verdwenen herinneringen
Ingrid Lenaerts
verdwenen herinneringen
verdrongenHoog aanwezig en verdrongen
op de tanden
kruipt verdriet
in het woord
dat manhaftig
zwelgen doet
Verstikkend tot
diepe gorgel
van rauwheid
Een naakte wortel
ademt nog een wapenschild
als tegenbeeld
te veel dorst blust niet
de brand blijft
ondanks droge aardkluiten
Een hartslag troost
de bleke en lauwe hand.
Ingrid Lenaerts
dwalingenZiet ze het maanlicht op de oude muur
van de schuur op het wazige outerveld
door het vierkant van haar verbeelding
die een tocht van dwaallichten verzint?
Hoort ze bij nacht en maanlicht
het gejammer van de floddergeesten?
of het stampen van wilde paarden
op de veengronden in het eikenbos.?
Ze vreest de kus van de weerwolf
die ruikt naar azijn en stervende kastanje
die haar veranderen zou afgrijselijk
in het felle fantoom van Bietsebauw
Ingrid Lenaerts
hoogstammenZe zijn van de dood gered de hoogstammen
perelaars en appelaars die nog resten
kriekelaars en kerselaars in herinnering
In het typische landschap van het land Loon
sinds de domme inquisitie die hen teisterde
toen ze gerooid werden zonder mededogen
wegens te laag rendement voor de fruitbeurs
Ze zijn enig vol gratie in hun oude weelde
fluisteren bloesems in de wind het verhaal
van hun knoestige stammen en blozend fruit
van de schapen die onverminderd grazen
in de schaduw van hun brede takken
van de lentebloemen onder hun hoede
van mens en dier die hen naar waarde schatten
de hoogstammen die ons nu nog resten
krijgen weer zicht op verdere evolutie.
Ingrid Lenaerts
voel me kermis
ik wil welIk wil wel even bij je langs om je te zien
er is geen want of ik heb geen moeten bij
ik heb geen bloemen bij of geen appelgebak
ik weet dat je me verzint zo graag dacht ik net
en weet je als ik je niet zie vind ik het zo kil
en ik zie de regen bij bakken uit de hemel
en ik denk dan dat ik bij jou schuilen kan
een innerlijk dak zo groot als een feestent
Ik wil echt bij je langs zelfs als kruimeltje
aan tafel in een notendop van jouw bestaan
Ingrid Lenaerts
|
jonge musDe dode jonge mus zij ligt gevalllen naast woorden
die van haar laatste vleugelslag tegen het raam
tegen het regenraam dat zijn druppels telde
die sporend diagonaal de snelweg overstaken
De dode mus is mij herinnering geworden
van het schrikken van haar lerend vliegen
nog zo pril in haar lente van vogel zijn
en al weg voor altijd.
Ingrid Lenaerts
regendag in de duinen.Met de regen vliegt het koudegevoel over mijn hoofd
over de duinen trekken de druppels striemen
in het zand de ribbels als waren ze vissenkarkassen
Het helmgras wordt uiteen gedreven tot in het hart
waar het in zijn kaalheid getroffen wordt
Met de regen vliegen vogels weg ergens schuil
beschut voor de kwade adem van de noordwestenwind
die in volle hevigheid zijn longen ledigt
zijn dorst lest aan de regen om het weer uit te braken
over de ruggen van de verkilde wandelaars
die met hem de uitdaging aandurven open vizier
maar de vuile wind geeft zich niet gewonnen
drijft de zandkorrels wild boven het strand
en wat rest ons nog meer dan ook onderdak te gaan
in de strandhut waar hij ons niet deren kan
de plaaggeest met zijn oneindige staartenveger
van opzwiepende materie in rondedansen en wervelingen
Ingrid Lenaerts
1 mei
munsterbos
een weemoedig zeemanslied
na een bezoek



verwaaien
variatie op machtMacht is niet matig maar meer
van een mens zeker niet zijn wens
maar een sneer voor elke keer
dat hij zich niet wendt maar ontkent
een beetje lente
vreemd op afstand
Soms voel ik me vreemd op afstand
en toch weet ik dat mijn moeder er is
nu ik ook ouder word zonder excuus
ook de zon in mij begint te rimpelen
denk ik nog altijd dat zij mijn levensadem
voor mij eeuwig jong zal blijven
onder de bloeiende lindeboom
Soms voel ik me stokoud onverklaarbaar
knoestig in mijn verdorrende huid
bizar onomkeerbaar deze vaststelling.
Ingrid Lenaerts