verjaren
Ik word er niet graag aan herinnerd
Grappig hé besloot ze, zo honderd jaar
Ingrid Lenaerts
verjaren
verhalenMen zegt dat : boordevol gewicht deze feiten
ze worden uit de doeken gedaan
ze worden bijgekleurd met verf in woord en daad
tierlatijntjes als kanten jurken hangen onderuit
Heb je al gehoord dat?
Ja hoor en naar het schijnt was het niet zo
maar helemaal anders
Varianten worden gemaakt op de wijze van
een nieuwe wereldschepping
aangedikt met leuke verzinsels, met bittere kruiden
versmald tot een wespentaille , zij die negeren
duwen feiten achter hoeken en kanten
Verhalen worden aan elkaar gebreid
soms buiten proportie wordt er gevuilbekt
gespuwd en met drek gegooid naar zoenoffers
kwade tongen van haat en nijd bezweren de toekomst
Verhalen snijden aan vele kanten in het vlees
ja verhalen....
Ingrid Lenaerts
spraakwaterval.
op het dorpspleinOp het dorpsplein
een kiosk dromend
van vergane glorie
in de middagzon
Ooit op grootse harmoniefeesten
zat het podium vol muzikanten
met zwierige dirigent
een applaudiserend publiek
aan de voet
Nu staat hij er jaren doelloos bij
slechts een onderkomen
voor een handvol mussen
en bij nacht een onderdak
voor zwervers
Ingrid Lenaerts
zondagrustVol antiek sentiment
ligt het hof in de zon te rusten
van slag na het noeste werk
de populierendreef blijft nu onberoerd
geen zucht geen wind
de aarde barst in droogte
boeren grijpen naar de stilte op hun erf
even een middag zonder gedoe
gewoonweg een zonnige zondag
voor een hoofd zonder zorgen
Ingrid Lenaerts
milde nachtDe nacht zat vol sterren
pinkend als verliefden naar de aarde
werden wij dronken
van hun boodschap.
De stilte tussen de stammen
omwikkelde ons gedachten
Eindeloos bleven wij dromen
wie daar zo hoog en hoofs
zich schuil hield.
Het antwoord deelden wij
in zoete slaap.
Ingrid Lenaerts
lentevogel Vroeg in de morgen
Kwetteren lentevogels
Winter is voorbij
Ingrid Lenaerts
vol bloesems
schaduwenWolkenschaduwen
jagen over de akkers
het zonnelicht speelt
Ingrid Lenaerts
lang verhaal
als ridder
Als ridders te paard
verdringen reuzenzwammen
zwakke boomstammen
Ingrid Lenaerts
tussen nacht en dag.Rozentheater
waar liefdessongs ontwaken
tot diep in de nacht
Rosse maneschijn
een kater jankt om afscheid
blues voor zijn kattin
in de Donkersloot
zitten kwakende kikkers
in morgenconcert
de nieuwe ochtend
swingt heerlijk met zonnegloed
over bedauwd gras
Ingrid Lenaerts
en wanneerEn wanneer ik weet dat hij er is
dan wordt mijn onrust wakker
bang voor de gemiste kans
de ontkenning van aanwezigheid
alsof ik in lucht verpakt ben
nauwlijks ademen kan
uit die benauwde kokerlucht
waarin ik me verberg
ter bescherming van alle onheil
ik moet eruit stappen
waanzinnig breken
ver uit deze gevangenschap
Help !
Ingrid Lenaerts
naar de bliksemZe sloeg zich een gat in het ego
woest als een uitgebroken rund
verwond aan prikkeldraad
schelden als een onkundig viswijf
dat met overvolle vismand blijft
ze kon de nederlaag niet verkroppen
de gemiste kansen maken haar buitennissig
haar woede barstte uit zijn voegen
naar de bliksem alle onschuld
zonder schichten te zien
of geroffel van een donder te horen
Zij was het onweer in levende lijve.
Ingrid Lenaerts
zoute duurzaamheidAlleen gestolde tranen bleven na
lieten er treffend hun sporen
op haar gezicht van zoute duurzaamheid.
Het wenen verleerd zweeg nu
de loodzwaren stilte
verdriet als een granieten zuil
die ze negeerde
ze wou niet meer verder
als een woestijn roos
in de beslotenheid van kille dagen.
Ingrid Lenaerts
na de valNa de val van vijf hoog de verschrikkelijke pijn
bij de gratie gods zoals men zegt
aan de dood ontsnapt door een gezant
een schutengel met onzichtbare kracht
herbegint het leven zijn gewone gang
in een hospitaalbed voor weken
een speciale stelling met tractie
pijnpompen en andere techniek
de morgen gaat tergend traag over
de middag lijkt een tijdszee
het bed is de enige gezel
die je onderhoudt en bezit
de avond brengt geen verandering
over de nacht valt niet te praten
herstel sluipt op sokken mee in bed
deelt aanwezigheid onder de lakens
de hoop is een kleine vlam
die aangezwengeld wordt
eens wordt het weer beter
Ingrid Lenaerts
tussen hoeven en kapellenTussen hoeven en kapellen
werden we gedropt
opvoeding tot de nederigste stam
het gebod te eren
met twee woorden te spreken
de achterklap te mijden
het goed van een ander te laten
zelfs het te begeren was al kwaad
Wat had ik zin om te pochen
hoe goed ik kon fietsen
tot ik in de sloot belandde
wou vloeken als een ketter
toen rijke Lies van de baron
me uitlachte als drieorig konijn
De woede in mij ontlpofte
zoals een vulkaan
Had ik dat joch verwenst
de kleren van het lijf gescheurd
wou ik haar speeltjes en vakanties roven
maar het goed fatsoen bond me vast
tussen hoeven en kerkenpatroon.
Ingrid Lenaerts
hemeltergend
straat van glas Straat van glas met haar vele ramen
waarachter roze licht met barkruk
een lege stoel met het raden naar
de vele vragen
dralende mannen met groezelige gedachten
ogen als rollende bollen van begeerte
aarzelen schoorvoetend.
Zullen zij de stap wagen?
Ingrid Lenaerts
moederMijn jonge moeder straalde roze geluk
tussen de bloeiende appelbomen
Ze glimlachte haar aanwezigheid
als een essentieel onderdeel
van haar leven toen nog springlevend
Enkele maanden later loerde om het hoekje
dood de grootste verrrader aller tijden
Haar laatste foto verkleurd
deze herinnering opgediept
nu vijftig jaar later.
Ingrid Lenaerts