regenvlagen slaan ons in het gezicht als zwepen
dringt er langzaam binnen tot grote vreugde
Ingrid Lenaerts

zondagnamiddag.De jazzy tonen wolken in notenbalken uit
dissonanten spelen ritmisch tikkertje
de band heeft kop in eigen melodie
het volk swingt de zon uit de bocht
het gezoem en gekwebbel aan tafeltjes
fraaie jurken dragen zwierige dames
heren met verzoekersgezicht nodigen uit
de kleinsten lopen kris kras over de vloer
Er wordt gedronken en geklonken
de hete namiddag zweet uit de muren
het kan niet meer stuk met de tuinparty
op deze crazy afternoon der kunsten
Ingrid Lenaerts
verdrietVerdriet versteent
zet zich vast in enge zielkloven
een woekerplant op de wanden
die heel diep wortelschiet
ze valt zo moeilijk te wieden
tot iemand haar bereikt
met weinig woorden
zijn troost als medicijn
onder je schouder plaatst
het verdriet dan zijn groeikansen stopt
om een beetje levensvreugde
opnieuw en opnieuw toe te laten
de kans met beide handen
te grijpen.
als warmte van een jonge zon op je hoofd
en in je hart.
Ingrid Lenaerts
Wij hebben geen koningsblauwe gedachten
pluizig
speurend
InktblauwOp inktblauwe wateren ligt rust
schijnbaar vrede en stilte
de nacht ommantelt de wereld
sterren afstandelijk onbekend pinken
zoals lichten aan en uit
de ogen van de hemel bij nacht
die ons als engelen bewaken
jij en ik dromend bij maanlicht
elk zijn eigen wens veraf
wellicht dezelfde als ik raden kan
geef me dan een teken
dat ik jou blijvend vervoeg
bij de rust op inktbaluwe wateren
leen je oor aan mijn woorden
woorden in de wind
die onze harten sneller doen slaan.
Ingrid Lenaerts

Op een witte muur in de zon
heeft zij haar leven verwoord
nu hangt het te drogen in de wind
voor iedereen te kijk en te keur.
Ze heeft de tijd aan banden gelegd
haar bestaan bestendigd er te zijn
als een daad van erkenning
tegenover het gevoel er te bestaan
in de vergeethoek der dagen
Ingrid Lenaerts.
hoopJe zag de avond op zijn knieën kruipen
als een boeteling die clementie vroeg
de wind was gaan liggen
het werd vredig stil bij het deemsteren
tussen de takken fladderde af en toe een vogel
je dacht dat er iets zou gaan gebeuren
een of andere woudgeest die zou verschijnen
die het vuur zou aansteken
in de holte van de oude eik
die je zijn warmte zou toevertrouwen
die zou zeggen morgen wordt het anders
maar het bleef onbewogen bij de eik
de avond ging onder in de oceaan
van de iele nacht die naar adem snakte
morgen zou er niets gebeuren
tenzij de sleur en slenter van elke dag
die zich als een boa rond je hals zette.
Een andere keer wellicht
dan wordt het beter
Zo wordt het wellicht ook eens
Ingrid Lenaerts
een griekse temple in stukjes
de hoofdprijsWereldreiziger tot elke prijs
vertrok hij bij het krieken van de dag
van de dag de gloed in zijn gemoed
de landen te doorkruisen op de continenten
de zeeën te bevaren tot de uiterste hoeken
de polen te verkennen met kompas
dat hem noordwaarts bleef drijven
tot de ijslagen in eeuwig witte stilte
op zoek naar de hoge machten van bestaan
noch oosten noch westen maakten hem wijzer
en wat niet meet noordelijk was werd het zuiden
en ook daar bleek de zoektocht niet voltooid
weredreiziger tot ekle prijs met plunje
lange baard en knapzak vol van avontuur
nog onderweg zolang voorbij dag en nacht
waar de sterren fonkelen tot in der eeuwigheid
Ingrid Lenaerts
woestijnkloofZij gaapt over de leegte
bij morgenzon in de ravijn
Gieren vliegen bedrijvig aan en af
ze loeren uit hun kaalkoppen
alles wat beweegt ontgaat hen niet
hun argusogen snijden in haar lijf
Ze krassen als oude kwetterwijven
rilt bij de doodscirkels die ze maken
Tussen de kloven rollen stenen
verbreken in hun val stilte
schaduwdonker de engte
Zij gaapt over de leegte
sprakeloos in dit landschap
fenomenaal mooi maar o zo akelig.
Ingrid Lenaerts
om het waterOm het water was het te doen
de man vooraan met de witte veren
het beschilderde lichaam
met de kleuren tussen geboorte en dood
de grote trom roffelde de mare
de stoet verzorgde de zang
en het kabaal
onder een brandende zonde
werd geofferd voor regen
die maar niet komen wou
de kleine aardvarkens liepen mee
nietsvemoedend naar hun slachtplaats
Desondanks kwam het water niet
de regen bleef uit en ging naar andere oorden
de aarde barste verder open
mens, plant en dier
voor niemand water
Wat zijn goden vol onbegrip wreed.
Ingrid Lenaerts
nagenietenFoto X van een leuke dag
buiten op het platteland
die pick-nick anno 1959
die mooie zomer zonder einde
in de tuin van oma en opa
toen we nog allen samen waren
onder de parasol bij de thee.
Wat hadden we het fijn
De dag X al lang voorbij
een greep in de kabbala der dagen
het vierkant van welzijn
als een eeuwigheid
in het zwartwit geheugen
van mijn kleine tijd
Ingrid Lenaerts
verval
zeeDe zee zingt dezer dagen haar zonnelied
oneindige schittering deint gestadig uit
over licht kabbelend water
de wind nu zo zoet als een slapend kind
houdt zich schuil schudt af en toe het hoofd
zijn adembriesje verkoelt mens en dier
als een begrijpend iemand
die warmte wil ombuigen in koele streling
Er lijkt een onbreekbare eeuwigheid
onder ons
Ingrid Lenaerts

bevrozen stilte
1 reactie op dit bericht
heel mooi ingrid