Waar blijft onze stroming in het lentebloed?
Herbronnen wij niet bij een elke nieuwe lente.?
Ik wil de lucht met jonge kleuren behangen
vol blije gezichten lachend naar de zon
Het woord van vrede en vriendschap bestendigen
niet als theoreticus maar als mens van vlees en bloed
in het bos ontluikend groen bewonderen
op het land paardenbloemen en madeliefjes influisteren
dat ik ze mooi en aandoenlijk vind in hun bloei
de mildheid van de zon omtovert drama tot spel
in de wind woorden als herboren uit jonge verhalen
de schrijver de lezer in harmonie van hun bestaan
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
torso
Zij is de gedraaide torso
van het boegbeeld der gemeenschap
prijkt aan het hoofd der geliefden
het voorbeeld keramiekkunst
eenvoud materie uit rosse aarde
zwijgzaam met engelengeduld omgeven
eist zij haar rechten en waarden
het gespierde naakt in beweging
in één oogopslag haar schoonheid
bij verwondering van één bezoeker
Ingrid Lenaerts
rozenboom
De rozenboom droomt
van de zon en zomerpracht
nu hij pas ontluikt
Ingrid Lenaerts
rode aarde
Een zonnegod schroeit
grijnzend aardporiën toe
koestert de woestijn
Rode aarde barst
opengereten verkorst
snakt ze naar water
dorre doornstruiken
prikken hun lot aan elkaar
als stoere burchten
Ingrid Lenaerts
verbroken stilte
De lenteavond brandt aan de horizon
in de ondergaande zon de gloed van de dag
De nacht sluipt als een zwart fantoom
langs de jonge heg die rilt in de wind
de stilte wacht gespannen in de tuin
merels signaleren het gevaar van een loerende kat
er slaat een hamer op het trommelvlies duisternis
en plots is alle betovering vervlogen
de nacht heeft zijn gewoonten weer opgenomen
het hart van de duisternis is doorboord
wanneer de vleermuizen hemelwaarts vliegen.
kriskras door elkaar als bendeleden op hol
Ingrid Lenaerts
wanneer de vos
filosofeert over het leven en de grote dood
Hij is de verdoken list onder het kleed
leid hem om de tuin ver van het kippenhok
Ingrid Lenaerts
Weet jij me een roos te vatten
Weet jij me een roos in liefde te vatten
alleen zijn zonder jou niet in te schatten
duren de dagen somber ellendig gekleurd
voel ik hebben en houden aan jou verbeurd.
zinloos is de pijn die zich nestelt in mijn lijf
dat tergend traag de wonden beklijft
die nooit meer tussen de plooien verstrijken
nu weemoed en verdriet horizonten bereiken,
waarachter ik in het niets moet verzinken
liever dan hopeloos verder te hineken
dat eeuwig verlangen naaar jou en onvoltooid
slaat me aanscherven houdt me gekooid
Ik wil er uit deze dwangbuis ontsnappen
het keurslijf dat me vestikt vertrappen
geef me een sein dat ik verborgen vrouw
kan ontwaken in die klare morgendauw
Ingrid Lenaerts
verjaren
Ik word er niet graag aan herinnerd
Grappig hé besloot ze, zo honderd jaar
Ingrid Lenaerts
verhalen
Men zegt dat : boordevol gewicht deze feiten
ze worden uit de doeken gedaan
ze worden bijgekleurd met verf in woord en daad
tierlatijntjes als kanten jurken hangen onderuit
Heb je al gehoord dat?
Ja hoor en naar het schijnt was het niet zo
maar helemaal anders
Varianten worden gemaakt op de wijze van
een nieuwe wereldschepping
aangedikt met leuke verzinsels, met bittere kruiden
versmald tot een wespentaille , zij die negeren
duwen feiten achter hoeken en kanten
Verhalen worden aan elkaar gebreid
soms buiten proportie wordt er gevuilbekt
gespuwd en met drek gegooid naar zoenoffers
kwade tongen van haat en nijd bezweren de toekomst
Verhalen snijden aan vele kanten in het vlees
ja verhalen....
Ingrid Lenaerts
spraakwaterval.
Heel ver hier vandaan, het walenland in
Ingrid Lenaerts
op het dorpsplein
Op het dorpsplein
een kiosk dromend
van vergane glorie
in de middagzon
Ooit op grootse harmoniefeesten
zat het podium vol muzikanten
met zwierige dirigent
een applaudiserend publiek
aan de voet
Nu staat hij er jaren doelloos bij
slechts een onderkomen
voor een handvol mussen
en bij nacht een onderdak
voor zwervers
Ingrid Lenaerts
zondagrust
Vol antiek sentiment
ligt het hof in de zon te rusten
van slag na het noeste werk
de populierendreef blijft nu onberoerd
geen zucht geen wind
de aarde barst in droogte
boeren grijpen naar de stilte op hun erf
even een middag zonder gedoe
gewoonweg een zonnige zondag
voor een hoofd zonder zorgen
Ingrid Lenaerts
milde nacht
De nacht zat vol sterren
pinkend als verliefden naar de aarde
werden wij dronken
van hun boodschap.
De stilte tussen de stammen
omwikkelde ons gedachten
Eindeloos bleven wij dromen
wie daar zo hoog en hoofs
zich schuil hield.
Het antwoord deelden wij
in zoete slaap.
Ingrid Lenaerts
lentevogel
Vroeg in de morgen
Kwetteren lentevogels
Winter is voorbij
Ingrid Lenaerts
vol bloesems
Fietsers doorkruisen het landschap
Ingrid Lenaerts
schaduwen
Wolkenschaduwen
jagen over de akkers
het zonnelicht speelt
Ingrid Lenaerts
lang verhaal
Ingrid Lenaerts
als ridder
Als ridders te paard
verdringen reuzenzwammen
zwakke boomstammen
Ingrid Lenaerts
tussen nacht en dag.
Rozentheater
waar liefdessongs ontwaken
tot diep in de nacht
Rosse maneschijn
een kater jankt om afscheid
blues voor zijn kattin
in de Donkersloot
zitten kwakende kikkers
in morgenconcert
de nieuwe ochtend
swingt heerlijk met zonnegloed
over bedauwd gras
Ingrid Lenaerts
en wanneer
En wanneer ik weet dat hij er is
dan wordt mijn onrust wakker
bang voor de gemiste kans
de ontkenning van aanwezigheid
alsof ik in lucht verpakt ben
nauwlijks ademen kan
uit die benauwde kokerlucht
waarin ik me verberg
ter bescherming van alle onheil
ik moet eruit stappen
waanzinnig breken
ver uit deze gevangenschap
Help !
Ingrid Lenaerts

