post scriptum
Ingrid Lenaerts
post scriptum
torenhoog
stuivenberg
Avondzon in zicht
verblindt ons met haar vuurbol
de eerste ster pinkt
Ingrid Lenaerts
slaapHet uur geeuwt verveeld
mijn ogen worden loodzwaar
de muggen dansen
Ingrid Lenaerts
koorddanser (bij een standbeeld)Dat op de rand van het zeewater
de vloedlijn hier onderdak biedt
tussen twee palen lijkt een droom
waar de koorddanser zijn tocht begint.
Hoog boven het vertrekpunt hangt schaduw
die met het uur meedraait als volgt ze hem
de zon neemt hen beet want hij is verblind
daar ergens zwaaiend tussen hemel en aarde
Ingrid Lenaerts
huis en herinneringHet huis aan de bosweg stond voor herinnering
een gedroomde landelijke inval uit onze jeugd
de tuin was verwilderd hoogst uitnodigend
een soort rimboe om steevast in te verdwalen
Wie de bewoners waren wisten we niet.
Voor ons was het een huis zonder bewoners
een huis voor de geesten die altijd sliepen
tot we elkaar collectief bang maakten
dat er spoken konden huizen en kabouters
toen we het hoorden ritselen in het gras
en een wild angstig konijn voorbijstoof
als was het rennen op leven en dood
Wanneer de oude deuren in de wind knarsten
bibberden wij van schrik want wie zou het zijn
die onze wereld zou kunnen binnendringen
die van indianenkampen of spinnenjachten
in het bastion van onze jonge vrijheid.
Ingrid Lenaerts
een oostenwind
Achter de volle maanAchter de volle maan ligt de nacht
te spannen met zijn weidse hemel
Onze hond huilt zichting zijn liefste
in-treist. Zij is echt niet te bereiken
Daar schuift een schim langs het water
vertrerkt zijn schaduw de blauwe wasem
bovende horizon,zien zijn ogen
de staart van een pauwenpracht
De wacht is een schichtige haas
Stilte demt taal en tijd lucht
zoekt uitwegen na de duisternis
in het natte gras.De nacht is bek-af
Ingrid Lenaerts
vrijbuiter
een oranje maanWat jij laat spoken in je hoofd
Wat je hoort, ziet smaakt of ruikt
Wat je vertelt over een zotte morgen
Waar je buitelt van plezier de helling af
Je maakt me deelachtig aan de horizon
Van je zonsopgang boven zee
De dans der nachtvlinders
Onder fonkelende sterren
Een oranje maan bewaakt ons kampvuur
En ik ben je mare en je bode
In goede en kwade dagen
Dat ik het spook uit mijn hoofd verkoop
Dat ik mijn waarheid vertel
Al wie het horen wil
Ingrid Lenaerts
Ik zit naast mijn fiets
Dagen van VenusVenus duikt als een dolfijn uit wilde golven
waterspel tussen rotsen en brekend blauw
in het uiteenspatten van kanten druppels
blauw als een staartkomeet vol geheimen
Haar lange haren wapperen in de wind
Gouddraad voor het weefgetouw van de dag
Op brekende hoogten laat ze zich vervoeren
woorden spiegelend op de oevers dageraad
Ze werpt zich op het slapende strand
als het mysterie uit een geopende schelp
Ze vervloeit in het licht van een ademzee
Elke morgen ruist haar schaduw voorbij
Ingrid Lenaerts
allisiaAllisia
Deze nacht , Allisia zag ik alle planeten
In mijn hoofd, ze waren je mond, je lippen
Haren,handen voeten en nog veel meer
Ik kroop als een bezetene onder je huid
Ik spoorde door je aders tot de kamers
Van je hart die bonkten als een machine
Je was mijn God en mijn gouden kalf
Mijn boomgaard in bloei in de wind
Mijn onthoofde kip mijn mesthoop
Mijn dorst mijn beven mijn slapeloosheid
De wellust slingerde zich onder de lakens
De katapult splinterde mijn verlangens
In mijn taal werd ik dwerg aan je voeten
Koning over de berg van het zwetende dier
Mijn lief,mijn anemoon zelfs mijn wijf
Ik ben bereid mijn geest zit in je vlees
Zonder jou loopt deze kwelgeest verloren
Noch engel noch duivel ik wil jou alleen.
Ingrid Lenaerts
Emiel-JustinDaar is Emiel, mijn jongen die daar van lang geleden
zegt ze me.Zij droeg hem toen naar bed dat kind.
Hij was zo lief en vertelde de hele wereld
dat hij soldaat zou worden van de grote oorlog
Dat Emiel nu Justin is verandert niets
Ze is tevreden dat hij gekomen is,h ij is flink
Haar zoon is flink en heet nu ook Emiel
Maar ze was nooit zwanger toch was daar de zoon.
Ze vraagt Emiel om nooit meer weg te gaan
Waarom is hij altijd onderweg naar hier ?
Moet hij nu alweer vertrekken ? Ze kijkt uit
ze tuurt door het raam naar de mistige morgen
Ingrid Lenaerts
EigerSchaduwbrede wegen voor ons
boven ons de loodrechte Eigerwand
massief graniet gaapt ons aan
enkele alpinisten hangen langs de noordwand
ze bengelen er als verre marionetten
die vermoeid zijn van het stijgen
Hoewel de lucht staalblauw is
hier in dit smalle dal huiveren wij
kippenvel in onze gedachten
bij deze klimaprtij als echte waaghalzen
Ingrid Lenaerts
aucubavreemde aucuba
glanst met een gelig groen blad
in de tuinschaduw
Ingrid Lenaerts
Vlierstruik
nacht
wieWie kan mij zeggen wat niet te zeggen valt
dat ik bij jou wil zijn altijd hier en nu
ook als het niet kan of wellcht niet mag
dan nog zijn het koude harde noten
te kraken tussen de tanden van de tijd
de brieven te willen schrijven zonder woorden
alleen op de wolken als zij de zon dulden
en hun schadunwen laten weerkaatsen
Als deze waarheid altijd verwrongen
of ontkend en dan geen waarheid meer is
hoe dan de herfst in mij groeit zonder ooit
de zomer te zijn van een blinkende hoogvlieger
of hoe de leifde zich verkleedt voor vele goden
die dan hun epos bevestigen zonder schaamte
hou mij dan toch vast laat me niet ontglippen
op de adem van hoop die ik nooit wil verliezen.
Ingrid Lenaerts