bron
Bij de bron ontspringt
klaterend helder water
in het loverbos
Ingrid Lenaerts
bronBij de bron ontspringt
klaterend helder water
in het loverbos
Ingrid Lenaerts
zo ben ik,
muzikant
ErgensErgens zit een vreemde uil
in de schaduw van de nacht
in diepe gedachten
verzonken in de tijd
uil te zijn of meer
voor de rosse maan
die zijn leven ooit was.
Nu is hij versteend
in een taal die ik niet begrijp.
Ingrid Lenaerts
demi saison
kanaal
nieuwe lookHet baanhuis van oudsher
boerenherberg met kachel
houten schenkbank, koperen tap
houten hoge stoelen
spaarkastjes tegen de muur
van duivenmelkers en kaarters
de lucht nog bruingerookt
heeft zijn vel verkocht
aan de moderne tijden
Er komt een nieuwe look
weg met de oude ongezonde miserie
een nieuwe tap met porselijnen koppen
wit en zwart disignzitjes hier en daar
walking diner tafeltjes
een breedbeeld scherm met licht slingers
een nieuwe kaart met
wel zoveel bieren en wijnen
en niet te vergeten de hapjes
kelners met de lange rokschort
zoveel ditjes, zoveel datjes
De tijden veranderen
de moderniteit is een wet.
Ingrid Lenaerts
glazen huisHuis tot in de hemel
torentrap zoals een slakkkenhuis
doorschijnende werkelijkheid
hangt te zweven
neen,niets van dit alles
een huis van glas
doorkijkruimte op het woonerf
uiteindelijk
een museum voor glaskunsten
in zoveel varianten en kleuren
lijk je wel in de sprookjes
van duizend en één nacht
oosterse gedachten,
kristallijne gedachten
fragiele gedachten,
teveel om te vernoemen
je moet het zien,
het huis van glas
het huis van de illusie
op deze stralende herfstmorgen
Ingrid Lenaerts
de nachtelijke vijverHet park droomt weemoedig zijn herfst
er loopt een een zwarte rilling door de bomen
hun stammen ademen zwaar het nachtvocht uit
de blaren breken met hun oorsprong
Ze waaien van de takken als pluimen uit een nest
de vijver weerspiegelt in duisternis
de lantaarn duikelt omgekeerd in het waterbad
vibreert in een oktoberavondbries.
Er kraken twijgje sonder onze voeten
de wereld is buitenaf muisstil,
het water blijft een raadsel
in al zijn diepten.Ik heb er kou.
Ingrid Lenaerts
een toneellesEen dramtische rol
van standaard jeugdjaren exemplarisch
voor een minder publiek
toneel op het podium der vervreemding
tussen twee koppels
alleen met lichaamstaal
in expressieve eenzaamheid
achter een masker
ze zijn ontaard anders menselijk
tijdens een korte voorstelling
vol woordloze emotie
Ingrid Lenaerts
kudde schapen
geloof in een alfabetZou iemand ooit zijn geloof bevestigd hebben
in een alfabet als een soort god van communicatie
die we even evident vinden dat hij bestaat
met zijn zesentwintig afspraken
met oneindige mogelijkheden ?
Hij voert ons dagdagelijks door elke droom
aanwezige of toekomende werkelijkheid
hij heeft ons lief en draagt de haat
zoals wij willen of verbergen
hij kan nog veel meer vertellen of onthullen
zwijgen of verbergen
elk woord keleeft hij tegen de taalberg
tot zin of onzin van ons hebbben en houden
Hij is alles en niets om in te verzinken
om uit te herrijzen
Ingrid Lenaerts
blokkendoos
vijf voor twaalf
verdriet
Noordpooldichter
wildDe herfst buitelt dol
rammelt met zijn wilde staart
de angst in het blad
Ingrid Lenaerts
blinde vlekBlinde vlek in het landschap
achter de tumulus
de grote menhir op eenzame hoogte
in weer en wind
een naam en herinnering
voor vele naamloze doden
door de eeuwen hen.
Ingrid Lenaerts
uit het dagboed der miserieik moet je vertellen van zoveel
ik heb nieuwe schoenen gekocht
ze kwellen me nu al van links naar rechts
zitten mijn tenen als haringen in een ton
ik heb mijn brilleglazen gebroken
dus moest ik bij de opticien langs
want ook hem zag ik dubbel
een klier van een vent die nooit went
ik had nog geen miserie genoeg
nauwe schoenen dubbel zicht
kwam daarbij dat ik mijn rok verloor
tussen een menigte tieners
die niet wisten wat hen overkwam
Ze gibberden en sourdine
zoals de doffe roep van scheepshorens
ik stond erbij alsof ik door de bliksem getroffen was
als de bliksem er vandoor
zonder rok aan mijn lijf mijn rok in de hand
ik heb me achter een bushokje gewrongen
de rok met een veiligheidsspeld bevestigd
en weg was ondergetekende van deze tekst
ik had de pech aan mijn zijde
de miserie in een notedop speelde zich voor mij af
als een komische film bij uitstek
ik voelde me een belachelijke toevalligheidals niet één
ik ben gaan slapen met mijn hoofd in de kussens
van de schaamte binnen de woorden
in mijn dagboek der domme fratsen
die me zomaar overkwamen
Ingrid Lenaerts
terras