oliereserves
oliereserves
Ingrid Lenaerts
oliereserves
ergens ter wereld
schuilplaatsLigt ze ondergronds in de dikste aardlagen?
Wenkt ze me verborgen tussen het hoge gras?
Zit ze achter de trappen van de stapelwolken?
Of ergens tussen de hanenbalken van het oude huis ?
Ze roept me onder water te duiken vissen achterna
Ze opent een holte van een overjarige boomstam
Een spook neemt me onder zijn mantel mee
Of droom ik bij nacht onder de sterren?
waar ik schuil ga achter de stralen van de maan
waar ik zwijg als vermoord met verzegelde lippen
in een geheim over grote zwarte diepten
zoals woorden hun deuren sluiten tegen rampspoed
Als een pelgrim op pad zoek ik nog altijd
een plaats om te schuilen waar ik kan lachen
desnoods huilen in het veilige warme nest
in het dons ver weg van verloren illusies
Ingrid Lenaerts
pretlichtjesDat ik de lichtjes van het park zie dansen op het water
dat ze ons telkens vervormen in de wijde rimpeling
van de vijver het maakt ons tot spel binnen het feest
brengt ons dichter bij elkaar als wiegende tortelduifjes
dan zeg je me voor eerst heel zacht dat je van me houdt
ik hoor niets liever, ik zoek mijn adem knijp in je hand
ik verdwijn in de mist van mijn antwoord en fluister ik ook
Zouden de pretlichtjes nu ook in onze ogen weerkaatsen?
Ingrid Lenaerts
Brede luchten
Boven de velden stonden de hoge stapelwolken te zonnen
in het felle licht dat weerkaatste van de aarde tot de horizon.
gedreven als een vogel met de wiekslag in zijn volle breedte
speelde de wind in mijn haren strekte ik mijn armen uit
dacht dat ik de roep van de wilde ganzen ooit zou horen
speelden de hoge canada's verstoppertje in hun schaduwen
de ladder tot de hemel met zijn witte ledikanten vol watten
de ijsgrotten gebouwd uit wasems van reuzen in de lucht
ijdele droom deed mij vleugels krijgen en dwarrelen
vertraagd zoals zilveren engelen naar de aarde wiekten
schouwde ik het land van Bohemen met grote trots
het gele koolzaad op de kavels als één wiegende zee.
Ingrid Lenaerts
twee verliefdentwee verliefden lopen tegenlicht op foto
op een verlaten strand
alleen enkele vogels liggen vast
in hun avondvlucht
terwijl ze over de rimpelende plassen trekken
Ergens wappert nog een late windvogel
vertelt zijn boodschap
Hun ruggen lopen naar oneindig
hand in hand haren wapperend in de wind
het verbond onschuld dat zal verdwijnen
achter de horizon
Ook de maan is van wacht.
Ingrid Lenaerts
terras
EleonoreVoor de zon oranjerood ondergaat
klimt Eleonore tussen de takken
van de oude appelaar in opa's tuin
Daar kijkt de boomhut bovenuit
zoals een een ark boven de wereld
Zij is de de koning te rijk zo hoog
tussen de nachtblauwe hemel
en de lichtend donkere aarde
Ze praat met de rosse maan
uit de eerste hand als een vriendin
de maan luistert naar Eleonore's wensen
de avondwolken zeilen op de wind
als grote boten door de ruimte
de vogels krassen hun credo
van de voorbije dag
Eleonore overtuigt haar wereld te rusten
voor een weldoende overgave
aan de heilige stilte
Ingrid Lenaerts
vuur
spookstad
wildwaterbaan
Op een magisch perzisch tapijt begon de reis
naar het land van duizend en één nacht en veel verder
waar het lag zouden we zeker en vast wel vinden
daar waar Alladin zijn toverlamp ontvlamde
daar waar Ali Baba zijn rovers drilde
in de grot der schitterende schatten
Het tapijt vloog over bergen en dalen
de rivieren waren als zilverlinten
de maan en de sterren lachten ons toe
Door het water het paardenspan van Neptunus
de zee was ons onze rustige spiegel
die het licht van de dageraad weerkaatste
Op het tapijt van elke dag eindigde de reis
de brandstof van onze dromen sputterde
bij het ontwaken naast het bed.
Ingrid Lenaerts
wolkenspelDriftige wolken
blazen hun grijze adem
in de zomerstorm
Ingrid Lenaerts
wateroverlastRegen bij bakken
Een stortvloed stroomt van het dak
Wateroverlast
Ingrid Lenaerts
Marie
Zij de zorg
zij houdt het voor bekeken
opnieuw en opnieuw
Villa LevenslustVan de morgen tot de avond
zorgen om het lege hoofd
De residenten in Villla Levenslust
zien het niet zo vaak meer in die richting
slapen slecht en zijn hulpbehoevend
weten niet waar ze vertoeven
ontmoeten vaak de verkeerde persoon
tot hun groot chagrijn
Eten is vaak hun minste zorg
klagen van koude voeten
verrekken van de pijn
doelloos in bed knikkebollen
tot de maan hen zacht vertelt
dat de nacht vordert
en hun verdriet lichter wordt
naar eeuwig vliegen
Ingrid Lenaerts
onder de acacia's