woestijnkloof
Zij gaapt over de leegte
bij morgenzon in de ravijn
Gieren vliegen bedrijvig aan en af
ze loeren uit hun kaalkoppen
alles wat beweegt ontgaat hen niet
hun argusogen snijden in haar lijf
Ze krassen als oude kwetterwijven
rilt bij de doodscirkels die ze maken
Tussen de kloven rollen stenen
verbreken in hun val stilte
schaduwdonker de engte
Zij gaapt over de leegte
sprakeloos in dit landschap
fenomenaal mooi maar o zo akelig.
Ingrid Lenaerts

