slippendragers
De waarheid zit onder het bloemetjesbehang
de sociëteit houdt haar deuren meestal dicht
o zo dankbaar om de aangeboden koek
Alleen muizen weten door te dringen
Ingrid Lenaerts
slippendragers
rugzakHaar rugzak draagt de last
van elke dag die ze sjouwt
zijn inhoud vertelt zoveel
deugd of drama
schudt de herinneringen dooréén
als de grabbelton
van haar jeugd tot heden
de goede en kwade dagen
om uit te putten of te vergeten
met een blik naar de horizon
die mistig een nieuwe dageraad belooft
die de nacht achter zich laat liggen
elke dag opnieuw.
Ingrid Lenaerts
wij mogen niet buitenWij mogen niet buiten de muren
We zitten gevangen zonder meer
konijnen in een hok of vis in het net
Uitleg niet verstrekt , zo bijeengedreven
Wij roepen en schreeuwen
als vermoord om begrip
blijkbaar loos in zijn omvang
Wat heeft dit nu te betekenen ?
Wij horen fluisteren dat het oorlog is
krijgsdaden zijn gesteld de onrust waart
als een spook door dit verbrande land
Wij mogen niet buiten de muren
het woord is ons ontnomen
De vrijheid werd verkracht
tot op de bodem van haar ziel
Ingrid Lenaerts
kauw
op een middagEen verlaten straat
met een loden stilte
de plavuizen gloeien in de middagzon
de staalblauwe hemel zwijgt
plots een bende kwetterende mussen
vechtend om een korst brood
de winnaar vliegt weg met zijn homp.
de overige verliezers doen verder
het kwebbelen voor niemdal
tussen pakhuizen
als hun allerbelangrijkste bezigheid
Ingrid Lenaerts
straat en mussenEen verlaten straat
biedt er ruimte voor mussen
tussen pakhuizen
Ingrid Lenaerts
vroeger
hagelslag en gelijkenissenHagelslag
Heerlijk lekkere chocoladekorrel
kleinschalig at random fenomeen
op biscuit en ander gebak
broodbeleg bij uitstek voor kinderen
haalt ongelukkigerwijze de muizengedachten van stal
voor het biologisch riooltaject
de gelijkenis waar je niet zo direct op aanstuurt
maar laat ons deze beschouwingen relativeren
hoewel hagelslag verdraaid veel gelijkenis vertoont.
Vergissingen behoren tot de mogelijkheden
wanneer muizen de kasten visiteren.
Ingrid Lenaerts
winstBij kaarslicht geteld
met procenten vermeerderd
de vele goudstukken
schitterend in de zon
gekoesterd door graaierige handen
geliefd als onafscheidbaar
eindelijk beslist van de hand te doen
voor een fors bedrag
waarvan tante Eusebia watertandde
naar nog meer
haar winst in haar schoot.
Ingrid Lenaerts
berkenstam
in bloeiGraslanden in bloei
bosjeswuivend in de wind
ademen in groen.
Ingrid Lenaerts
wolkenGrillig wolkenspel
een valse zon klatert licht
clair-obscur op doek
Ingrid Lenaerts

zondagsdichter
langs de wegWe staan langs de weg te pronken
met ons mooiste gezicht te lonken
we hebben een paneel vol beloften
die wij vervullen we zijn geen schoften
Wij komen weer eens vragen om uw stem
Geef ze aan haar maar niet aan hem
geef ze zeker niet aan die man daar
bij hem wordt het een centenjaar
Wij hebben boodschappen om ter meest
wij dragen de democratie in onze brede geest
We willen alleen het beste voor het vaderland
al het andere gooien we in de prullenmand
Ingrid Lenaerts
strijdkreet
hoogmoedig volkZij die denken dat ze beter denken
beter dan hun buur van één beneden
Zij die door een grotere bril ogen
die menen dat er alleen maar mieren lopen
terwijl ze even het kraantje open zetten
en de beesten laten verzuipen
vol jolijt toekijken op hun verdrinkingsdood.
die het geld laten rollen
als de marathon der munten
Jan met de met de pet bekijken
alsof ze slechts kabouters zien
zij de reuzen die met een trap vernielen
wat hen voor de voeten ligt
tot ze vergaan in eigen waan
de dag dat de nood hen hoog wordt
tot het tij keert en de wind blaast
in hun holle kop als bezeten
zij een SOS lanceren
help me uit deze drek ik verzuip.
Ingrid Lenaerts
zittend op het bedZittend op het bed van de tijd
stapt de kalender over haar heen
als een alarmerende kemphaan
zoveel jaren al heengevlogen
ze is nog altijd niet begonnen
de goede voornemens
de tijd aan banden te leggen
Hij schudt haar dooreen
wanneer zij merkt dat morgen
de beslissing moet vallen
Zal zij liefdeskleur bekennen
of de twijfels hart en ziel
laten overwoekeren
Ingrid Lenaerts
trientje
de weg naar huisZe vraagt me de weg naar huis
die al ang niet meer bestaat
de Stookstraat waar ik woon zegt ze
Met op de hoek Maurice de melkventer
en de slager daartegenover
endie varkentjes in de étalage dat weet je toch
twee minibiggen met roodgestreepte jas
die hun eigen hespen aanprijzen
Ze wordt boos ik moet en zal
de weg tonen ze eist gehoorzaamheid
De Stookstraat is verleden tijd
er is geen slager meer en geen Maurice.
De stookstraat werd onteigend voor een bouwproject
omvangrijk maanlaandschap
bezaaid met kubuswooonsten
Ze gelooft me niet en weent
Ze zal het aan haar dochter vragen
Mij kent ze niet meer
ik ben dat ambetant mens
Nooit ben ik haar dochter geweest
stampt ze op de vloer.
Mijn arme dementerende moeder
Ingrid Lenaerts