school
halfweg augustus
de school ligt er verlaten
wacht op nieuw leven
Ingrid Lenaerts
schoolhalfweg augustus
de school ligt er verlaten
wacht op nieuw leven
Ingrid Lenaerts
verdordeen verdord plantje
daarnaast prijkt stil een gieter
ironie in beeld
Ingrid Lenaerts
oude muur
bij toevalJe leest me als bij toeval
in het nauw van een woord
waar de tijd zijn halte houdt
de stilstand van jaren hoop
die verpulvert tot poeder
een brief vol loze beloften
dat je ooit zou komen
als een boodschap in een fles
dobberend op zee
Maar niets van dit alles gebeurde
bleef alleen bij dromen die verdorden
Ingrid Lenaerts
lindeboom
hartmassage
Hij collectioneert er de zoute herinneringen van,
Van de mosselbanken die gapen uit hun verleden
De tijd van toen ze nog volkse kost waren
Lekkere eenvoud op het bord van elk benefit
Nu ze poep- chique finesse zijn aan tafels
Prijzig in gerenommeerde restaurants
betreuren ze in grote hoeveelheden
Het decadente publiek dat hen verorbert
Ze werden verkracht in hun identiteit
Door gesofisticeerde koks die hen bereiden
Met de nodige tierlantijntjes van wijn en sausen
Alsof hun smaak moet verdoezeld worden
Het gaat de mosselen niet voor de wind
Ze willen zich opnieuw organiseren in grote stilte
Verankeren in de eigen zee zonder bemoeienissen
van een schijnheilige mosseladel belust op platte winst.
Ingrid Lenaerts
De weidse vlakteDe weidse vlakte
bij noorderwind en wolken
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
grillenZomerse grillen
elkaar tergend voor de fun
het weer is echt ziek
onder de eikenOnder de eiken
zweeft traag de oude stilte
zon streelt haar wangen
verliefde fietsers
strengelen zich in elkaar
de stopplaats lacht toe.
Ingrid Lenaerts
over grenzen
bewolktIn mijn hoofd
licht bewolkt
strijk je neer
zonneklaar
bewijs je me
het vierdelig klaverblad
alsof het geluk er aangekoppeld is
een uitschieter
ware uitzondering
probeer ik te geloven
dat je echt bent
ik omarmd door iets vaag
wat god lijkt
niet te verliezen
in een bede
die me achtervolgt.
Ingrid Lenaerts
rosse kater en verdriet
trieste zomer
vuurwerk
leegteEen leegte is neergestreken zonder vleugels
onzichtbaar vult ze de kamers met haar lijf
Haar gedachten zitten vast aan de muren
ze drukt op de wanden binnenskamers.
zelfs wanneer wijde ramen openen
dan nog wil ze niet vertrekken
Ze kijkt over onze schouders mee
ze wil ons buitenkieperen als pottenkijkers
Toch ademt ze zwaar wanneer de verhuiswagen stopt
en nieuwe bewoners uitladen
ze schetteren de ruimte vol klanken
de leegte is dan maar ongezien vertrokken
met de staart tussen de benen.
Ingrid Lenaerts

te gastTe gast bij de wind
ongevraagd valt hij ons aan
hij drijft wild en woest
de verwoesting greinst
Dol drijft onmacht ons voorbij
met stromen water
mens en dier verweesd
huizen in modderstromen
verdriet overheerst
Ingrid Lenaerts
verleidingDe verleiding blijft in haar hok
te bang om ze vrij te laten
de consumptie toe te laten
wat zou schenden aan de fictie
waarvan ze leeft en gevoed wordt
de altijd durende spanning
Het zoete laat haar dagdromen,
over de grote vijver
de brug als broos bouwwerk
tussen wens en werkelijkheid.
Ingrid Lenaerts