Middeleeuws getailleerd
in roestkleurige straten
onder een brandende middagzon
staalblauwe hemel
daar speelt de petanqueclub
zijn kampioenschap
In de schaduw van een oude plataan
zit een muzikant accordeon te spelen
hij doet het vol overgave
langoureus intiem is zijn boodschap.
Zijn hond houdt het op loom
maar hapt soms naar de vliegen
Rode geraniums aan het raam
van le petit bistrot
op het terras met een koel glas zwijn
het zwoelt in mijn herinnering.
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
sfinx
ze blijft zonder woorden zolas een sfinx
die een piramide bewaakt sinds eeuwen
lachen doet ze nooit geen plooien of rimpels
gezicht wezenloods op een maanlandschap
Zou zedenken van toen en wat nog zal
ik kijk haar aan alsof ik haar nog nooit zag
Ik vraag haar zon en regen en een hand
ze laat me blijvend raden naar een antwoord.
Ingrid Lenaerts
de façade
De façade oogt schijnheilig
een laagje goedkoop verbergt verval
de verloedering van het huis
van oude glorie
doet pijn
het ademt door quasi verstopte poriën
de ramen zijn moe
van in weer en wind weerstand te bieden
de drempel vertoont sleet
uitgehold door de tijd
versleten voetstappen
gebroken muren verzwijgen
een geschonden dak
een verloren ziel
die brokkelend waakt
De façade oogt schijnheilig.
Ingrid Lenaerts
zoon
Als bij toeval zoon
waar ook een vader moet bijbehoren
maar die niet opdaagt
de grote onbekende
een moeder die heenging
en achterliet haar zoon
vreemden ooms en tantes
allen stelden ze hun normen hun eisen
zegden ze wat hem het beste was
hij die de zoon was van zovelen
maar in feite van niemand
Waar moest hij heen om dit te weten?
Zonder antwoord bleef zijn vraag.
Zijn rebellie werd afgekeurd
het goede droeg geen naam
werd niet erkend
Waarom was hij er dan toch?
Ingrid Lenaerts
verliefd
Op de lentetakken van april
gingen de levenssappen klimmen
ook tot in het bloed van de man
en de vrouw die de vonken voelden
in een oogopslag die een knipoog werd
de streling op de wang van tederheid
het hart dat harder bonst
dan niet wil luisteren maar op springen staat
van de verliefdheid die kriebelten krabbelt
in gedachten en in werkelijkheid
van top tot teen van het hoofd over de handen
tot diep in de schoot waar het ware leven schuilt
ze kusten elkaar
vol overtuiging dat het zou gebeuren
en het duurt nog steeds
aha die sakkerse verliefdheid
maakt haar eigen wet
er is geen ontkomen aan.
Ingrid Lenaerts
hoogzon
bij stapelwolken
beklimt felle zon hun rug
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
hopeloos verliefd
Verliefd op de schaduw van haar naam
hopeloos probeert hij deze te vangen
met het grootmazige visnet
waarmee hij zijn buikvlinders schepte
die hem immer kriebelden en krabbelden
alleen al bij de gedachte
naam en schaduw te ontmoeten
Hij ontrolt zijn tong op het blad der bekoring
zoals een kikker die muggen vangt
helaas is zijn vangst zeer mager
maar hij geeft de moed niet op
en blijft zijn bezigheid bestendigen
Ingrid Lenaerts
zijn ziel
Starend naar de binnenkant
van zijn lijf dat zeurt van wroeging
probeert hij zijn ziel te vinden
maar ze ontglipt hem steeds
wanneer hij haar staart wil vatten.
maar de ziel lacht en lacht
ach jongen ik heb geen staart
zelfs op de zoom van mijn baljurk
daar kan je niet op trappen
ik ben stofloos en zonder materie
ik ben je geest en niet die kerel uit de fles
luister naar mijn goede raad
die hoor je als je maar wil
dan moet je niet zoeken
dan zijn we de beste maatjes
en wroeging verdwijnt
op staande voet.
Probeer me jongen lacht de ziel
en weg is ze weer
op ronde in zijn lijf.
Ingrid Lenaerts
paashaas
Ik ben geen paashaas
die de eieren verft
die chocolade-eitjes vult
met praliné of marsepein
ik ben gewoon een mama
en een oma die paashaas speelt
ik koop de lekkernijen
speel voor paasklok of paashaas
al van in de vroege uurtjes
met het verstoppen
van het paashaasbezit
tussen de struiken en bloembakken
maar deze morgen zag ik mijn buurman
verkleed in paashaas
met een mandje eieren aan zijn poot
hij deelde eieren uit
voor de superette in het dorp.
hij gaf mij de vijf
toen ik hem vroeg hoe hij zich voelde
in zijn paashazengedaante.
hij kneep me stevig in de hand
zo voel ik me zei hij raaselachtig.
Hij liet zich gelden die paashaas
hij liet zich niet beetnemen.
Ingrid Lenaerts
ik schrijf
Ik schrijf je duizend brieven
liefste liefde in zachte woorden
Ik wil tot bij je komen
zelfs op mijn vleugels van overmoed
wanneer het goed fatsoen gaat falen
wij vervolgd en verguisd worden
door een inquisitie van boze tongen
Er is geen held die me tegenhoudt
die de waarheid zou verpachten
ik verbrand alle verlangens die ik achterlaat
alleen dat enig onblusbare vuur
jou te vervoegen
Ingrid Lenaerts
paal en perk
lente
wees welkom lente
blijdschap, we ontvangen je
Zon,verwen ons toch
stralende hemel
azuurblauw voor het lichte licht
jouw wedergeboorte
Ingrid Lenaerts
echo en ik
hij bootst me na als een aap
Ik stuur hem terug
Hij herhaalt mijn spraak
zeg dat hij nu moet stoppen
hij blijft toeroepen
Ingrid Lenaerts
leeuw
Een leeuw in een kooi
droomt lui van de savanne
uit betere tijd
het vlees in het hok
jacht is voor altijd voorbij
een leeuwendeel smart
Ingrid Lenaerts
tuinperk
Twijgen van heesters
barsten bijna uit hun knop
in een lentezon
Ingrid Lenaerts
kaaiewaaien
Met kaaiewaaien
laat je los in weer en wind
een overgave
Ingrid Lenaerts
wilgenkatjes
De lente in aantocht
wilgenkatjes verstuiven
langs de kanaalweg.
Ingrid Lenaerts
zwijgen
Het eeuwig zwijgen
voor haar innige liefde
haar blijvend verdriet
op een kier de deur
die nooit volledig opent
een berg van wanhoop
Ingrid Lenaerts

