Het gras is verschroeid
een soort steppe met veel dorst
wacht nu op regen
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
beekbos in de lente
op de vochtige bosweg voetsporen van vroege wandelaars
vlak bij heb ik de eerste crocussen van het jaar zien piepen
Ingrid Lenaerts
een boot
Ingrid Lenaerts
van de rivier en de boot
Van de rivier verglijden wij
de vraag naar altijd water
In het groen vertragen de dagen
ons boven het hoofd als spiegel
Van de boot gewoonweg het plezier
rechtaan rechtuit te varen
doormidden te splitsen de golven
naar de oever ze laten klotsen
Rondom het grote en het kleine leven
huizen als kasteelheren in rok.
Blote dames verrast in hun privacy
knipperlichten voor de zware zinnen
Wat dan met ons ? Wij kijken overboord
het vrije bestaan van een vakantie
de tijden zonder bijna denken zonder zorg
als een zaligheid van het ogenblik
Ingrid Lenaerts
zij belaagt
Ik huiver van haar hand
Ik vrees haar valstrik
Ingrid Lenaerts
albi 2
Zuiderse morgen
Stad in roze stilte slaapt
straten verdampen.
Ingrid Lenaerts
Albi 1
Avond vol sterren
de kathedraalmuur ontvlamt
na de zon schaduw
Ingrid Lenaerts
Heimwee
Noorderkrieken in een boomgaard
alsof de tijd me achterhaalt me dwingt
te blijven staan , te kijken naar de vruchten
uitnodigend rijp klaar om geplukt te worden.
Ik zie mijn oma met een rieten mandje
dat ze vol laadt met die rode vruchten
Ze eet krieken en ik volg haar voorbeeld
we oogsten samen verder
Straks zal ik noorderkrieken proeven
heerlijk gestoofd bij de ijsbolletjes die oma tovert
we zitten allemaal onder de rode kriekenkleur
we smakken en schrapen tot de laatste hap
Weer geland in onze warme zomer die schroeit
wordt ik gebeten door een dikke heimwee
vind mezelf wellicht flauw maar hoe ik weer verlang
naar een verlangen dat voor altijd ging.
Ingrid Lenaerts
bij een schilderij
Ingrid Lenaerts
de hand ...
De hand van vader
een land ploegt zijn akkers om
in mijn gedachten
Vruchtbare velden
Tarwe zwelt zienderogen
Wat brengt ons de oogst?
Ingrid Lenaerts
Haiku
Op een sparrentop
wiegt een duif de maat op wind
hoe klein haar zorgen
Ingrid Lenaerts
haiku
Klimop klampt zich vast
op een monotone muur
wij observeren
Ingrid Lenaerts
vuurwerk
Spetterend vuurwerk
de regen sterren schittert
dooft uit over zee
Ingrid Lenaerts
maskers
Hun brede maskers
grijnslachen met leedvermaak
hun tronie spuwt angst
Ingrid Lenaerts
waterland
op zoek
Voel me belaagd door leegte in een hoofd
de zon schijnt niet op de dakpannen van dit huis
Ingrid Lenaerts
doolhof
Daar kom ik je redden
Ingrid Lenaerts
lavaredo
drie stenen wachters
in het rosse avondlicht
staan er sinds eeuwen
onbeweeglijk stil
dan vordert het bleke uur
over de wanden
tot de zon verdwaalt
achter haar nachtschaduwen
dolomietenpracht
Ingrid Lenaerts
een deel van de dierentuin
Niets is zoveel zeggend zoals een dierentuin
Onder de platanen begint de tijd van toen
De zon is van partij groot en klein op de been
kinderen kopen noten om apen te zien gekscheren
anderen wachten lange rijen af voor een olifantenrit
volwassenen brandmerken de apenmanieren
terwijl ze schuddebuiken van het lachen
viezeriken zijn het die beesten roepen ze
een oerang-oetan beukt op het venster
iedereen voor het raam springt verschrikt acheruit
het grote dier is boos om zijn gevangensschap
hij heeft vuile manieren hoor ik mijn tante zeggen
de arenden zitten boven in de nok
tussen de tralies onder een staalblauwe lucht
ze loeren naar ons ze willen ons wellicht ontvoeren
de papegaaien schitteren doort hun bonte kleuren
zij krijsen een onverstaanbare taal onder elkaar
hun bekken lijken net vlijmscherpe mesjes
de leeuwen liggen in hun bruine slaap te dommelen
de kuil ruikt naar afvalwater en kadavers
plots recht de koningsleeuw zijn rug en brult
de tijgers ijsberen door hun gevangenis
ook zij zitten zieltogend achter de tralies
ze ijsberen de dag uit pure verveling.
De ijsberen puffen in de zon
naast smeltende ijsblokken
terwijl ze dromen van de Zuidpool.
slangen in bakken achter glas
voeren sissend hun eigen revue op
ze draaien kronkels rond kale takken
Wij zijn moe en hebben dorst
of een ijsje in de schaduw kan ook wel
het wordt echte Cola uit een glazen flesje
We sluiten de dierentuin in onze herinneringen
alle dieren zinken in de nacht naar het onderbewuste
om de levensfilm verder te produceren.
Ingrid Lenaerts
straattheater in de stad.
Wij laten onze ogen rollen om te imponeren
Wij kijken in het diepst van uw gedachten
spiegelen de grote emoties uit al uw zielen
een lach tot achter de oren voor uw toeschouwen
gegrien om het verdriet van de wereld
de hongersnood de rampen de brutaliteit
wij schreeuwen protest uit onze longen
voor alle slechteriken onder de zon en de maan
de beulen de verwaanden de viezeriken
Wij spuwen vuur uit onze brede mond
de vlam in de bek als ons kracht
We dansen in brede zwaai van het vreemde
we lopen op stelten tezien als vergroting
we vragen uw aandacht en uw inzet
voor onze werveling en woorden
ons theater op de straatstenen
in uw stad.
Ingrid Lenaerts

