Roep
Roep mijn liefste zijn stem in een notendop
aat ze kiemen tussen wal en schip
in het ei, of is ze dekip nabij
wie zoekt die vindt zijn schaduw.
in de zomer ophet lome erf , de hond
de eelt op de droom van ons pachtgoed
Om God zeggen we is de zon zo zo vrij
sleept het oerstof in zijn sporen
woorden wakker tot angst ontgaapt
uit elke morgen onze mond dods.
de bomen lachen groen te velde
Roep mijn liefste zijn stem uit de notedop.
In onze greep van het enige zicht.
Ingrid Lenaerts

