Een van hen ben ik
Ingrid Lenaerts

Domino of zo
poëziebos
In de binnenstad
trojaans paardVandaag zie je me
denkend met het verstand van een ander
een dans is niemands dans
dit is een woord
op een kale vlek
ik voel al mijn afwezig verdriet
met handen uit porfier getailleerd
terwijl ik langzaam
als een inferieure
ontsteking
uitdoof
als me een kaars haar licht
ontleent
blakert me mijn zoldergedachten
op een muur van ver
of was het ontstentenis ?
jij die zegt
dat je alles bent
niet hoort of ziet
de nietigheid in je armen draagt
ze aait ze omsluit
zeg me,is dit de kansloze koude?
Een trojaans paard
voor afgrijselijk stilte?
Ingrid Lenaerts
ontmoeting met valentijn
zonder zorgen
verloren liefdes
molenwieken
PubolTussen velden en rietpluimen slaapt het dorp
de smalle wegen verdampen nog morgenkou
daar ergens bij het kasteel van de stille waanzin
worden wij gedropt in een vervreemde wereld
van fantasmen op hol in hun gesloten burcht
tussen witte paarden en olifanten op stelten
galerijen vol foto\'s een surrealistsich gezelschap
dandys en nietsdoende dames op decor
de akelige wereld van Salvator Dali \'s verwend nest
zijn eega die zichzelf duizendmaal ontmoet
in zwartgallige fantasie die de wereld ontbindt
in een grafkelder van eeuwige eenzaamheid
Ingrid Lenaerts

Dahlia’s lachen
De nazomer krachtig toe
Herfst wacht geduldig
Het licht ontsnapt al
De boot vaart langzaam binnen
De haven laait op
Het uur geeuwt verveeld
Mijn ogen worden loodzwaar
De muggen dansen
Hasselt en Japan
Het Oosten inspireert ons
Wijsheid elke dag
Vissen spartelen
Het water uit naar de kant
Happen gretig brood.
Wandelaars lopen
Loom in het park dat mijmert
Blaren verdorren
Stil vertraagt de dag
De zon vol gedachten zinkt
Aan de horizon
Nacht verblauwt het bos
De maan ontsteekt nu haar vuur
Een rosse gloed smeult
De kerkuil beloert ons
Wij zien hem breeduit zwenken
De klok slaat het uur.
De stilte omfloerst ons
Wij praten woordloos denken
Schaduwen zwijgen
De slaap wacht op zand
Voor vermoeide ogen rust
Sluiten wij de dag
Ingrid Lenaerts
Savanne
Geschroeide aarde onder een staalblauwe lucht
Geen wolk waar de zon haar koninkrijk koestert
Hier en daar dunne hoge grassen op een rotsbodem
Doornbomen verspreid in het grillige decorum
Ze staan er als vreemde reuzen in formatie
verspreid en bij elkaar gezet voor de stoet
Zij wachten slechts nog op het teken van hun leider
die de optocht in goede banen leidt denk je
Hun kruin lijkt net een waaihoofd vol gaten
waar de wind zijn klaaglied van droogte afspeelt
vreemdsoortige armen grijpen de hitte
als visionaire woudgeesten uit de tropen.
Ingrid Lenaerts
Op zoek
Nacht maakt...
In mijn hoofd
de regentonDe regenton is een vergeetput
van de dagelijkse druppels
weerverdriet
Zonder verlangen
vult zij haar buik
tot zij barst
Dan komt mijn grootvader
Hij herstelt haar levensloop
naar hij zegt
zo vloeibaar
als het water zelf
Zo klinkend
is nu ook zijn woord
als de speelse echo
van zijn stem
in de oude ton.
Ingrid Lenaerts
Genesis en Apocalypse
op een drafje
een glimp van dikke nekken
l' homme praliné