berken
Veel berken dromen
van zachte wind en water
na deze droogte
Ingrid Lenaerts
berkenVeel berken dromen
van zachte wind en water
na deze droogte
Ingrid Lenaerts
museumBuiten grauwt licht niet eens een streep zon
op het riante bloemenperk narcissen
wuivend in de noorderwind
binnenin : het Vlaamse land
om in te verdwijnen
als een moment gelukzaligheid
de schilderijen converteren
alle werkelijkheid
ik kijk, ik loop rond ik zwijg
indrukwekkende verwondering
van de stilte
Ingrid Lenaerts
kindsoldaatMen gaf hem schouderklopjes
in zijn nieuw uniform vol glorie
kakigroen als het regenwoud
bruin als de cocosmat
Hij lachte al zijn witte tanden bloot
borst vooruit en eresaluut
alsof hij de grote veldheer was
Zo zag hij zich ten strijde trekken
voor een doos snoepjes en een zak chips
hij als een held geschouderd
met het grote geweer dat blonk
Toen werd schieten een sport
met doelwit alles wat bewoog
zussen,broers vader moeder
het spel waarbij alles definitief was
geen weg terug voor deze wreedheden.
Ingrid Lenaerts
voorbijVoorbij de bossen op de flank
het eeuwige groen uit het dal
tussen de hoge besneeuwde toppen
grote Alpen in mijn klein vizier
weiden met koninlijke bruine koeien
klingelend als trouwe wachters
weiden met alpenrozen
hier en daar gentiaan en anemoon
de morgenevel opstijgend als een geest
bij zonsopgang als een sprookje
uit de sagen van onze fantasie
Wij moeten weer vertrekken
naar ons vlakke eigen land
dat zindert onder de hitte.
Ingrid Lenaerts
katEen zwarte kat
Ze sluipt naast een heksenbeen
in de griezelnacht
Ingrid Lenaerts
tussen takkenDe duisternis kruipt
tussen takken eikenhout
zij huivert van angst
Ingrid Lenaerts
ZomerfestivalWij bieden U het festival van de dolle pret
ons dorp wordt er echt op zijn kop gezet
niet voor een één of andere mediafrats
maar als pure lol gaan wij uit de bol
Wij klimmen op lege bierkratten
in oude rok en glitterende baljurken
met potten pannen en ander geklingel
we slaan er de tijd op zijn ware smoel
Alsof we nooit uitgedonderd zijn
Het bliksemt rock- en bluesvonken
De grootste zot die glimlacht stevig
zoals een zwabberende roomtaart
de kleinste heeft een rijstpapgat
het gros schuddebuikt van de lach
Wij vieren en wij tierelieren
op ons eigen zomerfestival
niet dat van de mediaknal
Dat van de dolle pret leute en verzet
Ingrid Lenaerts
BakensBakens als oude watervogels op zee
Zij houden er alleen de wacht
zij kijken uit op een veelkoppige zee
soms op woeste hoogte der golven
soms boven de spiegelende waterrust
zijn ze van dienst hondstrouw
Ze houden stand in weer en wind
Bakens als oude watervogels op zee
Ingrid Lenaerts
argeloos
vertragenDe stilte vertraagt
aardewarmte verdampt snel
na een regenbui
Ingrid Lenaerts
luchtenDonkere sluiers
rond de avondzon gestrikt
een onweer trekt door.
Ingrid Lenaerts
reiger
dreigingWolken in flarden
troepen weer dreigend samen
slechts één zwak lichtpunt
Ingrid Lenaerts
overzeeEen zeearend oogt
hoog op een rots over zee
waar de branding klotst
Ingrid Lenaerts
Hun zondagZe zitten hun zondag uit gewoon
in café de Zwaan, bij witte Bertha
Ze geloven in het heil van samenzijn
Hun stevige borrele weze hun getuige.
De jenever klinkend koel streelt de tong
verstevigt het woord bevestigt de daad
Hier wordt durf aan de man gebracht
de vlam van de liefde nog een kaarspitje
De koene ridders vloeken als vabebonden
hun overmoed onder de mat van de herberg
terwijl hun neuzen kleuren als kabouters
om de eenzaamheid een hak te zetten
Ingrid Lenaerts
witte bankDe witte bank wacht
mijn grootmoeder rust er uit
in jaren vrede
Ingrid Lenaerts

De oude stoelen
een verzameld verleden
houdt zich jaren sterk
Ingrid Lenaerts
Niet weten waarheenNiet weten waarheen niet weten waaruit
als een vogel voor de kat hetzelfde spel
ontsnapt zij quasi uit de klauwen van de overmacht
getergd zoals een hond die men water ontzegt
in overhete dagen
Ze mag niet dit en niet dat om de rauwe willekeur
men beschouwt haar als dienstmaagd
des heren brut plezier en gemeen vertier
vrouwenonrecht tot in de schaduwschoot
Ingrid Lenaerts
we draaienWe draaien herinnering. Een vaste rol
uit de oude doos net een wierookvat
uit de voeten van de aarde dat benevelt
onze hoofden dronken in de tijd
We delven een kuil in het hete land
de dagen verdampen van weemoed
hun ragfijn patroon als een kantklossen
met een priemende levensdraad.
Ingrid Lenaerts
De vergeetputWaar woorden ingeslikt zijn en lichtjes verkommeren
ergens tussen een oude deur en een vochtige muur
waarop een poster van Bob Dylan uit heroïsche tijden hangt
verschoten geel en aan flarden gescheurd door de jaren
waar nog zoveel dromen als luchtkastelen ingepakt bleven
waar de eerste kuise liefde zich ontdeed van haar status
daar hangen nu nog de smoezen leugens om bestwil
principes die vergingen als motballen in een kast
een vergeethoek heeft zijn eigen gezicht nostalgisch
vol chagrijn in zijn binnenste en toch weer verassend
zoiets van waw we waren jong en dwaas als kalveren
krak nu zijn we veel ouder maar wijzer ach ja zou het?
In de vergeethoek van dat huis dat zijn trawanten kent
is het bij wijlen zoals de opbouw van een podium
dat zijn acteurs kent en hun geheimen herbergt
de levensinventaris van de kleine en grote kansen.
Ingrid Lenaerts