ILenaerts
ILenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
holle weg
Het lijkt een illusie
dat deze weg naar de hemel gaat
hij slingert zich hogerop
en wij hier beneden
zien aan beide kanten
braambesstruiken
in hun naaktheid
van een winterseizoen
vogels kwetteren vulgair
op het midden van de weg
om resten brood
de hemel is flauw geblauwd op grijs
zoals op een aquarel
wij gaan onze illusie achterna
de vogels stuiven weg
verder gebeurt er niets meer
op deze stille weg
Ingrid Lenaerts
liggende engel
Een mollig engeltje in het gras
rustig op zijn buik
klapwiekend met zijn vleugels
beentjes achteruit in de lucht
steunend op zijn beide ellebogen
daagt mij uit hem te bekijken
hij kirt van plezier
op deze zonnige dag
geloof ik nu mezelf?
Ingrid Lenaerts
regenmorgen
Het regent verdriet
dakpannen rillen betraand
sombere tijden
Ingrid Lenaerts
oktober
Oktober vergrijst de lucht
de zon wordt schaars en vaal
het land verlegt zijn zwaartepunt
in kleuren geel en bruin
het groen vergaat de akkers
bomen kalen waaiend in regenvlagen
blaren versterven in vijvers en plassen
we zitten vlug in schemerdonker
dat ons innewaarts keert
de huiskamer verenigt haar bewoners
langer tussen dag en nacht
hier het zwaartepunt gezelligheid
bij een glas rode wijn
in de schemering van een haardvuur
oktover verwarmt ons bij elkaar
Ingrid Lenaerts
strand
Strandstoel geborgen
alle cabines gesloopt
de zee gebleven
herinneringen
ze reizen mee in de tijd
vakantie voorbij
de meeuw krijst immer
ijzig en scherp haar geroep
onbewogen zee
september brengt wind
het zand verwaait zot en knarst
tussen de tanden
Ingrid Lenaerts
elf uur,twaalf uur
Het uur elf
een dag zo goed als halfrond
maandag op zijn maandags
langzaamaan stippelt zich de lijn
de wekelijkse markt is volop bezig
hij gonst van mensen
van zakelijke bedrevenheid
en kleine listen
de groenten en het fruit
ze glimmen en kleuren de voorbijganger
roepen kooplustigen
het uur twaalf nadert
de marktkramers sluiten hun kraampjes
de kaasboer is de laatste
zijn rolluiken aan het kraam rollen af
de mussen genieten nog na
van alle resten
de vuilniswagen ruimt op
Ingrid Lenaerts
meisje van vier
Ze weet het allemaal zegt ze
hoewel ze voortdurend vragen stelt
waarom ben ik nu hier in dat bos?
Jij wou niet thuis blijven ,je wou wandelen gaan
zijn haar conclusies
ik kon ook thuis blijven zegt ze.
Ze stapt naast me door en verwacht reactie
sneller dan ik kan antwoorden
hou jij niet van tekenfilm ?
Moet ik daarom in het bos wandelen.
Zijn dekabouters hier nu in dat bos?
Enige verklaring geeft ze niet
want zij is de groet vraagbaak
kom we gaan ze zoeken moeke ,de kabouters
en nu wij beiden op pad
oma en kleindochter op zoek
naar kabouters ,ze bestaan echt hoor moeke
op dit moment van de dag
bij hoge zomertemperaturen
nin een schaduwrijk dennenbos
denk ik : we zullen ze vinden
die mannetjes van de nacht
die zich altijd verstoppen
en we blijven maar zoeken
we zullen ze vinden ...
Ingrid Lenaerts
stoeien
stoeien in het maanlicht
de gewoonte der poezen
op de rand van de daken
elkaar achtervolgen
balancerend zoals acrobaten
hun nummertje ten beste geven
daarbij ook ander spektakel
dat het kattendom vermenigvuldigt
een gewone drukte
met het nodige lawaai
stoeien in het maanlicht
Ingrid Lenaerts
zeg het niet
zeg het niet
aan de maan en de nacht
dat ik niet slapen kan
dat ik je nu al mis
daar zover wellicht onder de sterren
op een verre landweg
of in een denderende trein
een dobberende boot
een rinkelende tram
die je wegvoert naar oneindig
een zee een strand een berg
de grote vlakte
mijn kind dat er niet is
geen tastbaar iets alles te ver verleden
Ingrid Lenaerts
verdriet van een cactus
ik moet ze dragen die stekels
als inplantaten op mijn rubberhuid
ik wil ze kwijt die naalden
die afschrikken en verjagen
ik wil alleen mijn bloemen houden
de roze droom tussen de prikkldraad
ik schaam me deze stekels te dragen
daarom ben ik niet geliefd
ik zou het anders willen
iedereens vriend
met mijn flitsende bloei
londer de staalblauwe hemel.
Ingrid Lenaerts
trekkend licht
vertrekkend ver licht
daar heel hoog in de wolken
de nacht verdrijft je
morgenvroeg weer daar
de nacht duw jij dan weer weg
geen dag zonder jou
Ingrid Lenaerts
oleander
Zuid oleander
hippe bloem op hupse stam
je bent mijn zomer
Ingrid Lenaerts
Mei
Mei staat op scheiden
haalt weldra de eindmeet
dan kijk ik naar de seringenbloesems
die me toewuiven als een afscheid
van een maand die elk jaar
het nieuwe leven draagt
waar wij altijd naar trachten
in kleine ootmoed
of soms vurig verlangen
naar symbolen liefde
vruchtbaarheid van aarde
warmte in het nest
om verder te gaan
naar de zomerse triomf
van de natuur.
Ingrid Lenaerts
wie?
Wie denkt nu aan de regen
op deze zonovergoten dag?
De zon lijkt alles vrij te maken
tot eindeloos dromen
tot daar de eerste wolken doemen
hoog in de lucht
en groeien tot bloemkolen ,
dan wordt de dag weer iets zwaarder
en als dan de donder roffelt in de verte
de wind de bomen schudt
als dansende beatnicks
dan gaan we even huiveren en hopen
dat het onweer niet te brutaal zal zijn.
weergoden houden er geen rekening mee
De eenvoudige sterveling is een loteling.
Ingrid Lenaerts
Middeleeuws getailleerd
in roestkleurige straten
onder een brandende middagzon
staalblauwe hemel
daar speelt de petanqueclub
zijn kampioenschap
In de schaduw van een oude plataan
zit een muzikant accordeon te spelen
hij doet het vol overgave
langoureus intiem is zijn boodschap.
Zijn hond houdt het op loom
maar hapt soms naar de vliegen
Rode geraniums aan het raam
van le petit bistrot
op het terras met een koel glas zwijn
het zwoelt in mijn herinnering.
Ingrid Lenaerts
sfinx
ze blijft zonder woorden zolas een sfinx
die een piramide bewaakt sinds eeuwen
lachen doet ze nooit geen plooien of rimpels
gezicht wezenloods op een maanlandschap
Zou zedenken van toen en wat nog zal
ik kijk haar aan alsof ik haar nog nooit zag
Ik vraag haar zon en regen en een hand
ze laat me blijvend raden naar een antwoord.
Ingrid Lenaerts
de façade
De façade oogt schijnheilig
een laagje goedkoop verbergt verval
de verloedering van het huis
van oude glorie
doet pijn
het ademt door quasi verstopte poriën
de ramen zijn moe
van in weer en wind weerstand te bieden
de drempel vertoont sleet
uitgehold door de tijd
versleten voetstappen
gebroken muren verzwijgen
een geschonden dak
een verloren ziel
die brokkelend waakt
De façade oogt schijnheilig.
Ingrid Lenaerts
zoon
Als bij toeval zoon
waar ook een vader moet bijbehoren
maar die niet opdaagt
de grote onbekende
een moeder die heenging
en achterliet haar zoon
vreemden ooms en tantes
allen stelden ze hun normen hun eisen
zegden ze wat hem het beste was
hij die de zoon was van zovelen
maar in feite van niemand
Waar moest hij heen om dit te weten?
Zonder antwoord bleef zijn vraag.
Zijn rebellie werd afgekeurd
het goede droeg geen naam
werd niet erkend
Waarom was hij er dan toch?
Ingrid Lenaerts
verliefd
Op de lentetakken van april
gingen de levenssappen klimmen
ook tot in het bloed van de man
en de vrouw die de vonken voelden
in een oogopslag die een knipoog werd
de streling op de wang van tederheid
het hart dat harder bonst
dan niet wil luisteren maar op springen staat
van de verliefdheid die kriebelten krabbelt
in gedachten en in werkelijkheid
van top tot teen van het hoofd over de handen
tot diep in de schoot waar het ware leven schuilt
ze kusten elkaar
vol overtuiging dat het zou gebeuren
en het duurt nog steeds
aha die sakkerse verliefdheid
maakt haar eigen wet
er is geen ontkomen aan.
Ingrid Lenaerts

