ogen
Ingrid Lenaerts
ogen
zonder
verdriet
rood
valse winterWinter heeft zijn vel verkocht
verloor zijn ware aard
heult met herfst of lente
wind en regen aan zijn lijf
we moeten hem herscholen
Ingrid Lenaerts
kortgedicht
geen droomwagen
ontmaskeren
brussel noord
de kuren van de windkom ik bij de brug onderuit
grijpt hij me bij de keel
blaast mijn hoedje weg
ik loop en loop
probeer het ding te pakken
maar wind drijft het weer verder
tot het in een balk haakt
ik kan het weer bemachtigen
maar dewind is nog niet tevreden
bij blaast me in het gezicht
terwijl hij mij mijn rokken optilt
als een scharrelkerel
die blote willen wil zien
en zelfs meer
hij port me vooruit
draait mijn paraplu binnenste buiten
Ik ben voor niets veilig
bij deze schobbejak.
Ingrid Lenaerts
het woord was nog niet koud
stormwind
vals

rietpluim
oceaanoceaanblauw diep
verzinken in Atlantis
onderwater droom
Ingrid Lenaerts
het narrenschipHet narrenschip dat van opduikt uit het niets
doet de haven van luilekkerland aan
zij brengen de relieken uit een aards paradijs
van lang geleden toen dieren nog praken
ze hadden storm op de zee der lusten
bleven nauwelijks boven bij de reusachtige golven
van een oceanisch Sodom en Gomorra.
toen de rede even later
de uitgestelde begeerte temperde
koos het schip koers in veilige richting
waar de wraatzucht kon gestild worden
prominenten van luilekkerland
hebben de beestenboel; losgelaten
zij turen naar het narrenschip
zelfs door de mist over de wateren
het aards pardijs verwachten ze
de uitgestelde begeerte flikkert in de mast
Het zal er daveren.
tot het weer verdwijn t in het niets
Ingrid Lenaerts
wandelaar met hond
nachtgewaad