hemeltergend
Ingrid Lenaerts
hemeltergend
straat van glas Straat van glas met haar vele ramen
waarachter roze licht met barkruk
een lege stoel met het raden naar
de vele vragen
dralende mannen met groezelige gedachten
ogen als rollende bollen van begeerte
aarzelen schoorvoetend.
Zullen zij de stap wagen?
Ingrid Lenaerts
moederMijn jonge moeder straalde roze geluk
tussen de bloeiende appelbomen
Ze glimlachte haar aanwezigheid
als een essentieel onderdeel
van haar leven toen nog springlevend
Enkele maanden later loerde om het hoekje
dood de grootste verrrader aller tijden
Haar laatste foto verkleurd
deze herinnering opgediept
nu vijftig jaar later.
Ingrid Lenaerts
dochter
Mijn dochter uit verre jaren
toen de dieren in huis nog spraken
Hond en kat
elk op een uithoek van de sofa
daartussenin mijn dochter
in gesprek met beiden
of hoe de vrede tussen mens en dier
bestendigd werd
op deze vergeelde foto.
Ingrid Lenaerts
kreupelhoutBosanemonen
verrijzen uit kreupelhout
witte bloesemzee
Ingrid Lenaerts
oostenwindOostenwind verdort
het al schrale land tot stof
badend in de zon.
Ingrid Lenaerts
verdwijnenNu het water haar tot de kin staat
geen denktijd meer voor prullen en franjes
Het uur nabij doet de klok van twaalven slaan
als een moment van uitersten.
Ze vecht tegen schimmen te paard
als een moedige krijger
Ze willen er haar onderdompelen
in de zee aller tijden gestold
Neen, ze wil nog niet verdwijnen
nu de appelaar bloeien gaat.
Ingrid Lenaerts
contrast
overlastIn grijze wolken
huizen donkere krachten
wateroverlast
Ingrid Lenaerts

paashaas
geschroeide aardebrandende bodems
geschroeide aarde rookt na
voor een nieuwe start
het land moet bewerkt
gewassen ontkiemen traag
uit vruchtbare grond
Ingrid Lenaerts
tussen de witte lakens
zachte bries
Een zachte bries wiegt
de bottende hazelaar
een merel kijkt toe.

Zie hoe april ons verschalkt
met z'n grillen in zijn plunje waait
overland en zee onrust zaait
de nieuwe tijd twijfelt zijn waarheid
Is er al lente in de lucht?
O ja zeggen de boshyancinthen
ze piepen in bloei de grachtrand uit
elkaar duwend tussen het jong gras
O neen zeggen eik en beuk
wij wachten nog om te ontluiken
terwijl de magnolia bloemblaadjes schudt
een roze tapijt voor prille gedachten.
Ingrid Lenaerts
ProefProef nu de morgen
jong als een hinde bij dauw
voor de dag wegholt
Ingrid Lenaerts

brouwsel
stromingTegen de bergrivier op
bij het stroomverval der vinnigheid
zwemt een forel kringelend
in het kristalheldere water
Hij buitelt als een spelend kind
hapt naar zuurstof om te korten
vervolgt dan ongestoord zijn weg
vecht als dappere vis
om zijn bestaan te bestendigen
op zijn hoede voor de visser
Ingrid Lenaerts