Prinsheerlijk
Prinsheerlijk bij jou in gedachten
Wil ik zoenen als een minnestreel
Ingrid Lenaerts
Prinsheerlijk
Bijgeloof
weer meeuwen
de stem van de wind
bittere pil
ijsberen
Hotel du Lac
sterrenwachtAan mijn moeders hand
onder het waakzaam oog van mijn vader
kort bij de kinderkoets liep ik op zondagmiddag
bij mooi weer en heldere hemel
zonnelicht in overvloed
op de sterrenwacht
in Zolder.
De sterrenwacht
de straat met het dito naamplaatje
was de plaats van begripsverwarring
Sterren zag je alleen \'s nachts
door het zolderraam in volle pracht
alsof je op wacht stond
met de zieners van het heelal
Wat deed ik dan bij klaarlichte dag
met onze kroost op de Sterrenwacht
in Zolder ?
Later,veel later begreep ik
de omstandigheden.
Ingrid Lenaerts
landelijke pracht
hemelsblauwe jurken
veeleisendDat veeleisend kind
vraagt immer ieders aandacht
door zijn verdwijntruck
maakt ons radeloos
door zijn eigenwijs gedrag
van een griezeljoch
verstopt in kasten
komt ze dan plots te voorschijn
doortrapt glimlachend
Ingrid Lenaerts
onverschilligheid
vlaams erfgoed
kermisBij de eerste ware lentezon de kermis in het dorp
Jeugd is uitgelaten, opgetut macho of kortgerokt
Geurtjes van friet en oliebollen tussen de kraampjes
De kermisventers houden prijzenslag bij de beurten
Vier maal op de paarden molen en een beurt gratis
Twee maal tien eendjes vissen en vier prijzen
Het spiegelpaleis laat je kennnismaken met je vervormde ik
Een grote griezel van een spin gooit je de hoogte in
laat je vallen als een baksteen om heerlijk te gillen
De pommme d\'amour-man biedt je rode liefde aan
Of een net van suikerspin op stok tegen betaling
Een geverfde blondine schelt in het frans naar de durvers
Allez roulez,allez roulez messieurs rommelt uit haar micro
Voor een toertje onder het groene laken van de snelle rups
De terrassen zitten oevervol wandelaars tetterend en taterend
Over de lange winter die eindelijk rechtsomkeer maakte
En dan nog met de Kermis ,alsof hij het wist de deugeniet
Dat hij niet meer blijven moest bij dit lentefeest.
Ingrid Lenaerts
Pubol
de wind en zijn taal
van kleine wanhoop
rechthoekmaagdelijk blank voor de storm
nu gescheurd in lappen
met vele stippen overvol vragen
uit zijn woelig leven.
Nu zijn lekgeslagen boot de sterren volgt
wanneer hij een engel hoort zingen
over een blijde boodschap
vaart hij de haven binnen
als kleine matroos
die zegt dat hij verder wil .
Ingrid Lenaerts
zuidamerikaans thuis