de weg naar huis
Ze vraagt me de weg naar huis
die al ang niet meer bestaat
de Stookstraat waar ik woon zegt ze
Met op de hoek Maurice de melkventer
en de slager daartegenover
endie varkentjes in de étalage dat weet je toch
twee minibiggen met roodgestreepte jas
die hun eigen hespen aanprijzen
Ze wordt boos ik moet en zal
de weg tonen ze eist gehoorzaamheid
De Stookstraat is verleden tijd
er is geen slager meer en geen Maurice.
De stookstraat werd onteigend voor een bouwproject
omvangrijk maanlaandschap
bezaaid met kubuswooonsten
Ze gelooft me niet en weent
Ze zal het aan haar dochter vragen
Mij kent ze niet meer
ik ben dat ambetant mens
Nooit ben ik haar dochter geweest
stampt ze op de vloer.
Mijn arme dementerende moeder
Ingrid Lenaerts

