ezels
De ezels van boer Prutsen
vergrauwen van eenzaamheid
in een wei vol modder
in dit zompig voorjaar
Ze zijn met z'n vijven
spitsen hun lange oren
wanneer de treinen voorbij denderen
boven op de spoorwegberm
Ze balken zieltogend
als verroeste pompen
die aangezwengeld worden
Uit hun ezelsogen
slechts verslagenheid
Ingrid Lenaerts

