nar
Ingrid Lenaerts
nar
applausApplaus voor de kleine komedie
waar wij auteurs en spelers waren
met de elfen en de trommelaars
in het bos dat ontwaakte
de vroege vogels met hun koorzang
de hazen met hun ontbijt op het gras
voorzien van kleurrijk voedsel
de kippen kakelden hun eieren te scharrel
de bijen zoemden de honing waarvoor ze werkten
de fietsers rinkelbelden in de zaal
de pianist speelde zijn improvisaties
de fanfare speelde uit volle borst
clarinetten en trombonen samenspel
triangel let zijn lichte klanken
de dichters brachten het credo
hun inspiratie als hulde aan zon en wolken
het applaus voor
de zotte wereld zonder kwel of kommer
Ingrid Lenaerts
schervenscherven in een verwoest land
waar de aarde brandt
het vuur likt bomen en tuinen
gebouwen en huizen storten in
de honger is grenzeloos
lucht ziet roodachtig violet aan de horizon
mensen vluchten tussen rookgordijnen
gepakt en gezakt op muildieren
de angst laat zich ruiken
de woede is meer dan grimmig
De oorlog blijft er maar duren
de uittocht is eindeloos.
Ingrid Lenaerts
op zoek met argusogenOp zoek met argusogen wat je kaapt
de vlam van jaloersheid uit je mond
de speren van vernedering
om de draak te steken die je denkt
in mij te ontmoeten
Je rivale in goed en kwaad
je wil ze verdommen
met de haat in je ogen
omdat ik je niet zin
ik me niet laat slachten als een offferlam.
Loop naar de verdommenis roep je me na
Ik doe het nooit antwoord ik
laconiek.
Ingrid Lenaerts
geen vluchtwegUit haar gedachten vloeit de schaduwzijde
van de nederlaag die ze hardleers verbijt
geen krimp zou ze het wijf gunnen
waarop ze wacht uit puur pestplezier
de triomf van de echo van het het kwaad
en bijgeloof dat ze dacht te verdrijven
De nagel in de paaskaars zou haar behoeden
voor de duivelskinderen die wij waren
zonder horens en bokkenpoten
maar met de glimlach van engeltjes des doods
De barricades over de vluchtweg gïinstalleerd
ontkomen zouden we niet bij dagen
genadeloos spiesde ze ons aan haar scherpe tong
van vervloeking.
We werden haar passieve bezit als mens-automaten
dansend op elk bevel dat ze uitbraakte
Er was geen ontkomen aan voor elk addergebroed.
Ingrid Lenaerts
Kaas
idool
kat zonder naamZe kwam er aan miauwend dun
krabde aan de keuken deur
een verloren kat dacht ik
staart omhoog angstig blazend
Ze was me naamloos en onbekend
hongerig verwaarloosd.
ze at een bakje kattenvoer leeg
als een schranser van dagen
Ze nam haar rust achter de kachel
spon naderhand haar dromen
's anderdaags is ze vertrokken
het huis was haar te eng.
Ik heb ze uitgewuifd
nooit meer teruggezien.
Ik denk nog vaak
aan de kat zonder naam.
Ingrid Lenaerts
grijze opstand
bloeiende kriekenbomenBloeiende kriekenbomen
in het vierkant tijdloosheid
verankerd in het landschap
herinneren me jeugd
op witte wolken onschuld bij dag
Bij nacht en rosse maan
Chopin die aan de piano zit
naast mijn moeder wuivend
uit een ver verleden heelal
over de dood heen.
En nog altijd maakt ontroering mij klein
als leerling tovenaar.
Ingrid Lenaerts
verstekLente liet zich even zien
gaf nadien verstek
om ons weer over te leveren
aan winterse nukken
sneeuw en ijs kou en wind
Wat bezielt deze dame?
Het kwellen lijkt haar eigen
deze lady die wij betrachten
laat zich eerst zien
van haar mooiste zijde
laat dan bomen mens en dier
verweesd achter
Onberekenbaar schepsel
wanneer je te vroeg
onze contreien aandoet.
Ingrid Lenaerts

wolken te paard
verward en miskendHij voelde zich verward en miskend
Zoals een god op een zandbank
die niet meer weet wat hij geschapen heeft
uit het niets of uit anders
de kracht der herinnering is hem vergaan
om nog meer te weten
Met dit menselijle trekje van vergetelheid
onttroont hij zichzelf
zoekt zichzelf weer onder mensen
Hij die dacht de wetten te miskennen
de gewoonten te negeren
verloor zijn voetstuk
Ingrid Lenaerts
van harteVan harte lacht zij in mijn hoofd
bij de geboorte van een een nieuwe dag
de zon als zij hemelgloren gaat
wanneer de nacht moet wijken
voor een hemelsblauwe lucht
en de eindeloze stilte
van dromende dauwdruppels
Een vuurbol
die klimt tussen het wolkrek
de nevels verdrijft
op zijn triomfwagen
Ingrid Lenaerts
bomalarm
ramptoerist
komend uit het noordzeegatIk moet er de wind ontvangen
komend uit het noordzeegat
sta er niet voor te trappelen
met zijn staart en nukken
in de voorjaarsmaanden
bederft hij onze luchten
met grijze kliederwolken en regenvlagen
stuur ik hem heen maar hij wil niet luisteren
gaat nog in het water woelen
zijn onstuimigheid valt niet in te tomen.
Kierewiet is dit heerschap wel..
Ingrid Lenaerts
grasbermen
tintelend