verliefd
Op de lentetakken van april
gingen de levenssappen klimmen
ook tot in het bloed van de man
en de vrouw die de vonken voelden
in een oogopslag die een knipoog werd
de streling op de wang van tederheid
het hart dat harder bonst
dan niet wil luisteren maar op springen staat
van de verliefdheid die kriebelten krabbelt
in gedachten en in werkelijkheid
van top tot teen van het hoofd over de handen
tot diep in de schoot waar het ware leven schuilt
ze kusten elkaar
vol overtuiging dat het zou gebeuren
en het duurt nog steeds
aha die sakkerse verliefdheid
maakt haar eigen wet
er is geen ontkomen aan.
Ingrid Lenaerts

