pretlichtjes
Dat ik de lichtjes van het park zie dansen op het water
dat ze ons telkens vervormen in de wijde rimpeling
van de vijver het maakt ons tot spel binnen het feest
brengt ons dichter bij elkaar als wiegende tortelduifjes
dan zeg je me voor eerst heel zacht dat je van me houdt
ik hoor niets liever, ik zoek mijn adem knijp in je hand
ik verdwijn in de mist van mijn antwoord en fluister ik ook
Zouden de pretlichtjes nu ook in onze ogen weerkaatsen?
Ingrid Lenaerts

