Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
ontwakende tuin
Lentegroen ontpopt
in een ontwakende tuin
ware levensdrang
Ingrid Lenaerts
lente spreekt
Lente spreekt een groentaal
fors en sterk in haar groei
lacht in het wit en geel van bloemen
die ze koestert als een privilege
Ze stelt de bloei samen van bomen
die vlindert in de wind van plezier
Ze stoeit met de lammeren
dartelend in een de laarmeersen
Ze is het uit ei na de kip die broedt
getuigend van nieuw leven alom.
Kuikens en kip verkennen het erf
wachten op het grote entrée van de haan.
Ingrid Lenaerts
verfraaien
Bloesems verfraaien
het jonge landschap schittert
in de morgendzon
Ingrid Lenaerts
vergeten tantes
Vergeten tantes tot leven gewekt
posthuum hun weldaden in kaart gebracht
bij opruiming bidprentjes
een nagedachtenis aan tante Olga en Begga
dat ze me berispten
Ja wanneer ?
bij voorbeeld als ik geen dank u wel zei
voor het muffige koekje
of wanneer ik niet met twee woorden sprak
Ik was nochtans een waterval zeiden ze
een praatvaar een babbelkous
Ik moest stilzitten
een ongemanierde sprinkhaan
tussen twee burgervrouwen
Wat moest men met mij toch aanvagen?
Ik bleef hen het antwoord schuldig
hinkend op één been in hun aanwezigheid.
Ingrid Lenaerts
huis van vertrouwen
Hij staat er ook in de keuken
Ingrid Lenaerts
spookpijn
Ingrid Lenaerts
na het trouwfeest
Na het feest de laatste bezoeker heen
bruid en bruidegom naar andere horizonten
blijft de overvolle leegte drukken
slingers en slierten boertig plezier
rijst onder de voeten die kraakt
half leeggedronken glazen bier en wijn
restanten broodjes en borden
het banket is uitgeteld
restanten liggen her en der
te wachten op hun verdwijning
Er zit een gat in de ziel van mama en papa
die hun dochter nu zullen missen
het legenest besef slaat om de oren
de teloorgang van een generatie
een beetje weg dat nooit meer terugkomt.
een begin voor een nieuwe boot
Mama en papa zuchten elkaar aan
het leven van herinneringen is begonnen
Ingrid Lenaerts
schaduw
Ingrid Lenaerts
morgenrood
Ik hou van het morgenrood
zo vurig in zijn gloed
een jonge belofte aan de dag
hoop als een korf rode vruchten
stralend in de morgenzon
aan onze tafel.
Ingrid Lenaerts
morgen
Ingrid Lenaerts
morgen
Ingrid Lenaerts
bij een cantate
Zingen doe je voor de Heer
wanneer zijn bron Verrijzenis
in de Paasnacht weerklinkt
alsof hij onder ons is
zijn medemenselijkeheid stroomt
als een hooglied voor het altaar
indachtig het nieuwe leven
uit een onuitputbare herhaling
lentezon in gedachten
Zingen doe je voor de Heer
een geschenk in deze blijde dagen
Ingrid Lenaerts
dagelijks
Dagelijks is telkens
Dan haal ik de bakker binnen
Ik geur de soorten
honger leven en bedwelming
Dit is een beeld
voor dagen
waarvan ik hou
In deze middenholte
van brood en warmte
wik il dubbelwonen
slechts kabouter,sleechts vederlicht kind
Uit "om-gedichten "
Voor Kortessem
Ingrid Lenaerts
hortus
Ingrid Lenaerts
ekster
Ingrid Lenaerts
tegengestelden
Op je schouder links
de duivel als een kwelgeest
toch lach je hem uit
Op je schouder rechts
lacht een engelbewaarder
hoor je zijn woorden?
Ingrid Lenaerts
zwakte
zwakte
een lekke badeend
die even ondergaat
weer de kop opsteekt
dan de stokslagen
omstaanders jouwen ze uit
ondanks alles blijft ze ingeschreven
als deelnemer
naar de eindmeet.
Ingrid Lenaerts
tranen
Ingrid Lenaerts
stilzwijgen
Mijn vader zit aan tafel
Ingrid Lenaerts

