alleen
Ze mompelt
Ingrid Lenaerts
alleen
verbreek de stilteZelfs stilte in de kamer vraagt antwoord
de wacht één voor één bij moeder
al maanden in bed tussen de sponden
alsof ze de gevangene is van zichzelf
Comateus en starend naar het plafond
waar de vliegen gonzen bij deze hitte
Ze geeft nauwelijks nog een krimp
een grijns op het gezicht onverklaarbaar
wij houden haar hand die uit onze hand valt
als een weerlloos vogeltje bij de eerste vlucht
wij fluisteren haar zachte woorden toe
die in het dagelijks fluidum vervagen
Wij neuriën de liedjes van toen
maken misbaar als joelende circusclowns
ze heeft er geen oor naar tenzij afwezig
een zucht die de kamer alleen registreert
Moeder zoals je éénmaal was
grappig en guitig onze levensboom
geef ons je kinderen één teken van leven
Verbreek die verschrikkelijke stilte.
Ingrid Lenaerts
woeste zeeNauwelijks nog te herkennen
alsof ze kookt met haar gifgroene dampen
en koppen op de golven
zoals de grijnslach van rijen saters
die dood en vernieling dansen
onder een grijs laag wolkendek
dat gedreven wordt door een zotte wind
een bende imaginaire paarden
die op hol slaan naar nergens.
De dijken zijn leeg geveegd
baden in plassen glimmende stenen
Het strand draagt een tonnenlast
nat zand dat verzopen berust
Een occasionele wandelaar is eenzaat
diep in de jekker gedoken
op zoek naar droogte
en wat warmte bij het vuur
binnenskamers
Ingrid Lenaerts
dennenbos
de zomer is moeDe zomer is moe in de buik van het jaar
weldra wil hij vertrekken naar de overkant
de regen schudt hem uit de bomen
de aarde moddert hem maar aan
in trieste plassen en koude rillingen
de lucht met zijn te grijze overjas
heeft zich ter plaatse gevestigd
het vakantieleven draagt de regenjas
zelfs de wolletjes zijn al uit de kast
wat een contrasten in dit eigenste land!.
Ingrid Lenaerts
spaanse tuinenBlijf bij het vuur na de patio
tot de goden van de nacht springen
uit bolle glazen
In hun sterke armen en benen
verstikt mijn grootmoeder
haar doofheid
zij hoort krekels en schuine moppen
zij bestrooit de wereld met peper en zout
Grootvader jij houdt van bloesempracht
op dit onkristelijk uur der trompetboom
onder de arabesken wacht de oppergod
geniet er van geuren klanken en betovering
Zo juist kwam De Falla langs
Ingrid Lenaerts
hou de rampen verafHet regent druppels waterverdriet
in het hoge gras dat zich gemarteld weet
deze grillige zomer die tergt als een demoon
eerst met zijn verzengende hitte
schroeit hij de aarde dicht
gebakken klei die barst en water bedelt
even later watersluizen open
dood en vernieling voor de akkers
die verzinken in een modderbad
rillend in hun overnatte vlakte
om evenwicht smeekt de groei
hou de rampen veraf
Ingrid Lenaerts
nachtzwaluw
Uit alle' windhoekenLiefde uit alle windhoeken
als van alle markten thuis
welllicht de kleine registratie
tot boomhut verbouwd
waar wij ons veilig voelen
elkaar licht victorie kraaien in
betere tijden of gewoon zwijgen
tot de dood zijn vennoten haalt
Comptabiliteit van geliefde lijven
waar wij sparen met onthaasting
op de roulette zonder halte
voor vaders in titanenstrijd en moeders
die elkaar verdringen op de troon
de liefde die ze hebben of verlizen
de kleine duimpjes ten voeten uit
de zware lasten die ze verbloemen.
Ingrid Lenaerts
help ik verzuip
euforie
dagje uit
aquarel
goudvissen
in het hoofd op de akkerHebben ze de liefde in hun hoofd
ze horen de vogels roepen op de akker
terwijl ze elkaar omhelzen
versmelten tot een menhir
op de stoppelvelden van de augustusakker
Nu zon alleen nog hun leven is
terwijl een strakke wind over het land spant
lopen ze verder onder de Canada's
met hun melancholiek geruis
dat oneindige horizonten oproept
Zij zijn jong al heel ver in de liefde
al boven de sterren
zien niets of niemand meer.
Ingrid Lenaerts
vaal
zeeJe loopt op een draf door het mulle zand
schelpen bij de vloedlijn vormen een muur
daar achtergelaten door de wegebbende zee
een frisse wind staat strak op je gelaat
Je voelt je wangen spannen door heilkracht
van lucht licht en water die je ,alsof op vleugels dragen.
Een diepe vreugde zonder meer borrelt in je lijf
terwijl je door het zilte water stapt zo wijds
de horizonten hangen hun wolken aan de einder
het water klotst onaf tegen de golfbreker
Kinderen spelen tikkertje op het zomerstrand
ze huppelen door de ondiepe rimpelplassen
de zee ruist haar verhalen uit de verte
Nooit hebbben ze een einde of begin
de zee zijn is zoals een moeder van alle dingen.
Ingrid Lenaerts
ze liepZe liep tegen de wind in
onzeker na de storm
die glazen en huisraad slingerde
en rinkelend vertrok
De angst kneep om de wortels
van bestaan de grote vragen
als waarom moest dit gebeuren
wat zij niet begreep.
Geen antwoord bij de vlucht
Waar kon zij schuilen bij nood ?
de helpende hand moest gevonden
tot de laatste snik het onderdak
Ingrid Lenaerts
een beetje weerOver het land mist
druilerig ontwaakt de dag
maar zon wordt verwacht
Ingrid Lenaerts