idool
lispelde zij zijn woorden als zoetekoek
Ingrid Lenaerts
idool
kat zonder naamZe kwam er aan miauwend dun
krabde aan de keuken deur
een verloren kat dacht ik
staart omhoog angstig blazend
Ze was me naamloos en onbekend
hongerig verwaarloosd.
ze at een bakje kattenvoer leeg
als een schranser van dagen
Ze nam haar rust achter de kachel
spon naderhand haar dromen
's anderdaags is ze vertrokken
het huis was haar te eng.
Ik heb ze uitgewuifd
nooit meer teruggezien.
Ik denk nog vaak
aan de kat zonder naam.
Ingrid Lenaerts
grijze opstand
bloeiende kriekenbomenBloeiende kriekenbomen
in het vierkant tijdloosheid
verankerd in het landschap
herinneren me jeugd
op witte wolken onschuld bij dag
Bij nacht en rosse maan
Chopin die aan de piano zit
naast mijn moeder wuivend
uit een ver verleden heelal
over de dood heen.
En nog altijd maakt ontroering mij klein
als leerling tovenaar.
Ingrid Lenaerts
verstekLente liet zich even zien
gaf nadien verstek
om ons weer over te leveren
aan winterse nukken
sneeuw en ijs kou en wind
Wat bezielt deze dame?
Het kwellen lijkt haar eigen
deze lady die wij betrachten
laat zich eerst zien
van haar mooiste zijde
laat dan bomen mens en dier
verweesd achter
Onberekenbaar schepsel
wanneer je te vroeg
onze contreien aandoet.
Ingrid Lenaerts

wolken te paard
verward en miskendHij voelde zich verward en miskend
Zoals een god op een zandbank
die niet meer weet wat hij geschapen heeft
uit het niets of uit anders
de kracht der herinnering is hem vergaan
om nog meer te weten
Met dit menselijle trekje van vergetelheid
onttroont hij zichzelf
zoekt zichzelf weer onder mensen
Hij die dacht de wetten te miskennen
de gewoonten te negeren
verloor zijn voetstuk
Ingrid Lenaerts
van harteVan harte lacht zij in mijn hoofd
bij de geboorte van een een nieuwe dag
de zon als zij hemelgloren gaat
wanneer de nacht moet wijken
voor een hemelsblauwe lucht
en de eindeloze stilte
van dromende dauwdruppels
Een vuurbol
die klimt tussen het wolkrek
de nevels verdrijft
op zijn triomfwagen
Ingrid Lenaerts
bomalarm
ramptoerist
komend uit het noordzeegatIk moet er de wind ontvangen
komend uit het noordzeegat
sta er niet voor te trappelen
met zijn staart en nukken
in de voorjaarsmaanden
bederft hij onze luchten
met grijze kliederwolken en regenvlagen
stuur ik hem heen maar hij wil niet luisteren
gaat nog in het water woelen
zijn onstuimigheid valt niet in te tomen.
Kierewiet is dit heerschap wel..
Ingrid Lenaerts
grasbermen
tintelend
het lijkt een luchtbel

bronsgroen
verdorrenVeel dennenappels
verdorren traag in stilte
hun gevleugeld zaad
Ingrid Lenaerts
kwekenHij kweekt alleen maar hamsters
niet één niet twee maar veel
tegen de eenzaamheid van nachten en dagen
die roffelend op zijn deuren tokkelt
die hij niet wil openen
met het hart van een beunhaas
amsters moeten hem beschermen
hun aanwezigheid bevestigen
met een groot aantal in verschil
die hij als troostend ervaart
in de stoofketel van angsten
die hem beloeren
hiermee heeft hij zijn burcht gebouwd
oersterk als een beer
erin verschansd
Ingrid Lenaerts