Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Uit alle' windhoeken
Liefde uit alle windhoeken
als van alle markten thuis
welllicht de kleine registratie
tot boomhut verbouwd
waar wij ons veilig voelen
elkaar licht victorie kraaien in
betere tijden of gewoon zwijgen
tot de dood zijn vennoten haalt
Comptabiliteit van geliefde lijven
waar wij sparen met onthaasting
op de roulette zonder halte
voor vaders in titanenstrijd en moeders
die elkaar verdringen op de troon
de liefde die ze hebben of verlizen
de kleine duimpjes ten voeten uit
de zware lasten die ze verbloemen.
Ingrid Lenaerts
help ik verzuip
Je mag hen niet huichelachtig heten
waar de zwijnen en de maagden verhandeld worden
oh heerlijke kunst der bedroefden van geest
Ingrid Lenaerts
euforie
Ingrid Lenaerts
dagje uit
zoals de mannen zeggen.
Eten lachen, drinken
Morgen bekijken ze het weer anders
het lieve leven.
Ingrid Lenaerts
aquarel
Ingrid Lenaerts
goudvissen
Ingrid Lenaerts
in het hoofd op de akker
Hebben ze de liefde in hun hoofd
ze horen de vogels roepen op de akker
terwijl ze elkaar omhelzen
versmelten tot een menhir
op de stoppelvelden van de augustusakker
Nu zon alleen nog hun leven is
terwijl een strakke wind over het land spant
lopen ze verder onder de Canada's
met hun melancholiek geruis
dat oneindige horizonten oproept
Zij zijn jong al heel ver in de liefde
al boven de sterren
zien niets of niemand meer.
Ingrid Lenaerts
vaal
Ingrid Lenaerts
zee
Je loopt op een draf door het mulle zand
schelpen bij de vloedlijn vormen een muur
daar achtergelaten door de wegebbende zee
een frisse wind staat strak op je gelaat
Je voelt je wangen spannen door heilkracht
van lucht licht en water die je ,alsof op vleugels dragen.
Een diepe vreugde zonder meer borrelt in je lijf
terwijl je door het zilte water stapt zo wijds
de horizonten hangen hun wolken aan de einder
het water klotst onaf tegen de golfbreker
Kinderen spelen tikkertje op het zomerstrand
ze huppelen door de ondiepe rimpelplassen
de zee ruist haar verhalen uit de verte
Nooit hebbben ze een einde of begin
de zee zijn is zoals een moeder van alle dingen.
Ingrid Lenaerts
ze liep
Ze liep tegen de wind in
onzeker na de storm
die glazen en huisraad slingerde
en rinkelend vertrok
De angst kneep om de wortels
van bestaan de grote vragen
als waarom moest dit gebeuren
wat zij niet begreep.
Geen antwoord bij de vlucht
Waar kon zij schuilen bij nood ?
de helpende hand moest gevonden
tot de laatste snik het onderdak
Ingrid Lenaerts
een beetje weer
Over het land mist
druilerig ontwaakt de dag
maar zon wordt verwacht
Ingrid Lenaerts
kom uit...
Kom uit je schelp mag ik je verzoeken
ik durf je niets als bevel voor de voeten
de wereld wacht tot je scharnieren spreken
als een begroeting aan de nieuwe dag
die soms straalt als een zonnegod
soms druilt als een grijze regenwolk
mag ik een "maar" opwerpen vraag je
we laten maar opzij en doen het
onvoorwaardelijk hebben we gepland.
Ingrid Lenaerts
oliereserves
oliereserves
Ingrid Lenaerts
ergens ter wereld
schuilplaats
Ligt ze ondergronds in de dikste aardlagen?
Wenkt ze me verborgen tussen het hoge gras?
Zit ze achter de trappen van de stapelwolken?
Of ergens tussen de hanenbalken van het oude huis ?
Ze roept me onder water te duiken vissen achterna
Ze opent een holte van een overjarige boomstam
Een spook neemt me onder zijn mantel mee
Of droom ik bij nacht onder de sterren?
waar ik schuil ga achter de stralen van de maan
waar ik zwijg als vermoord met verzegelde lippen
in een geheim over grote zwarte diepten
zoals woorden hun deuren sluiten tegen rampspoed
Als een pelgrim op pad zoek ik nog altijd
een plaats om te schuilen waar ik kan lachen
desnoods huilen in het veilige warme nest
in het dons ver weg van verloren illusies
Ingrid Lenaerts
pretlichtjes
Dat ik de lichtjes van het park zie dansen op het water
dat ze ons telkens vervormen in de wijde rimpeling
van de vijver het maakt ons tot spel binnen het feest
brengt ons dichter bij elkaar als wiegende tortelduifjes
dan zeg je me voor eerst heel zacht dat je van me houdt
ik hoor niets liever, ik zoek mijn adem knijp in je hand
ik verdwijn in de mist van mijn antwoord en fluister ik ook
Zouden de pretlichtjes nu ook in onze ogen weerkaatsen?
Ingrid Lenaerts
Brede luchten
Boven de velden stonden de hoge stapelwolken te zonnen
in het felle licht dat weerkaatste van de aarde tot de horizon.
gedreven als een vogel met de wiekslag in zijn volle breedte
speelde de wind in mijn haren strekte ik mijn armen uit
dacht dat ik de roep van de wilde ganzen ooit zou horen
speelden de hoge canada's verstoppertje in hun schaduwen
de ladder tot de hemel met zijn witte ledikanten vol watten
de ijsgrotten gebouwd uit wasems van reuzen in de lucht
ijdele droom deed mij vleugels krijgen en dwarrelen
vertraagd zoals zilveren engelen naar de aarde wiekten
schouwde ik het land van Bohemen met grote trots
het gele koolzaad op de kavels als één wiegende zee.
Ingrid Lenaerts
twee verliefden
twee verliefden lopen tegenlicht op foto
op een verlaten strand
alleen enkele vogels liggen vast
in hun avondvlucht
terwijl ze over de rimpelende plassen trekken
Ergens wappert nog een late windvogel
vertelt zijn boodschap
Hun ruggen lopen naar oneindig
hand in hand haren wapperend in de wind
het verbond onschuld dat zal verdwijnen
achter de horizon
Ook de maan is van wacht.
Ingrid Lenaerts

