een griekse temple in stukjes
Ik werd ongeduldig van al dat deeltjes schuiven
Ingrid Lenaerts
een griekse temple in stukjes
de hoofdprijsWereldreiziger tot elke prijs
vertrok hij bij het krieken van de dag
van de dag de gloed in zijn gemoed
de landen te doorkruisen op de continenten
de zeeën te bevaren tot de uiterste hoeken
de polen te verkennen met kompas
dat hem noordwaarts bleef drijven
tot de ijslagen in eeuwig witte stilte
op zoek naar de hoge machten van bestaan
noch oosten noch westen maakten hem wijzer
en wat niet meet noordelijk was werd het zuiden
en ook daar bleek de zoektocht niet voltooid
weredreiziger tot ekle prijs met plunje
lange baard en knapzak vol van avontuur
nog onderweg zolang voorbij dag en nacht
waar de sterren fonkelen tot in der eeuwigheid
Ingrid Lenaerts
woestijnkloofZij gaapt over de leegte
bij morgenzon in de ravijn
Gieren vliegen bedrijvig aan en af
ze loeren uit hun kaalkoppen
alles wat beweegt ontgaat hen niet
hun argusogen snijden in haar lijf
Ze krassen als oude kwetterwijven
rilt bij de doodscirkels die ze maken
Tussen de kloven rollen stenen
verbreken in hun val stilte
schaduwdonker de engte
Zij gaapt over de leegte
sprakeloos in dit landschap
fenomenaal mooi maar o zo akelig.
Ingrid Lenaerts
om het waterOm het water was het te doen
de man vooraan met de witte veren
het beschilderde lichaam
met de kleuren tussen geboorte en dood
de grote trom roffelde de mare
de stoet verzorgde de zang
en het kabaal
onder een brandende zonde
werd geofferd voor regen
die maar niet komen wou
de kleine aardvarkens liepen mee
nietsvemoedend naar hun slachtplaats
Desondanks kwam het water niet
de regen bleef uit en ging naar andere oorden
de aarde barste verder open
mens, plant en dier
voor niemand water
Wat zijn goden vol onbegrip wreed.
Ingrid Lenaerts
nagenietenFoto X van een leuke dag
buiten op het platteland
die pick-nick anno 1959
die mooie zomer zonder einde
in de tuin van oma en opa
toen we nog allen samen waren
onder de parasol bij de thee.
Wat hadden we het fijn
De dag X al lang voorbij
een greep in de kabbala der dagen
het vierkant van welzijn
als een eeuwigheid
in het zwartwit geheugen
van mijn kleine tijd
Ingrid Lenaerts
verval
zeeDe zee zingt dezer dagen haar zonnelied
oneindige schittering deint gestadig uit
over licht kabbelend water
de wind nu zo zoet als een slapend kind
houdt zich schuil schudt af en toe het hoofd
zijn adembriesje verkoelt mens en dier
als een begrijpend iemand
die warmte wil ombuigen in koele streling
Er lijkt een onbreekbare eeuwigheid
onder ons
Ingrid Lenaerts

bevrozen stilte
het blauwe nest
slons
illusionist
buigend in de briesHet jonge groen van de spar groet
ligt buigend in de bries op en neer
als een spring in het veld
van de jonge lente die uitzonderlijk zomert
zonlicht op de middag
dat verstoppertje speelt tussen de takken
In de tuin slaapt de stilte
meegaand met uur dat vertraagt
in de loomheid van deze dagen.
Ingrid Lenaerts
de groeten van
seizoensverwarringLente waar ben je?
nu zomer je al verdringt
straks dan winterweer?
Ingrid Lenaerts
sleetZoals rotsen uitslijten door eeuwige wind
zo ook zit er sleet op "de band"
Na jaren scoren en succes na succes
de breuk in de grondlaag van onze club
kibbelen bekvechten ruzie
gemiste optredens slechte verkoop
de band zit vol gaten
we zijn een kaas door de muizen aangrvreten
het publiek laat ons vallen
van verzinken willen wij gered
Save our band save the music.
Ingrid Lenaerts
klein verdriet
hellehondZe heeft me bewaakt als een hellehond
blafte dagelijks de regels en de geboden
als de almacht die ze vertegenwoordigde
Ik huiverde van haar blik en gezicht
tot in elke vezel van mijn kinderziel
Ik rilde bij haar schaarse aanrakingen
angst omklemde mijn lijf als een wurgslang
die in haar gedachtengoed schoon schip maakte
Van de hellehond loopt nu nog het geraamte rond
krakend van de ijzige leeftijd
die ze nog meedraagt
de intensiteit van de zwarte woorden
blijft nazinderen als een resonantie
in een tunnel tussen leven en dood.
Ingrid Lenaerts
op de bonVannacht ellenlange rijen wagens
achter de barricades op de snelweg
flikkerende zwaailichten blauwe nachten
manifeste opwachting van politie
in groot ornaat voor de blazerij
ademtesten bloedstalen processenverbaal
drugshonden en gesnuffel
heelwat lui op de bon voor.....
van alles dat niet mag.
en toch liepen er nog te lallen
zwierzat en nonsens verkopend
scheldend in veelkleurige schuttingtaal
de ontnuchtering moet nog komen.
Ingrid Lenaerts
of hoe het kan.Zij komt uit de diepte gekropen
verlegen loerend over het muurtje
ze durft niet goed zeggen de mensen
wat durft ze dan niet doen?
Ze wil niet bekeken worden bekent ze
men praat over haar verleden
iedereen stoot iedereen aan
kijk daar is die van de kolenboer
Ze heeft ze niet allemaal op een rij
in het holst van de nacht gaat ze spoken
de mannen schuiven rijtje voor de deur
kinderen mijden haar als een beetje pest
boze tongen doen hun werk
tot op een dag zij een levende legende wordt
ze laat wonderen gebeuren met de glimlach
ze geneest doven en blinden
ze schenkt het grote vertrouwen
Ingrid Lenaerts