Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
honing
Ingrid Lenaerts
bos
Bos ik zie bossen
sparren ademen
dampend blauw
uit hun groene longen
stilte tussen de stammen
er kraakt mij hout spontaan
op het bospad
der traagheid
een kikker springt weg
het water klatert
de beek vertelt
een levensloof
van het bos en bossen
plots is hier alles anders
Ingrid Lenaerts
een foto
Een foto
weidse vlakte
omzoomd met rijen bomen
knotwilgen onthoofd
een winterse dag
vrieslucht die kraakt
een reiger bij de gracht
en jij de grote onzichtbare aanwezige
die ik alleen hier weet door de ogen
van mijn gedachten
fraai in winterjas
lachend en speels
waarom ik van je hou
Ingrid Lenaerts.
engel
Wees lief voor de engel in jezelf
Duw hem niet weg hou hem niet af
Verwen hem met je mooiste gedachten
Zing voor hem je hoogste lied
Hou hem te vriend opdat hij niet wegvliegt
naar anderen waar hij verwacht wordt
Hij is een graag geziene gast
en tevens een witte inspiratiebron
met het gezicht naar licht
van alle mooie dingen op aarde
hij laat je oranje vrede geworden
in aquamarijn verpakking groen van hoop
hij praat met je in zachte zinnen
over een klein beetje geluk
dat hij met zich meedraagt
onder zijn weidse vleugels
zodat je schuilen kan in het diepste
van zijn grote verbeelding
Wees lief voor de engel in jezelf
Ingrid Lenaerts
dezer dagen in het park
In het park loopt de winter weg
langgenoeg gewallebakt met regen en wind
striemende maartse buien en sneeuw
alsof hij er nooit genoeg van kreeg.
Heel voorzichtig beginnen vogels aan hun nest
het broeden zit hen in de kop
ze zijn op zoek naa god weet wat
takjes, zoden grassprieten
niets is hen vreemd voor een donzig interieur
De zwemvogels zijn de loopplank niet vergeten
ze vonden de weg terug naar de vijver
waar het borrelt van nieuw leven
Ook zij beleven hun opwaartse nestgevoelens
aan de oevers tussen het dorre riet.
de bomen breken uit hun winterhabijt
ze zijn niet meer te houden in gevangrnschap
ontluiken uit hun coccon in alle glorie
voor een lente feest onder de prille zon
Ingrid Lenaerts.
lente op het land
de aarde ontbot
in weer en wind haar velden
in groene jurken
Ingrid Lenaerts
lente in de stad
Lente in de stad
narcissen schrijven in geel
het grijs heel ver weg
Ingrid Lenaerts
wij kunnen
een naam om in te schuilen
wanneer het waait en regent
wanneer we elkaar niet meer vinden
de laatste warmte gestolen wordt
de woorden ontfutseld worden
aan onze taal die zoek is.
Wij kunnen bijvoorbeeld
alles wat beter is koesteren
zodat het niet vertrekken kan
nu hier en nooit.
Wij kunnen bij voorbeeld
de wanhoop afhouden van de oevers
van geluk
het zou allemaal kunnen
indien ik een beetje anders vond.
Ingrid Lenaerts
blauw is
Ingrid Lenaerts
een witte morgen
Ingrid Lenaerts
Pasen
Narcissen geknakt
door de stormwind tussen sneeuw
dat is nu Pasen.
Ingrid Lenaerts
boodschappen
kip met provençaalse kruiden op de grill
onder de kastanjebomen klopt het hart
we kopen ook nog chocoladeschuim
Ingrid Lenaerts
lentepunt
regen en stofhagel
Ingrid Lenaerts
koolwitje
Ingrid Lenaerts
dan mag je het vergeten hoor
maar wat doe je met een hand vol mooie woorden
ik heb de lijst laten slingeren,verloren en nu weg
Ingrid Lenaerts
een lente
Ze gunnen ons geen beetje warmte
dat ze maar rap hun humeurigheid laten varen
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
wolken in dienst
Wolken jagen voorbij in hun grijze plunje
het regent
Het regent eentonig liters water
nauwelijks licht bar grijs en wind
troosteloos weet de dag niet te beginnen
kruipt over de natte grond als reptiel
badend in een bubbelende slijkpoel
het weer weegt als lood om de hals
het regent eentonig dezelfde lites water.
Ingrid Lenaerts

