wij
En toch wil ik er blijven
Ingrid Lenaerts
wij
troost
een moment zwakteJij buitengewoon
echt niet te evenaren
ik een afkooksel
zal ik herbronnen?
bij jou een scholing volgen?
ik kom er nu aan .
Ingrid Lenaerts
station
noordzee
sporen
Sporen in de zon
ze blinken van beloftes
treinen vertrekken
Ingrid Lenaerts
StoomlocomotiefHet overrompelt me die stoomlocomotief
na jaren nu hij het normale spoor verlaten heeft.
tegn zo'n zwarte reus opkijken doet me krimpen
hoe sierlijk hij daar nog staat
op deze tentoonstelling
Hij lost verdrongen angsten los
in een stille kinderziel
vantoen hij het station binnendaverde
remmend en piepend tot stilstand kwam
een machinst en stoker uit het raampje keken
de stangen van de grote wielen
in éénzelfde kadans ronddraaiden
alls een geniale vondst van herhaling.
De schrille stoomfluit klonkl akelig in de morgen ,
in de avond als een onzichtbare dreiging
Even ben ik de werkelijkheid kwijt
en zie mijn grootmoeder nog uit de wagen stappen
van de hoge loopplank
met de rieten reiskoffer die ze droeg.
Het is allemaal voorbij.
Nog slechts herinneringen voor een museum
en door een museum.
Ingrid Lenaerts
achterkant
waterfietsen
Er was een verliefd paarZe staan in de schaduw van een kappel
het is een stralende dag mei 1942
de oude linde naast het heiligdom
heeft zijn jong gebladerte ontpopt
morgen geven ze hun jawoord
een leven lang samen
de toekomst ligt als een rode loper klaar
zij straalt door een rood hart
terwijl hij glunderend zijn lief omarmt
beiden voor de laatse maal op foto
dan de kogels in de buik
beiden onverwachts afgeslacht
oorlogstijd kent geen normen
Lieve en Laurent
de willekeurige onschuld
van oorlogsconflicten
Ingrid Lenaerts
nooit meer oorlog ?
festivalweidenZe rijden aan schuiven door
op de kavels van de festivalsweiden
daar achteraan staan de grote podia
voor fabuleuze namen en hun gevolg
straks weergalmen zoveel stemmen
zoveel genres als de sterren aan de hemel
straks waaien hier de armen door de lucht
zoals de wind de bomen doet buigen
straks zit een bontgekleurde massa
in vervoering voor de hoogdagen der rockconcerten
Er wordt gegeten,geschonken en gedronken
gefuift tot de vroege uren in iglotenten
met containergedachten van modernisme
de festivalweiden het mekka voor een massa
alternatieven die dit niet meer zijn
klassiekers als een herhaling
van de gewoonte en het cliché.
Ach was ik maar....
Ingrid Lenaerts
groeten
magistraalMagistraal de stilte op het strand
slechts een lauwe watervogel trippelt er verloren
hij rent weg door rimpelende plassen
de hoge luchten
boven een geheimzinnig gladde zee
de avondzon verkondigt haar mysterie
aan een lichte bries
zakt weg tussn de lila zeenevels
de sterren kleuren de hemel bij
Ik voel me hier om best
in dit late uur.
Ingrid Lenaerts
monumentKom eens kjken naar het monument
van liefde en door liefde
die jonge lui op de bank
hand in hand
de wereld in hun breide ogen
die ze ademloos bevaren
hun azuurblauwe wateren
die allles beloven
uitvergroot en oneindig goed
onder de maan en de sterren.
Ingrid Lenaerts
verliesEr zit geen ziel meer in dat lijf
dat nog slechts een hoopje verwaandheid
pronken laat
zonder eigen gedachten
alsof zij een windvogel was
draaiend in alle richtingen
Dat lijft hoort haar niet meer toe
hij nam het en zoog het leeg
als een geniepige vampier
Ik herken haar niet meer
Ik ben haar kwijt verkocht aan de wind
die ik ook niet vatten kan
hier scheiden onze wegen
door het diep van onze ervaringen
toen wij nog hoopvol met jonge hart en hoofd
te wachten stonden
aan de tijdskade.
Ingrid Lenaerts
duinenDuinen verstuiven
hun zand met kwistige hand
een bleke zon straalt.
het helmgras als lans
ten strijde, verdedigt zich
onderwerpt gedwee
de volksverhuizing
door een zotte wind vervloekt
de duinenafbraak
Ingrid Lenaerts
verlangenZij is een onuitgesproken verlangen
dat kolkt en draait
dat drijft en weer zinkt
tot zelfs het licht van de vuurtoren
priemend en draaiend in de nacht.
Zij is een eiland
verafgelegen in haar oceanen
van witblauwe gevoelens
met de onschuld van een kind
zij trotseert de verleiding
van de terugkeer naar het vasteland
de storm beukt op haar in
zij laat niet los.
Zij is de vulkaan
met de rookpluim om de top
zij wacht en wacht
zonder woorden
maar haar lichaam ontkent niet
dat wat zo diep in haar leeft
het onuitgesproken verlangen
als een borrelende eruptie
Ingrid Lenaerts
tropenluchtTropenlucht
Een dreigend hemelveld
hoge wolken met ossenkoppen
ze lijken zo historisch strijdlustig
zoals wapenfreaks in een strijdperk
ze gaan ten aanval en strepen het luchtpalet
grijs zwart met een paarse zon in de ondergang
Ik huiver van hun vechtlust
zie het vonken in de verte
gedonder en geroffel voorspelt
niets goed
bakken water
hevige wind
en vernieling
wachten trappelend.
Ingrid Lenaerts
