op de fiets
Samen met een zonnige dag stapt hij op de fiets
hij radert langs veld en bos
doordrongen van een goed humeur
in de morgenlucht speelt het licht
tussen het jonge groen der bomen
zijn schaduw vergezelt hem
zij draait mee, ze mindert vaart
om dan weer stevig door te fietsen
ze vallen nooit samen in de tijd
hoewel zij hem steeds trouw volgt
wanneer de fietser stopt doet zij dat ook
Hij fluit zijn deuntje tuurt in de verte
de fiets tegen de stam rust
of mediteert wie wat of waar hij is.
Die twee zijn best tevreden samen.
Ingrid Lenaerts

