Hij die aanraakt
Niet goed in die grote huid
die zijn hele lijf overspant
die trilt van opwinding
als hij haar ziet
die hij liefheeft
zou haar wel willen aanraken
verplicht zijn huid
om de burgerregel
haar af te stoten
werd al aangeraakt
weerde haar af
met alle kracht onder die huid
die moest verstoten met taal en tekens
want aanraken doet verlangen
verlangen dat niet mocht
Die hij liefheeft
die hem laat blozen
hem laat trillen
weglopen
hij die aangeraakt wordt
uitdagend kwetst
zichzelf en wie hij liefheeft.
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
begrip 1 suggestie
Wist ik dat jij tegen die muur stond
Er klonk geen noot muziek uit de suggestie
Ingrid Lenaerts
bosvruchten
bosbessen kruipen
augustusbramen
Ingrid Lenaerts
wolkendans
De wind onvriendelijk zoals hij nu in mei nog jaagt
Laat de Zonnegod weerover de wolken heersen
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
mezelf buiten
Ingrid Lenaerts
zij zag zichzelf
Zij zag zichzelf in het doodskader gezet
een wereld warm en welkom werd een gat
donker als de nacht in het hol van de leeuw
toen de grond onder haar voeten vertrok
alsof de aarde openscheurde in eeuwig magma
vlammmen als torens smeltend metaal
Geen woord of gebaar bleef overeind
laat staan gedachten met een niets weggeflitst
Ingrid Lenaerts
bonenstaak
jij de bonenstaak
ik de slingerplant er rond
onkruid aan de voet
Ingrid Lenaerts
het jaar van de hond
Laat me zwalpen door het jargon van de dierenriem
ik weet niet welk beest me te wachten staat
in de Chinese astrologie die mij uitdaagt
Weet ik inmiddels dat ik een varken ben
geen kat draak of aap in de genen van mijn bloed
Mij wacht niet de hond en zijn trouw
zijn onderwerping aan de mens en zijn wil
Ik pas niet in dit jaar dat de hond huldigt
maar wacht geduldig op het varkensgetijde
rap en rebels zoals ik ben.
Ingrid Lenaerts
op de fiets van C
De schaduw van de middag maakt haar loom
waar samen met C alles begon
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
huis en in binnenzak de tuin
Hijheet gevaarlijk te zijn zoals een brede hond
De hond loopt weg maar de man met de tuin
daar waar die enge grijzerds rondwaren
satie
waar marmer leeft in zijn aders en onhoorbaar leven drinkt
Ze zou er dronken van worden van deze vervoering
Ingrid Lenaerts
de jongens van de straat
Ze lijken stoer en klaar om de wereld te bespringen
Ze kauwgommen de dag en de nacht
Ingrid Lenaerts
globaliseren
deze en verre gedachten bekruipen mij 's avonds
ook de spreeuwen leken niet goed in hun pluimen
hij vloog tegen het vensterraam
Ingrid Lenaerts
te krommen voor het slijk
Ingrid Lenaerrts
grote woorden kleine dingen
In het park is de lente een springerig kind in het gras
Ingrid Lenaerts
daar was ik op wandel zonder mijn stadsgedachten
Ingrid Lenaerts
BLAUWE GEDACHTEN
Ze hangt aan een zijden draad die dreigt te breken
Ingrid Lenaerts
Je kan het niet kopen porties geluk
als fijnproevertjes bij het aperitief van het leven
met de volle overtuiging dat het nu moet.
Je kan het niet kopen porties geluk.
Ingrid Lenaerts

