgen op te leggen
en dan maar opnieuw starten
hopelijk gaat het zandlopen
bij een volgende beurt weer van start.
Ingrid Lenaerts
een beetje parijsIk heb de stad in mijn koffer gestopt
met platen boeken en teksten
begeef ik mij opweg naar de lichtstad
die ik zag vanaf de heuvels op papier
die ik al een klein beetje in mijn hoofd stak
in mijn maag en mijn hart.
met vrees angst
met plezier en verwachting
Parijs met zijn mondaine leven
waar de duivel flaneert
in hoogst eigen persoon , zo zei men
waarde kerken, kapellen en basilieken
elkaar omarmen van einde en ver
Parijs van de Eifel bij nacht
De moulin rouge als uitdaging
de french cancan en het cabaret
Mont parnasse, Mont martre
Parijs en zijn Seine, het Louvre
Ik ben onderweg
Ingrid Lenaerts
nar
applausApplaus voor de kleine komedie
waar wij auteurs en spelers waren
met de elfen en de trommelaars
in het bos dat ontwaakte
de vroege vogels met hun koorzang
de hazen met hun ontbijt op het gras
voorzien van kleurrijk voedsel
de kippen kakelden hun eieren te scharrel
de bijen zoemden de honing waarvoor ze werkten
de fietsers rinkelbelden in de zaal
de pianist speelde zijn improvisaties
de fanfare speelde uit volle borst
clarinetten en trombonen samenspel
triangel let zijn lichte klanken
de dichters brachten het credo
hun inspiratie als hulde aan zon en wolken
het applaus voor
de zotte wereld zonder kwel of kommer
Ingrid Lenaerts
schervenscherven in een verwoest land
waar de aarde brandt
het vuur likt bomen en tuinen
gebouwen en huizen storten in
de honger is grenzeloos
lucht ziet roodachtig violet aan de horizon
mensen vluchten tussen rookgordijnen
gepakt en gezakt op muildieren
de angst laat zich ruiken
de woede is meer dan grimmig
De oorlog blijft er maar duren
de uittocht is eindeloos.
Ingrid Lenaerts
op zoek met argusogenOp zoek met argusogen wat je kaapt
de vlam van jaloersheid uit je mond
de speren van vernedering
om de draak te steken die je denkt
in mij te ontmoeten
Je rivale in goed en kwaad
je wil ze verdommen
met de haat in je ogen
omdat ik je niet zin
ik me niet laat slachten als een offferlam.
Loop naar de verdommenis roep je me na
Ik doe het nooit antwoord ik
laconiek.
Ingrid Lenaerts
geen vluchtwegUit haar gedachten vloeit de schaduwzijde
van de nederlaag die ze hardleers verbijt
geen krimp zou ze het wijf gunnen
waarop ze wacht uit puur pestplezier
de triomf van de echo van het het kwaad
en bijgeloof dat ze dacht te verdrijven
De nagel in de paaskaars zou haar behoeden
voor de duivelskinderen die wij waren
zonder horens en bokkenpoten
maar met de glimlach van engeltjes des doods
De barricades over de vluchtweg gïinstalleerd
ontkomen zouden we niet bij dagen
genadeloos spiesde ze ons aan haar scherpe tong
van vervloeking.
We werden haar passieve bezit als mens-automaten
dansend op elk bevel dat ze uitbraakte
Er was geen ontkomen aan voor elk addergebroed.
Ingrid Lenaerts
Kaas
idool