Het huis versteende in zijn gedachten
vol vergane glorie en oude weelde
Een eenzame eredame naast grotere adel
die allen onder dezelfde sluier zuchtten
Jaren leegstand of nog één oude bewoner
die opbokste tegen de tijd in de avenue
Eens pronkte het met zijn prachtige tuin
bloemenperken en schaduwrijke terrassen
de kamers waren luchtig en rijk versierd
duurzaamheid stelde geen vragen.
Er werd gelachen gedanst en gefeest
gemind, gevloekt geroddeld geknarsetand
knechten waren de werkers van het laatste uur
met al hun beste krachten omdat het hoorde.
Langzaam op zwarte sokken sloop het verval
langs de ramen vermomd als een leger ratten
die uiteindelijk de scpeter overnamen
en er hun koninklijke burcht bouwden
stelden geen waarom kenden geen daarom
hun antwoord kreeg je vanzelfsprekend
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Parfum
Het parfum, dat parfum hangt op zijn huid
Te herinneren dat zij er was in levende lijve
Elke vezel van zijn vingertoppen zindert alsof
herinnering de begeerte schroeit op zijn lippen
Dat hij nauwelijks denkt zoals een waterzoeker
In het hart van de woestijn de oase welwillend laat
Voor de volgeling hij dronken en bezeten is van
Verlangen haar weer te vinden, te verdrinken
In slechts dat parfum, het parfum.
Ingrid Lenaerts
Albertuspark en vergankelijkheid
Wat nu rest lijkt een ware oorlogsruïne
vroeger was het park een dame vol mysterie
vriendelijk in de wandelgang en op de bank
het gras begroetend, de bomen gezond en sterk
Daar ligt nu alles omwoeld zoals een maanlandschap
Bomen met afgestorven kruin zijwaarts gekanteld
Wortels in de wind moegesparteld nu geveld
Bovenop grint en gruis stof en as
Vergankleijkheid sluiert er de wet van leven
Melancholie is een tunnel naar het verdriet
een groot gat als een gapende muil naar de ziel
waar ooit wat onschuldig groen resident was.
Ingrid Lenaerts
wat is het?
Het woord is niet van mij
dat verdoemt en verwenst
verzeilt ten kwade de zieke oever
dat rooft naar goed en gave
op de stroom
Het woord is niet van mij
dat verdoemt en verwenst
de zonnedagen op het land
dat delft en dooft
liefde en daad en op de huid
Het woord is niet van mij
dat knaagt en zeurt
de bloei stuivend in zand
dat verscheurt de schors en de stam
belofte en heil in de wens
Ik vel het woord van mij
dat ik koester en bemin
gemeerd in een veilige haven
voor groot hart in gezond lijf
hoog in het vaandel
Ingrid Lenaerts
berken
Veel berken dromen
van zachte wind en water
na deze droogte
Ingrid Lenaerts
museum
Buiten grauwt licht niet eens een streep zon
op het riante bloemenperk narcissen
wuivend in de noorderwind
binnenin : het Vlaamse land
om in te verdwijnen
als een moment gelukzaligheid
de schilderijen converteren
alle werkelijkheid
ik kijk, ik loop rond ik zwijg
indrukwekkende verwondering
van de stilte
Ingrid Lenaerts
kindsoldaat
Men gaf hem schouderklopjes
in zijn nieuw uniform vol glorie
kakigroen als het regenwoud
bruin als de cocosmat
Hij lachte al zijn witte tanden bloot
borst vooruit en eresaluut
alsof hij de grote veldheer was
Zo zag hij zich ten strijde trekken
voor een doos snoepjes en een zak chips
hij als een held geschouderd
met het grote geweer dat blonk
Toen werd schieten een sport
met doelwit alles wat bewoog
zussen,broers vader moeder
het spel waarbij alles definitief was
geen weg terug voor deze wreedheden.
Ingrid Lenaerts
voorbij
Voorbij de bossen op de flank
het eeuwige groen uit het dal
tussen de hoge besneeuwde toppen
grote Alpen in mijn klein vizier
weiden met koninlijke bruine koeien
klingelend als trouwe wachters
weiden met alpenrozen
hier en daar gentiaan en anemoon
de morgenevel opstijgend als een geest
bij zonsopgang als een sprookje
uit de sagen van onze fantasie
Wij moeten weer vertrekken
naar ons vlakke eigen land
dat zindert onder de hitte.
Ingrid Lenaerts
kat
Een zwarte kat
Ze sluipt naast een heksenbeen
in de griezelnacht
Ingrid Lenaerts
tussen takken
De duisternis kruipt
tussen takken eikenhout
zij huivert van angst
Ingrid Lenaerts
Zomerfestival
Wij bieden U het festival van de dolle pret
ons dorp wordt er echt op zijn kop gezet
niet voor een één of andere mediafrats
maar als pure lol gaan wij uit de bol
Wij klimmen op lege bierkratten
in oude rok en glitterende baljurken
met potten pannen en ander geklingel
we slaan er de tijd op zijn ware smoel
Alsof we nooit uitgedonderd zijn
Het bliksemt rock- en bluesvonken
De grootste zot die glimlacht stevig
zoals een zwabberende roomtaart
de kleinste heeft een rijstpapgat
het gros schuddebuikt van de lach
Wij vieren en wij tierelieren
op ons eigen zomerfestival
niet dat van de mediaknal
Dat van de dolle pret leute en verzet
Ingrid Lenaerts
Bakens
Bakens als oude watervogels op zee
Zij houden er alleen de wacht
zij kijken uit op een veelkoppige zee
soms op woeste hoogte der golven
soms boven de spiegelende waterrust
zijn ze van dienst hondstrouw
Ze houden stand in weer en wind
Bakens als oude watervogels op zee
Ingrid Lenaerts
argeloos
vertragen
De stilte vertraagt
aardewarmte verdampt snel
na een regenbui
Ingrid Lenaerts
luchten
Donkere sluiers
rond de avondzon gestrikt
een onweer trekt door.
Ingrid Lenaerts
reiger
De lucht is broeierig heet zonder adem
Ingrid Lenaerts
dreiging
Wolken in flarden
troepen weer dreigend samen
slechts één zwak lichtpunt
Ingrid Lenaerts
overzee
Een zeearend oogt
hoog op een rots over zee
waar de branding klotst
Ingrid Lenaerts
Hun zondag
Ze zitten hun zondag uit gewoon
in café de Zwaan, bij witte Bertha
Ze geloven in het heil van samenzijn
Hun stevige borrele weze hun getuige.
De jenever klinkend koel streelt de tong
verstevigt het woord bevestigt de daad
Hier wordt durf aan de man gebracht
de vlam van de liefde nog een kaarspitje
De koene ridders vloeken als vabebonden
hun overmoed onder de mat van de herberg
terwijl hun neuzen kleuren als kabouters
om de eenzaamheid een hak te zetten
Ingrid Lenaerts
witte bank
De witte bank wacht
mijn grootmoeder rust er uit
in jaren vrede
Ingrid Lenaerts

