sneeuw
Sneeuw in de vlakte
de ijzigstille velden
zwijgen hun winter.
Ingrid enaerts
sneeuwSneeuw in de vlakte
de ijzigstille velden
zwijgen hun winter.
Ingrid enaerts
de roep van de duisternisZe zat langs de wegrand , de duisternis
gehuld in zwart ribfluweel
ze zat te staren naar het uiteinde van de nacht
de maan was afwezig
de sterren die avond al vertrokken
naar een andere hemel
de duisternis zong haar klaagzang
voor wie het horen wou
door merg en been gingen haar kreten
ik huiverde in mijn dromen
en plots was ze verdwenen
met de komst van het licht
Ingrid Lenaerts
antenneAntenne te kijk gezet
Dakbewoner ik alle stilte
Eenzaam, allicht een beetje
Ondanks informatieve functie
Antenne doet wel dromen
Stelt me ruimtetechnologie voor
Een raket klaar voor de start
Antenne, zal echter niet vertrekken
ook niet onbemand
is nu de rustplaats voor duiven
die haar bekladden met
hun visitekaartjes in geel en wit
en bovendien erg vuil
Antenne te kijk gezet
Ingrid Lenaerts
oude hond
vraagde lucht beantwoordt
de vraag om sneeuwt niet
zomaat wordt hij uitgeschud
over akkers en velden
de wind in het noordwestergat
geselt ons in het gezicht
de korrelige hagel klettert
op de straat zolas bij een onweer
even later gaapt de zon
door een bleke winterspleet
het weer is ziek
teveel aan sneeuw
en neerslag
en daarbij dan nog de kou
het is allemaal om vlug te vergeten.
Ingrid Lenaerts
maan en sterrenMaan en sterren treffen elkaar
in een heldere nacht geen zucht rondom
de lucht is zwanger hoogblauw
daarboven wordt gewerkt
de hemellichamen reizen kris kras
zoals mieren in bedrijvigheid
de maan kijkt stil en ongedwongen
zij wacht over de nacht daar beneden
Ingrid Lenaerts
vragenEen kind dat echt speelt
vergeet begin vraagt niets meer
zo buiten zijn rol
Ingrid Lenaerts
vertrek
gedicht van de dag
winterWinter je laat je weer voelen
je ogen staan kouder dan het ijs
je adem stolt in mijn haren
je vriend de noordenwind blaast
de rillingen op mijn rug
je woorden bevriezen de dag
je hebt de zon verkild
tot een koude afstandelijkheid
heb je weer sneeuw in petto?
beteken je weer gevaar op de weg ?
laat die dingen toch eens minder opduiken
en spaar ons toch een beetje.
Ingrid Lenaerts
pechde nacht kijkt somber
door duisternis belegerd
lichten plots gedoofd
Ingrid Lenaerts
banaan
holle wegHet lijkt een illusie
dat deze weg naar de hemel gaat
hij slingert zich hogerop
en wij hier beneden
zien aan beide kanten
braambesstruiken
in hun naaktheid
van een winterseizoen
vogels kwetteren vulgair
op het midden van de weg
om resten brood
de hemel is flauw geblauwd op grijs
zoals op een aquarel
wij gaan onze illusie achterna
de vogels stuiven weg
verder gebeurt er niets meer
op deze stille weg
Ingrid Lenaerts
liggende engelEen mollig engeltje in het gras
rustig op zijn buik
klapwiekend met zijn vleugels
beentjes achteruit in de lucht
steunend op zijn beide ellebogen
daagt mij uit hem te bekijken
hij kirt van plezier
op deze zonnige dag
geloof ik nu mezelf?
Ingrid Lenaerts
regenmorgenHet regent verdriet
dakpannen rillen betraand
sombere tijden
Ingrid Lenaerts
oktoberOktober vergrijst de lucht
de zon wordt schaars en vaal
het land verlegt zijn zwaartepunt
in kleuren geel en bruin
het groen vergaat de akkers
bomen kalen waaiend in regenvlagen
blaren versterven in vijvers en plassen
we zitten vlug in schemerdonker
dat ons innewaarts keert
de huiskamer verenigt haar bewoners
langer tussen dag en nacht
hier het zwaartepunt gezelligheid
bij een glas rode wijn
in de schemering van een haardvuur
oktover verwarmt ons bij elkaar
Ingrid Lenaerts
strandStrandstoel geborgen
alle cabines gesloopt
de zee gebleven
herinneringen
ze reizen mee in de tijd
vakantie voorbij
de meeuw krijst immer
ijzig en scherp haar geroep
onbewogen zee
september brengt wind
het zand verwaait zot en knarst
tussen de tanden
Ingrid Lenaerts
elf uur,twaalf uurHet uur elf
een dag zo goed als halfrond
maandag op zijn maandags
langzaamaan stippelt zich de lijn
de wekelijkse markt is volop bezig
hij gonst van mensen
van zakelijke bedrevenheid
en kleine listen
de groenten en het fruit
ze glimmen en kleuren de voorbijganger
roepen kooplustigen
het uur twaalf nadert
de marktkramers sluiten hun kraampjes
de kaasboer is de laatste
zijn rolluiken aan het kraam rollen af
de mussen genieten nog na
van alle resten
de vuilniswagen ruimt op
Ingrid Lenaerts
meisje van vierZe weet het allemaal zegt ze
hoewel ze voortdurend vragen stelt
waarom ben ik nu hier in dat bos?
Jij wou niet thuis blijven ,je wou wandelen gaan
zijn haar conclusies
ik kon ook thuis blijven zegt ze.
Ze stapt naast me door en verwacht reactie
sneller dan ik kan antwoorden
hou jij niet van tekenfilm ?
Moet ik daarom in het bos wandelen.
Zijn dekabouters hier nu in dat bos?
Enige verklaring geeft ze niet
want zij is de groet vraagbaak
kom we gaan ze zoeken moeke ,de kabouters
en nu wij beiden op pad
oma en kleindochter op zoek
naar kabouters ,ze bestaan echt hoor moeke
op dit moment van de dag
bij hoge zomertemperaturen
nin een schaduwrijk dennenbos
denk ik : we zullen ze vinden
die mannetjes van de nacht
die zich altijd verstoppen
en we blijven maar zoeken
we zullen ze vinden ...
Ingrid Lenaerts