Op een magisch perzisch tapijt begon de reis
naar het land van duizend en één nacht en veel verder
waar het lag zouden we zeker en vast wel vinden
daar waar Alladin zijn toverlamp ontvlamde
daar waar Ali Baba zijn rovers drilde
in de grot der schitterende schatten
Het tapijt vloog over bergen en dalen
de rivieren waren als zilverlinten
de maan en de sterren lachten ons toe
Door het water het paardenspan van Neptunus
de zee was ons onze rustige spiegel
die het licht van de dageraad weerkaatste
Op het tapijt van elke dag eindigde de reis
de brandstof van onze dromen sputterde
bij het ontwaken naast het bed.
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
wolkenspel
Driftige wolken
blazen hun grijze adem
in de zomerstorm
Ingrid Lenaerts
wateroverlast
Regen bij bakken
Een stortvloed stroomt van het dak
Wateroverlast
Ingrid Lenaerts
Marie
Zij de zorg
Ingrid Lenaerts
zij houdt het voor bekeken
Ze klopt ego op de schouder die even schrikt
Zij houdt het voor bekeken in ego's gezelschap
opnieuw en opnieuw
Ingrid Lenaerts
Villa Levenslust
Van de morgen tot de avond
zorgen om het lege hoofd
De residenten in Villla Levenslust
zien het niet zo vaak meer in die richting
slapen slecht en zijn hulpbehoevend
weten niet waar ze vertoeven
ontmoeten vaak de verkeerde persoon
tot hun groot chagrijn
Eten is vaak hun minste zorg
klagen van koude voeten
verrekken van de pijn
doelloos in bed knikkebollen
tot de maan hen zacht vertelt
dat de nacht vordert
en hun verdriet lichter wordt
naar eeuwig vliegen
Ingrid Lenaerts
onder de acacia's
Even later draagt een ezel zijn vracht
warmteonweer
gerommel roffelt
Ingrid Lenaerts
Het huis versteende in zijn gedachten
vol vergane glorie en oude weelde
Een eenzame eredame naast grotere adel
die allen onder dezelfde sluier zuchtten
Jaren leegstand of nog één oude bewoner
die opbokste tegen de tijd in de avenue
Eens pronkte het met zijn prachtige tuin
bloemenperken en schaduwrijke terrassen
de kamers waren luchtig en rijk versierd
duurzaamheid stelde geen vragen.
Er werd gelachen gedanst en gefeest
gemind, gevloekt geroddeld geknarsetand
knechten waren de werkers van het laatste uur
met al hun beste krachten omdat het hoorde.
Langzaam op zwarte sokken sloop het verval
langs de ramen vermomd als een leger ratten
die uiteindelijk de scpeter overnamen
en er hun koninklijke burcht bouwden
stelden geen waarom kenden geen daarom
hun antwoord kreeg je vanzelfsprekend
Ingrid Lenaerts
Parfum
Het parfum, dat parfum hangt op zijn huid
Te herinneren dat zij er was in levende lijve
Elke vezel van zijn vingertoppen zindert alsof
herinnering de begeerte schroeit op zijn lippen
Dat hij nauwelijks denkt zoals een waterzoeker
In het hart van de woestijn de oase welwillend laat
Voor de volgeling hij dronken en bezeten is van
Verlangen haar weer te vinden, te verdrinken
In slechts dat parfum, het parfum.
Ingrid Lenaerts
Albertuspark en vergankelijkheid
Wat nu rest lijkt een ware oorlogsruïne
vroeger was het park een dame vol mysterie
vriendelijk in de wandelgang en op de bank
het gras begroetend, de bomen gezond en sterk
Daar ligt nu alles omwoeld zoals een maanlandschap
Bomen met afgestorven kruin zijwaarts gekanteld
Wortels in de wind moegesparteld nu geveld
Bovenop grint en gruis stof en as
Vergankleijkheid sluiert er de wet van leven
Melancholie is een tunnel naar het verdriet
een groot gat als een gapende muil naar de ziel
waar ooit wat onschuldig groen resident was.
Ingrid Lenaerts
wat is het?
Het woord is niet van mij
dat verdoemt en verwenst
verzeilt ten kwade de zieke oever
dat rooft naar goed en gave
op de stroom
Het woord is niet van mij
dat verdoemt en verwenst
de zonnedagen op het land
dat delft en dooft
liefde en daad en op de huid
Het woord is niet van mij
dat knaagt en zeurt
de bloei stuivend in zand
dat verscheurt de schors en de stam
belofte en heil in de wens
Ik vel het woord van mij
dat ik koester en bemin
gemeerd in een veilige haven
voor groot hart in gezond lijf
hoog in het vaandel
Ingrid Lenaerts
berken
Veel berken dromen
van zachte wind en water
na deze droogte
Ingrid Lenaerts
museum
Buiten grauwt licht niet eens een streep zon
op het riante bloemenperk narcissen
wuivend in de noorderwind
binnenin : het Vlaamse land
om in te verdwijnen
als een moment gelukzaligheid
de schilderijen converteren
alle werkelijkheid
ik kijk, ik loop rond ik zwijg
indrukwekkende verwondering
van de stilte
Ingrid Lenaerts
kindsoldaat
Men gaf hem schouderklopjes
in zijn nieuw uniform vol glorie
kakigroen als het regenwoud
bruin als de cocosmat
Hij lachte al zijn witte tanden bloot
borst vooruit en eresaluut
alsof hij de grote veldheer was
Zo zag hij zich ten strijde trekken
voor een doos snoepjes en een zak chips
hij als een held geschouderd
met het grote geweer dat blonk
Toen werd schieten een sport
met doelwit alles wat bewoog
zussen,broers vader moeder
het spel waarbij alles definitief was
geen weg terug voor deze wreedheden.
Ingrid Lenaerts
voorbij
Voorbij de bossen op de flank
het eeuwige groen uit het dal
tussen de hoge besneeuwde toppen
grote Alpen in mijn klein vizier
weiden met koninlijke bruine koeien
klingelend als trouwe wachters
weiden met alpenrozen
hier en daar gentiaan en anemoon
de morgenevel opstijgend als een geest
bij zonsopgang als een sprookje
uit de sagen van onze fantasie
Wij moeten weer vertrekken
naar ons vlakke eigen land
dat zindert onder de hitte.
Ingrid Lenaerts
kat
Een zwarte kat
Ze sluipt naast een heksenbeen
in de griezelnacht
Ingrid Lenaerts
tussen takken
De duisternis kruipt
tussen takken eikenhout
zij huivert van angst
Ingrid Lenaerts

