gregoriaanse nevels
door de hoge ramen schuiven de stralenbundels af
van dikke muren als reuzen van vertrouwen
de stilte zweeft als een mysterie door de kathedraal
krijgt oog en vorm bij de lijdende christusfiguur
glimlacht bij de rustige engel die de kansel draagt
blakert vrede bij het beeld van de wenende madonna
het zomert buiten met hoge warmte
binnen is het woord vroom en heerlijk koel
we voelen ons vreemd aan deze realiteit
terwijl gelovigen prevelen in merkwaardige overgave
het orgel doorbreekt de onzichtbare kristallen van stilte
het koor vertolkt gregoriaanse meesterwereken
de klanken reizen als slingers door onze gedachten
nevelsslierten waarop wij troostend vervreemden
in tijd en ruimte van oneindigheid.

