stilte
Sloom en slakkerig zonder woorden
tam en traag in mijn hoofd als leeg
ingehouden stemmen
laten niets beduidend na
te ver van je af
eenzaamheid die me overvalt
Ingrid Lenaerts
stilteSloom en slakkerig zonder woorden
tam en traag in mijn hoofd als leeg
ingehouden stemmen
laten niets beduidend na
te ver van je af
eenzaamheid die me overvalt
Ingrid Lenaerts

Nachten als donkere mantels
over de aarde gespreid
waaronder wij dromen verbergen
ze aan middenaarde toevertrouwen
Nacht die zich spiegelt als woelwater
in de vele liefdes die zich bedrijven
klimmen naar oneindige hoogten
verzinken in het niets van duisternis
waar zoveel alter-ego's hun sporen wissen
ja zelfs in de nog ongeboren maan
het leven dat bedauwd weer morgen wordt
bibberend in de vale septembermorgen
Ingrid Lenaerts
door het oogDoor het oog van een naald
een kunst die alleen de draad vermag
hoewel sommigen onder ons
een waterkans hebben
om deze prangende gebeurtenis
te realiseren dankzij het enge toeval
dat hen die kans bood
te overleven of te vluchten
op het scherp van de snede
Het oog van de naald is niet uitnodigend
in het dagdagelijks gebruik
eerder onvriendelijk dan toepasselijk.
Ingrid Lenaerts
druivenoogstAan de wijnstokken
kleuren druiventrossen rijp
onder een herfstzon
Innige warmte
gloeit over de leistenen
Dra wijn in wording
Ingrid Lenaerts
de staat van het bezitDe staat van het bezit
Ik stel veroudering vast,ja.
Gisteren sneuvelde alweer iets
Meer van het lege nest brak af;
De schommel onder de boom
In de wind nog plank en touw
Te bergen voor dce vuilnisronde
Een leven heengesneld
Ingrid Lenaerts
Uit de bundel "huishouding"
als de wind
kop in het zandKop in het zand kop in het zand
Ik vraag wat is er toch aan de hand
Het wil niet vlotten in dit hoofd
hoewel de toekomst juist alles belooft
ik weet het echt: ik ben geen held
het is mismoed die me telkens velt
Ik wil het schreeuwen van alle daken
de wereld wil ik gaan wraken
ik voel me in mijn woord stikken
ik verdraag geen misprijzende blikken
Ik wil weer tussen mensen lopen
kon ik er maar een beetje op hopen
Ik draag dat verdomde mal gezicht
ik denk alle blikken op mij gericht
gebrandmerkt als een nietsnut van belang
voor deze uitspraken ben ik zo bang
ik bibber de barsten in mijn lijf dicht
mijn ellende is innerwaarts gericht
ik moet mijn poorten openstellen
de levenskrachten laten opwellen
ik kan het niet op eigen krachten
ik zal op oneindig moeten wachten
ik moet hulp voor dit zieke hoofd
ik voel mij van vreugde beroofd
Kop in het zand kop in het zand
Wat is met mij aan de hand?
Ingrid Lenaerts
een dansfeestZoals vele indianen bij een vreugdevuur
hebben wij gedanst op dit dorpsfeest
Uitbundig zoals kinderen sprongen we rond
rijdansen als molenwieken draaiend in de wind
we roffelden rytme op potten en pannen
experimenteel evenement onder de kerktoren
die om het kwartier klokken liet weergalmen
met toeters en bellen hebben we gedweept
tot de feestvarkens ons hun apotheose showden
met een tango die tot de verbeelding sprak.
Onvergetelijk festijn aan wasdraad herinneringen
Memo aan deze zonnige septemberdagen
Ingrid Lenaerts
zijn heengaan
naar het oostenNaar het oosten werd hij gedreven
niet zoals de wijzen die tegengesteld reisden
hij verzamelde voor deze lange tocht
zijn gedichte gedachten van een leven
dat begon bij de inwijding vol geheimen
een analyse der dingen
en nog veel meer
Ingrid Lenaerts
een beetje septemberSeptember is van 's morgens vroeg gespannen
tussen kantwerk waar spinnen klossen
Zij zijn de meesters van het vak
hoeven geen patroon of andere hulp
Dauw en nevel hangt er te bengelen
als parels kristal die je hoort tingelen
het gras ademt de aaardewarmte uit
je hoort het zuchten en zalven
schudt zijn natte sprieten in de ochtendzon.
de appelboom achterin de tuin vergeelt
zijn roodrijpe appels ploffen op de grond
De pluk moet vandaag nog beginnen.
Ingrid Lenaerts
hotel
ze zei me datStraalblauwe septembermorgen
met de dood op schoot
spraakmakend verdriet dat zich niet verkoopt
een stilte die haar mantel sloot
rondom alle gemis dat nu groeide
als een woekerplant distelde
ze zei me toen
dat ik alle herinneringen
in een notendop droeg
toen liefde al lang wortelde
in haar jonge lichaam.
Ik heb haar nooit meer weergezien
toen de oorlog losbarste
als de duivel uit een bezetene.
Ingrid Lenaerts
ik hou van
als een afgeruktZoals een afgerukt blad
door een najaarsstorm
drijf ik op de het water
versnelt de stroming
kolkend verword ik
rivier buiten de oevers
een onderwaterwereld
boven doffe velden
ellende en overlast
Ingrid Lenaerts
zwijgen is...
wat zij doetWat zij ook doet , dat doet ze goed
Ze heet ons hartelijk welgekomen
omarmt ons met haar gulle warmte
lacht met haar gouden hart een thuis
Wat zij niet doet dat verzaakt ze
ze wil geen kwaad in het gelid
weert de boze geesten en lange tongen
bant het zwarte zaad uit onze tuin
Ze is onze grote toevucht in nood
wanneer ze de reddingsboei uitgooit
tot overleven de stormen des levens
is onze uiterste troost in bange dagen.
Ingrid Lenaerts
oostende gelooft in...Met de hond rondneuzen in het zand
om de haverklap die zijn toekomst volgt
zij losse wandelaar haren in de wind
volgt een stevige stap aan de rand
van de zee spoelt daar wrakhout aan
Zij tekent een cirkel voor de rijzende zon
de hond kent geen ernst draaft rond
een vroege vogel verrast de dag
een morgen begint weer aan leven
met een gok voor het schip dat uitvaart
zij bezit ook geen tarotkaarten of kompas
ze wandelt in dit uur gewoon verder
Ingrid Lenaerts
waar we ook zijnWaar we ook zijn we zitten vast
we zijn gestrand op de klippen
van een onfortuinlijk en grimmig lot
dat ons zijn botte tanden toont
Wat we ook doen we zijn gedoemd
in de tang van macht en ellende
waar tussen we blijven dobberen
toe zinkend toe onze boot lek
Wie wijst ons weer de weg en waarheen?
Wie helpt ons dit grijnzend masker verdrijven?
Het antwoord op al die en nog ander vragen
dat wordt een reddingsboei op kolkend water.
Ingrid Lenaerts
wij hebben die binding