hoogzon
bij stapelwolken
beklimt felle zon hun rug
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
hoogzonbij stapelwolken
beklimt felle zon hun rug
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
hopeloos verliefdVerliefd op de schaduw van haar naam
hopeloos probeert hij deze te vangen
met het grootmazige visnet
waarmee hij zijn buikvlinders schepte
die hem immer kriebelden en krabbelden
alleen al bij de gedachte
naam en schaduw te ontmoeten
Hij ontrolt zijn tong op het blad der bekoring
zoals een kikker die muggen vangt
helaas is zijn vangst zeer mager
maar hij geeft de moed niet op
en blijft zijn bezigheid bestendigen
Ingrid Lenaerts
zijn zielStarend naar de binnenkant
van zijn lijf dat zeurt van wroeging
probeert hij zijn ziel te vinden
maar ze ontglipt hem steeds
wanneer hij haar staart wil vatten.
maar de ziel lacht en lacht
ach jongen ik heb geen staart
zelfs op de zoom van mijn baljurk
daar kan je niet op trappen
ik ben stofloos en zonder materie
ik ben je geest en niet die kerel uit de fles
luister naar mijn goede raad
die hoor je als je maar wil
dan moet je niet zoeken
dan zijn we de beste maatjes
en wroeging verdwijnt
op staande voet.
Probeer me jongen lacht de ziel
en weg is ze weer
op ronde in zijn lijf.
Ingrid Lenaerts
paashaasIk ben geen paashaas
die de eieren verft
die chocolade-eitjes vult
met praliné of marsepein
ik ben gewoon een mama
en een oma die paashaas speelt
ik koop de lekkernijen
speel voor paasklok of paashaas
al van in de vroege uurtjes
met het verstoppen
van het paashaasbezit
tussen de struiken en bloembakken
maar deze morgen zag ik mijn buurman
verkleed in paashaas
met een mandje eieren aan zijn poot
hij deelde eieren uit
voor de superette in het dorp.
hij gaf mij de vijf
toen ik hem vroeg hoe hij zich voelde
in zijn paashazengedaante.
hij kneep me stevig in de hand
zo voel ik me zei hij raaselachtig.
Hij liet zich gelden die paashaas
hij liet zich niet beetnemen.
Ingrid Lenaerts
ik schrijfIk schrijf je duizend brieven
liefste liefde in zachte woorden
Ik wil tot bij je komen
zelfs op mijn vleugels van overmoed
wanneer het goed fatsoen gaat falen
wij vervolgd en verguisd worden
door een inquisitie van boze tongen
Er is geen held die me tegenhoudt
die de waarheid zou verpachten
ik verbrand alle verlangens die ik achterlaat
alleen dat enig onblusbare vuur
jou te vervoegen
Ingrid Lenaerts
paal en perk
lentewees welkom lente
blijdschap, we ontvangen je
Zon,verwen ons toch
stralende hemel
azuurblauw voor het lichte licht
jouw wedergeboorte
Ingrid Lenaerts
echo en ik
leeuwEen leeuw in een kooi
droomt lui van de savanne
uit betere tijd
het vlees in het hok
jacht is voor altijd voorbij
een leeuwendeel smart
Ingrid Lenaerts
tuinperk Twijgen van heesters
barsten bijna uit hun knop
in een lentezon
Ingrid Lenaerts
kaaiewaaienMet kaaiewaaien
laat je los in weer en wind
een overgave
Ingrid Lenaerts
wilgenkatjesDe lente in aantocht
wilgenkatjes verstuiven
langs de kanaalweg.
Ingrid Lenaerts
zwijgenHet eeuwig zwijgen
voor haar innige liefde
haar blijvend verdriet
op een kier de deur
die nooit volledig opent
een berg van wanhoop
Ingrid Lenaerts

lente
langzame leegte
stadswal
winterzonBij valavond schijnt
plots een vage winterzon
winterbrandwolken
Ingfrid Lenaerts
boswegOp de bosweg loopt
verschrikt een schichtig konijn
verdwijnt in zandpijp.
Ingrid Lenaerts
moerassenMoerassen slapen
wintertijd tussen het riet
één eend zwemt er traag
Ingrid Lenaerts