tussen hoeven en kapellen
Tussen hoeven en kapellen
werden we gedropt
opvoeding tot de nederigste stam
het gebod te eren
met twee woorden te spreken
de achterklap te mijden
het goed van een ander te laten
zelfs het te begeren was al kwaad
Wat had ik zin om te pochen
hoe goed ik kon fietsen
tot ik in de sloot belandde
wou vloeken als een ketter
toen rijke Lies van de baron
me uitlachte als drieorig konijn
De woede in mij ontlpofte
zoals een vulkaan
Had ik dat joch verwenst
de kleren van het lijf gescheurd
wou ik haar speeltjes en vakanties roven
maar het goed fatsoen bond me vast
tussen hoeven en kerkenpatroon.
Ingrid Lenaerts