kat
Een zwarte kat
Ze sluipt naast een heksenbeen
in de griezelnacht
Ingrid Lenaerts
katEen zwarte kat
Ze sluipt naast een heksenbeen
in de griezelnacht
Ingrid Lenaerts
tussen takkenDe duisternis kruipt
tussen takken eikenhout
zij huivert van angst
Ingrid Lenaerts
ZomerfestivalWij bieden U het festival van de dolle pret
ons dorp wordt er echt op zijn kop gezet
niet voor een één of andere mediafrats
maar als pure lol gaan wij uit de bol
Wij klimmen op lege bierkratten
in oude rok en glitterende baljurken
met potten pannen en ander geklingel
we slaan er de tijd op zijn ware smoel
Alsof we nooit uitgedonderd zijn
Het bliksemt rock- en bluesvonken
De grootste zot die glimlacht stevig
zoals een zwabberende roomtaart
de kleinste heeft een rijstpapgat
het gros schuddebuikt van de lach
Wij vieren en wij tierelieren
op ons eigen zomerfestival
niet dat van de mediaknal
Dat van de dolle pret leute en verzet
Ingrid Lenaerts
BakensBakens als oude watervogels op zee
Zij houden er alleen de wacht
zij kijken uit op een veelkoppige zee
soms op woeste hoogte der golven
soms boven de spiegelende waterrust
zijn ze van dienst hondstrouw
Ze houden stand in weer en wind
Bakens als oude watervogels op zee
Ingrid Lenaerts
argeloos
vertragenDe stilte vertraagt
aardewarmte verdampt snel
na een regenbui
Ingrid Lenaerts
luchtenDonkere sluiers
rond de avondzon gestrikt
een onweer trekt door.
Ingrid Lenaerts
reiger
dreigingWolken in flarden
troepen weer dreigend samen
slechts één zwak lichtpunt
Ingrid Lenaerts
overzeeEen zeearend oogt
hoog op een rots over zee
waar de branding klotst
Ingrid Lenaerts
Hun zondagZe zitten hun zondag uit gewoon
in café de Zwaan, bij witte Bertha
Ze geloven in het heil van samenzijn
Hun stevige borrele weze hun getuige.
De jenever klinkend koel streelt de tong
verstevigt het woord bevestigt de daad
Hier wordt durf aan de man gebracht
de vlam van de liefde nog een kaarspitje
De koene ridders vloeken als vabebonden
hun overmoed onder de mat van de herberg
terwijl hun neuzen kleuren als kabouters
om de eenzaamheid een hak te zetten
Ingrid Lenaerts
witte bankDe witte bank wacht
mijn grootmoeder rust er uit
in jaren vrede
Ingrid Lenaerts

De oude stoelen
een verzameld verleden
houdt zich jaren sterk
Ingrid Lenaerts
Niet weten waarheenNiet weten waarheen niet weten waaruit
als een vogel voor de kat hetzelfde spel
ontsnapt zij quasi uit de klauwen van de overmacht
getergd zoals een hond die men water ontzegt
in overhete dagen
Ze mag niet dit en niet dat om de rauwe willekeur
men beschouwt haar als dienstmaagd
des heren brut plezier en gemeen vertier
vrouwenonrecht tot in de schaduwschoot
Ingrid Lenaerts
we draaienWe draaien herinnering. Een vaste rol
uit de oude doos net een wierookvat
uit de voeten van de aarde dat benevelt
onze hoofden dronken in de tijd
We delven een kuil in het hete land
de dagen verdampen van weemoed
hun ragfijn patroon als een kantklossen
met een priemende levensdraad.
Ingrid Lenaerts
De vergeetputWaar woorden ingeslikt zijn en lichtjes verkommeren
ergens tussen een oude deur en een vochtige muur
waarop een poster van Bob Dylan uit heroïsche tijden hangt
verschoten geel en aan flarden gescheurd door de jaren
waar nog zoveel dromen als luchtkastelen ingepakt bleven
waar de eerste kuise liefde zich ontdeed van haar status
daar hangen nu nog de smoezen leugens om bestwil
principes die vergingen als motballen in een kast
een vergeethoek heeft zijn eigen gezicht nostalgisch
vol chagrijn in zijn binnenste en toch weer verassend
zoiets van waw we waren jong en dwaas als kalveren
krak nu zijn we veel ouder maar wijzer ach ja zou het?
In de vergeethoek van dat huis dat zijn trawanten kent
is het bij wijlen zoals de opbouw van een podium
dat zijn acteurs kent en hun geheimen herbergt
de levensinventaris van de kleine en grote kansen.
Ingrid Lenaerts
moederOp foto de winter in miniatuur
jaren geleden een momentopname
de datum vemeldt december 1956
onze moeder zoals we ze kenden
plagend en lachend altijd jong
bij de sneeuwman
die ze een wortel als neus gaf
Kleine zus propte de bezem in zijn armen
terwijl ze geschrokken terugdeinsde
ze keek beteuterd naar de koude man
Nu weet ik triest al heel lang
dat dit de laatste sneeuwman was
moeder zag er geen andere meer
ze ging heen enkele maanden later
ziekte had haar gemaaid zonder pardon
toen wij amper de dagen benoemden
Ingrid Lenaerts
verwrongenVerwrongen lichamen op één lijn
de wasdraad verbindt de rij
gewassen leegte
fantomen die aanwezigeheid waren
voorheen
Zich herinneren in de wind wie ze zijn .
of gewoonweg muisstil
Dan is tijd probleemoplossing
voor de ego's
zonder haat of liefde
gewoon de was
Ingrid Lenaerts
In brievenIn brieven heeft zij ze verstopt
al haar gevoelens, de goede en de mindere
die met bloemen getooid zijn
of die met horens ruikend naar pek
In brieven zijn ze gegroeid wild of tam
van kinderschoenen tot reuzenlaarzen
tussen de benen van de wijde wereld
in de lengte van stegen en kloven
In brieven zijn ze gestold of wellicht vergeten
als lava in geologische lagen
die haar kinderen nu uitspitten
na een speurtocht op zolder
Ingrid Lenaerts
HOE LICHThoe licht en gevederd
de illusoire wereld op toiletpapier
Dartel groen in sprookjesbloemen
vel navel, ruk na ruk
een hele lang rij die rolt
over de vloerlengte
voor wie moet zonodig
ofwel
wachten je wattenwolkjes
om de waarheid te verbloemen
om je ... aan te vegen
je weet wel wat
Ingrid Lenaerts