Zie hoe april ons verschalkt
met z'n grillen in zijn plunje waait
overland en zee onrust zaait
de nieuwe tijd twijfelt zijn waarheid
Is er al lente in de lucht?
O ja zeggen de boshyancinthen
ze piepen in bloei de grachtrand uit
elkaar duwend tussen het jong gras
O neen zeggen eik en beuk
wij wachten nog om te ontluiken
terwijl de magnolia bloemblaadjes schudt
een roze tapijt voor prille gedachten.
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Proef
Proef nu de morgen
jong als een hinde bij dauw
voor de dag wegholt
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
brouwsel
Waar blijft dan het poëtisch moment
Poëzie is de medecijn die k wil distilleren
Ingrid Lenaerts
stroming
Tegen de bergrivier op
bij het stroomverval der vinnigheid
zwemt een forel kringelend
in het kristalheldere water
Hij buitelt als een spelend kind
hapt naar zuurstof om te korten
vervolgt dan ongestoord zijn weg
vecht als dappere vis
om zijn bestaan te bestendigen
op zijn hoede voor de visser
Ingrid Lenaerts
ezels
De ezels van boer Prutsen
vergrauwen van eenzaamheid
in een wei vol modder
in dit zompig voorjaar
Ze zijn met z'n vijven
spitsen hun lange oren
wanneer de treinen voorbij denderen
boven op de spoorwegberm
Ze balken zieltogend
als verroeste pompen
die aangezwengeld worden
Uit hun ezelsogen
slechts verslagenheid
Ingrid Lenaerts
schuim
Spattend schuim in zee
breekt op de scherpe rotsen
deint uit in klaarte
Ingrid Lenaerts
bisquit en caramel
Bisquit en caramel
heerlijk zacht zoete koek
heerlijke chocolade
je wil me verleiden
je streelt de tong
in de zevende hemel
der smaken
lekkernij
die me laat watertanden
verlangen naar meer
Daag me niet uit in mijn dromen
Ingrid Lenaerts
onderhuids
Onderhuids zit de pijn
aan de rand bij verborgen verdriet
dat vaak komt bovendrijven
zoals olie op water
het kruipt op kousenvoeten
door je lijf
dat je verraadt als een Judas
die zijn meester verkoopt
maar je blijft vechten
met het zwaard
der rechtvaardige engelen
om je behoud
je recht op goede dagen.
Ingrid Lenaerts
merel en kat
merels scheren langs
heel laag in de avondzon
een kat loert hen uit
die kat in het gras
ze sluipt sluw als een tijger
waagt een stoere sprong
Veraf blaft een hond
Dan schrikt de kat zich een bult
de merel vliegt weg
Ingrid Lenaerts
avond
Ingrid Lenaerts
schoonmaak in het bos
Hij lijkt wel de ontluikende natuur
met grasgroene gedachten
fris in de morgendauw
bij de jaarlijkse schoonmaak
in het oosterbos
Hij ontvouwt zijn plannen
met stroken en panden
voor de schoonmaakbeurt
hij legt de lont aan ons enthousiasme
met de prikstok en de zakken
gaan we de vervuiling te lijf
die vervreemdend kleeft
aan de rulle grond
Overal staan nochtans bordjes
de vraag het bos net te houden.
Wij blijven hopen
op meer nette gewoonten.
Ingrid Lenaerts
kringloop
Kringloop als een fenomeen
een brok natuur in een sluitende cirkel
de seizoenen die elkaar opvolgen
de jaren in een zelfde orde
warmte na koude en visce versa
lopen als gevlochten strengen
in elkaars armen
het nooit eindigend verhaal der elementen
goden van aarde en vuur
water en lucht stoeien door de eeuwen heen
Wij zitten er middenin als passagiers op een boot
die we nooit verlaten
tussen geboorte en dood.
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
ontwakende tuin
Lentegroen ontpopt
in een ontwakende tuin
ware levensdrang
Ingrid Lenaerts
lente spreekt
Lente spreekt een groentaal
fors en sterk in haar groei
lacht in het wit en geel van bloemen
die ze koestert als een privilege
Ze stelt de bloei samen van bomen
die vlindert in de wind van plezier
Ze stoeit met de lammeren
dartelend in een de laarmeersen
Ze is het uit ei na de kip die broedt
getuigend van nieuw leven alom.
Kuikens en kip verkennen het erf
wachten op het grote entrée van de haan.
Ingrid Lenaerts
verfraaien
Bloesems verfraaien
het jonge landschap schittert
in de morgendzon
Ingrid Lenaerts
vergeten tantes
Vergeten tantes tot leven gewekt
posthuum hun weldaden in kaart gebracht
bij opruiming bidprentjes
een nagedachtenis aan tante Olga en Begga
dat ze me berispten
Ja wanneer ?
bij voorbeeld als ik geen dank u wel zei
voor het muffige koekje
of wanneer ik niet met twee woorden sprak
Ik was nochtans een waterval zeiden ze
een praatvaar een babbelkous
Ik moest stilzitten
een ongemanierde sprinkhaan
tussen twee burgervrouwen
Wat moest men met mij toch aanvagen?
Ik bleef hen het antwoord schuldig
hinkend op één been in hun aanwezigheid.
Ingrid Lenaerts
huis van vertrouwen
Hij staat er ook in de keuken
Ingrid Lenaerts
spookpijn
Ingrid Lenaerts


1 reactie op dit bericht
mooi aprils dicht