schuim
Spattend schuim in zee
breekt op de scherpe rotsen
deint uit in klaarte
Ingrid Lenaerts
schuimSpattend schuim in zee
breekt op de scherpe rotsen
deint uit in klaarte
Ingrid Lenaerts
bisquit en caramelBisquit en caramel
heerlijk zacht zoete koek
heerlijke chocolade
je wil me verleiden
je streelt de tong
in de zevende hemel
der smaken
lekkernij
die me laat watertanden
verlangen naar meer
Daag me niet uit in mijn dromen
Ingrid Lenaerts
onderhuidsOnderhuids zit de pijn
aan de rand bij verborgen verdriet
dat vaak komt bovendrijven
zoals olie op water
het kruipt op kousenvoeten
door je lijf
dat je verraadt als een Judas
die zijn meester verkoopt
maar je blijft vechten
met het zwaard
der rechtvaardige engelen
om je behoud
je recht op goede dagen.
Ingrid Lenaerts
merel en katmerels scheren langs
heel laag in de avondzon
een kat loert hen uit
die kat in het gras
ze sluipt sluw als een tijger
waagt een stoere sprong
Veraf blaft een hond
Dan schrikt de kat zich een bult
de merel vliegt weg
Ingrid Lenaerts
avond
schoonmaak in het bosHij lijkt wel de ontluikende natuur
met grasgroene gedachten
fris in de morgendauw
bij de jaarlijkse schoonmaak
in het oosterbos
Hij ontvouwt zijn plannen
met stroken en panden
voor de schoonmaakbeurt
hij legt de lont aan ons enthousiasme
met de prikstok en de zakken
gaan we de vervuiling te lijf
die vervreemdend kleeft
aan de rulle grond
Overal staan nochtans bordjes
de vraag het bos net te houden.
Wij blijven hopen
op meer nette gewoonten.
Ingrid Lenaerts
kringloopKringloop als een fenomeen
een brok natuur in een sluitende cirkel
de seizoenen die elkaar opvolgen
de jaren in een zelfde orde
warmte na koude en visce versa
lopen als gevlochten strengen
in elkaars armen
het nooit eindigend verhaal der elementen
goden van aarde en vuur
water en lucht stoeien door de eeuwen heen
Wij zitten er middenin als passagiers op een boot
die we nooit verlaten
tussen geboorte en dood.
Ingrid Lenaerts

ontwakende tuinLentegroen ontpopt
in een ontwakende tuin
ware levensdrang
Ingrid Lenaerts
lente spreektLente spreekt een groentaal
fors en sterk in haar groei
lacht in het wit en geel van bloemen
die ze koestert als een privilege
Ze stelt de bloei samen van bomen
die vlindert in de wind van plezier
Ze stoeit met de lammeren
dartelend in een de laarmeersen
Ze is het uit ei na de kip die broedt
getuigend van nieuw leven alom.
Kuikens en kip verkennen het erf
wachten op het grote entrée van de haan.
Ingrid Lenaerts
verfraaienBloesems verfraaien
het jonge landschap schittert
in de morgendzon
Ingrid Lenaerts
vergeten tantesVergeten tantes tot leven gewekt
posthuum hun weldaden in kaart gebracht
bij opruiming bidprentjes
een nagedachtenis aan tante Olga en Begga
dat ze me berispten
Ja wanneer ?
bij voorbeeld als ik geen dank u wel zei
voor het muffige koekje
of wanneer ik niet met twee woorden sprak
Ik was nochtans een waterval zeiden ze
een praatvaar een babbelkous
Ik moest stilzitten
een ongemanierde sprinkhaan
tussen twee burgervrouwen
Wat moest men met mij toch aanvagen?
Ik bleef hen het antwoord schuldig
hinkend op één been in hun aanwezigheid.
Ingrid Lenaerts
huis van vertrouwen
spookpijn
na het trouwfeestNa het feest de laatste bezoeker heen
bruid en bruidegom naar andere horizonten
blijft de overvolle leegte drukken
slingers en slierten boertig plezier
rijst onder de voeten die kraakt
half leeggedronken glazen bier en wijn
restanten broodjes en borden
het banket is uitgeteld
restanten liggen her en der
te wachten op hun verdwijning
Er zit een gat in de ziel van mama en papa
die hun dochter nu zullen missen
het legenest besef slaat om de oren
de teloorgang van een generatie
een beetje weg dat nooit meer terugkomt.
een begin voor een nieuwe boot
Mama en papa zuchten elkaar aan
het leven van herinneringen is begonnen
Ingrid Lenaerts
schaduw
morgenroodIk hou van het morgenrood
zo vurig in zijn gloed
een jonge belofte aan de dag
hoop als een korf rode vruchten
stralend in de morgenzon
aan onze tafel.
Ingrid Lenaerts
morgen
morgen
bij een cantateZingen doe je voor de Heer
wanneer zijn bron Verrijzenis
in de Paasnacht weerklinkt
alsof hij onder ons is
zijn medemenselijkeheid stroomt
als een hooglied voor het altaar
indachtig het nieuwe leven
uit een onuitputbare herhaling
lentezon in gedachten
Zingen doe je voor de Heer
een geschenk in deze blijde dagen
Ingrid Lenaerts