geen vluchtweg
Uit haar gedachten vloeit de schaduwzijde
van de nederlaag die ze hardleers verbijt
geen krimp zou ze het wijf gunnen
waarop ze wacht uit puur pestplezier
de triomf van de echo van het het kwaad
en bijgeloof dat ze dacht te verdrijven
De nagel in de paaskaars zou haar behoeden
voor de duivelskinderen die wij waren
zonder horens en bokkenpoten
maar met de glimlach van engeltjes des doods
De barricades over de vluchtweg gïinstalleerd
ontkomen zouden we niet bij dagen
genadeloos spiesde ze ons aan haar scherpe tong
van vervloeking.
We werden haar passieve bezit als mens-automaten
dansend op elk bevel dat ze uitbraakte
Er was geen ontkomen aan voor elk addergebroed.
Ingrid Lenaerts

