overzee
Een zeearend oogt
hoog op een rots over zee
waar de branding klotst
Ingrid Lenaerts
overzeeEen zeearend oogt
hoog op een rots over zee
waar de branding klotst
Ingrid Lenaerts
Hun zondagZe zitten hun zondag uit gewoon
in café de Zwaan, bij witte Bertha
Ze geloven in het heil van samenzijn
Hun stevige borrele weze hun getuige.
De jenever klinkend koel streelt de tong
verstevigt het woord bevestigt de daad
Hier wordt durf aan de man gebracht
de vlam van de liefde nog een kaarspitje
De koene ridders vloeken als vabebonden
hun overmoed onder de mat van de herberg
terwijl hun neuzen kleuren als kabouters
om de eenzaamheid een hak te zetten
Ingrid Lenaerts
witte bankDe witte bank wacht
mijn grootmoeder rust er uit
in jaren vrede
Ingrid Lenaerts

De oude stoelen
een verzameld verleden
houdt zich jaren sterk
Ingrid Lenaerts
Niet weten waarheenNiet weten waarheen niet weten waaruit
als een vogel voor de kat hetzelfde spel
ontsnapt zij quasi uit de klauwen van de overmacht
getergd zoals een hond die men water ontzegt
in overhete dagen
Ze mag niet dit en niet dat om de rauwe willekeur
men beschouwt haar als dienstmaagd
des heren brut plezier en gemeen vertier
vrouwenonrecht tot in de schaduwschoot
Ingrid Lenaerts
we draaienWe draaien herinnering. Een vaste rol
uit de oude doos net een wierookvat
uit de voeten van de aarde dat benevelt
onze hoofden dronken in de tijd
We delven een kuil in het hete land
de dagen verdampen van weemoed
hun ragfijn patroon als een kantklossen
met een priemende levensdraad.
Ingrid Lenaerts
De vergeetputWaar woorden ingeslikt zijn en lichtjes verkommeren
ergens tussen een oude deur en een vochtige muur
waarop een poster van Bob Dylan uit heroïsche tijden hangt
verschoten geel en aan flarden gescheurd door de jaren
waar nog zoveel dromen als luchtkastelen ingepakt bleven
waar de eerste kuise liefde zich ontdeed van haar status
daar hangen nu nog de smoezen leugens om bestwil
principes die vergingen als motballen in een kast
een vergeethoek heeft zijn eigen gezicht nostalgisch
vol chagrijn in zijn binnenste en toch weer verassend
zoiets van waw we waren jong en dwaas als kalveren
krak nu zijn we veel ouder maar wijzer ach ja zou het?
In de vergeethoek van dat huis dat zijn trawanten kent
is het bij wijlen zoals de opbouw van een podium
dat zijn acteurs kent en hun geheimen herbergt
de levensinventaris van de kleine en grote kansen.
Ingrid Lenaerts
moederOp foto de winter in miniatuur
jaren geleden een momentopname
de datum vemeldt december 1956
onze moeder zoals we ze kenden
plagend en lachend altijd jong
bij de sneeuwman
die ze een wortel als neus gaf
Kleine zus propte de bezem in zijn armen
terwijl ze geschrokken terugdeinsde
ze keek beteuterd naar de koude man
Nu weet ik triest al heel lang
dat dit de laatste sneeuwman was
moeder zag er geen andere meer
ze ging heen enkele maanden later
ziekte had haar gemaaid zonder pardon
toen wij amper de dagen benoemden
Ingrid Lenaerts
verwrongenVerwrongen lichamen op één lijn
de wasdraad verbindt de rij
gewassen leegte
fantomen die aanwezigeheid waren
voorheen
Zich herinneren in de wind wie ze zijn .
of gewoonweg muisstil
Dan is tijd probleemoplossing
voor de ego's
zonder haat of liefde
gewoon de was
Ingrid Lenaerts
In brievenIn brieven heeft zij ze verstopt
al haar gevoelens, de goede en de mindere
die met bloemen getooid zijn
of die met horens ruikend naar pek
In brieven zijn ze gegroeid wild of tam
van kinderschoenen tot reuzenlaarzen
tussen de benen van de wijde wereld
in de lengte van stegen en kloven
In brieven zijn ze gestold of wellicht vergeten
als lava in geologische lagen
die haar kinderen nu uitspitten
na een speurtocht op zolder
Ingrid Lenaerts
HOE LICHThoe licht en gevederd
de illusoire wereld op toiletpapier
Dartel groen in sprookjesbloemen
vel navel, ruk na ruk
een hele lang rij die rolt
over de vloerlengte
voor wie moet zonodig
ofwel
wachten je wattenwolkjes
om de waarheid te verbloemen
om je ... aan te vegen
je weet wel wat
Ingrid Lenaerts
trein Uit een eng zwart gat
snelt een trein snuit in de wind
Waar raast hij naartoe?
Ingrid Lenaerts
duiven
gastenboekGastenboek noteert
wel en wee aan zijn blad
woorden die werken
Ingrid Lenaerts
dromend
blues
hitteHitte snoert ons dicht
laat ons snakken naar water
dat nu zo verkwikt
Ingrid Lenaerts
huizenrij derwaelDe huizenrij Derwael eenvormig onder de pannen
verweerd door zon en wind eist de tijd zijn tol
de deuren knarsen echter niet allemaal
niet alle ramen hebben verdriet in hun bast
de bewoners zijn een bont amalgaam
van huidskleur en nationaliteiten bijeengevloeid
de jongeren helpen de ouderen luisterend
naar hun herinneringen of hun toekomst
de ouderen geven raad aan de tijd
die voor de jongeren voorbij raast
een drukke dag vergelijkt een trage dag.
De huizenrij Derwael blijft zo overleven
Ingrid Lenaerts
wielrenners van toen
In café "De witte arend "kwamen ze bijeen
de wielrenners voor de jaarlijkse grote prijs
ze hadden nog geen helmen op alleen hun pet
je wist nog wie je zag op die fiets langs de straat
Ze hadden een drinkbus die iedereen benijdde
ze hadden hun masseurs en supporters
Onder groot gepalaver van omstaanders
reed de groep naar de start op de markt
Als een zwerm bijen schoten ze weg
Wij wilden ook wel een koersfiets hebben
dunne banden en een gekromd stuur.
Vader zei geen banden maar tubes
en koersfietsen zijn niet voor snotneuzen
en dan zeker geen tuig voor vrouwvolk
Daar mochten we het mee doen
kijken naar de koers
gespierde mannen die doorschoten ronde na ronde
en hoe het volk riep allez Jef Jules of Jean
tot er één van hen het eerste over de streep ging
mocht die nadien op het hoogste schavotje staan
kreeg beker, kussen en bloemen
van het schoonste vrouwvolk uit de streek.
Dat mocht dan wel
"coureurs kussen"
Ingrid Lenaerts
merelEen merel blikveldt
schichtig in het natte gras
zoekt een regenworm
Ingrid Lenaerts