duinen
Duinen verstuiven
hun zand met kwistige hand
een bleke zon straalt.
het helmgras als lans
ten strijde, verdedigt zich
onderwerpt gedwee
de volksverhuizing
door een zotte wind vervloekt
de duinenafbraak
Ingrid Lenaerts
duinenDuinen verstuiven
hun zand met kwistige hand
een bleke zon straalt.
het helmgras als lans
ten strijde, verdedigt zich
onderwerpt gedwee
de volksverhuizing
door een zotte wind vervloekt
de duinenafbraak
Ingrid Lenaerts
verlangenZij is een onuitgesproken verlangen
dat kolkt en draait
dat drijft en weer zinkt
tot zelfs het licht van de vuurtoren
priemend en draaiend in de nacht.
Zij is een eiland
verafgelegen in haar oceanen
van witblauwe gevoelens
met de onschuld van een kind
zij trotseert de verleiding
van de terugkeer naar het vasteland
de storm beukt op haar in
zij laat niet los.
Zij is de vulkaan
met de rookpluim om de top
zij wacht en wacht
zonder woorden
maar haar lichaam ontkent niet
dat wat zo diep in haar leeft
het onuitgesproken verlangen
als een borrelende eruptie
Ingrid Lenaerts
tropenluchtTropenlucht
Een dreigend hemelveld
hoge wolken met ossenkoppen
ze lijken zo historisch strijdlustig
zoals wapenfreaks in een strijdperk
ze gaan ten aanval en strepen het luchtpalet
grijs zwart met een paarse zon in de ondergang
Ik huiver van hun vechtlust
zie het vonken in de verte
gedonder en geroffel voorspelt
niets goed
bakken water
hevige wind
en vernieling
wachten trappelend.
Ingrid Lenaerts

opdracht
huwelijk
ZuidlarenZuidlaren heel hoog in Nederland
een verrassing voor het oog
het groent er overal
tussen hoge stapelwolken de zon
de vrede die huizen bouwt
ongestoord de tijd sinds jaren
Hollands glorie ongewijzigd in zijn uitgave.
rust die niet roest alom
tussen bedrijvigheid van fietsers
die bij het landschap horen
ik groet u.
Ingrid Lenaerts
BrinkEen brink in schaduw
de zon bladert in takken
gek dartelt het licht
Ingrid Lenaerts
ziek weer
regen in rood
idylleEen hoeve in Delfst- blauw
bij een oude molen
wieken draaiend in de wind
de ophaalbrug over het water
laat een zeilboot voorbij doorvaren
een stille visser zit te turen aan de oever
spelende kinderen op het gras
De tijd sprak toen nog van rust
die goede oude is vervaagd
vervangen door een andere
die naar adem hapt om te overleven.
Ingrid Lenaerts
leegstandVerdorde bloemen
trieste getuigenissen
van afwezigheid
verdwenen huurders
lieten er geen sporen na
alleen de kilte
Ingrid Lenaerts
regendagGrijze regendag
kwelt van morgen tot avond
vakantiegangers
water op straat
om doelloos te verzuipen
alles wat verveelt
waar blijft de zon toch?
een vraag die velen stellen
weldra is ze er.
loze belofte
neen zegt de weerman ze komt
zou hij het weten?
Ingrid Lenaerts
nachtSchaduwen maanlicht
boomstammen vergrijzen traag
hoor de uil roepen
de aarde knettert
de hitte laat de dag los
het bos herademt
Ingrid Lenaerts
watkan het anders zijn?
heilige warmteHeilige warmte wij kunnen je niets vragen
je bent voor ons de grote willekeur
of wij je nu smeken of je verwensen
je bent onze meerdere in grootheid en in graad
je bespeelt ons met je eigenste ik
de ene dag stook je de aarde af
de andere dag dompel je ons onder in water
je blijft dan de grote afwezige
we mogen voor je buigen
we mogen je verwensen
je gaat je eigen gang
dit jaar liet je ons zomaar vallen , heilige warmte
doe een eens inspanning voor onze contreien
je zal heel zeer goed scooren
Doe maar je best want dat loont.
Un nederige dienaar, een zonneklopper.
Ingrid Lenaerts
Pauwenoog
boek van tederheid
gladiolen
schoolhalfweg augustus
de school ligt er verlaten
wacht op nieuw leven
Ingrid Lenaerts