herfstweer
Wind rukt aan het raam
regen striemt tegen vensters
het klaart al oostwaarts
De duisternis krimpt
Gewassen lucht stoeit met licht
de jonge dag begint
Ingrid Lenaerts
herfstweerWind rukt aan het raam
regen striemt tegen vensters
het klaart al oostwaarts
De duisternis krimpt
Gewassen lucht stoeit met licht
de jonge dag begint
Ingrid Lenaerts
de liefde is een hoofdgerecht
einde van een zomerJij liet twee stoelen na op het balkon
ze staan er nu nog in de lauwe zon
van oktober aan zee verlaten
hun lange schaduwen in strepen
over het terras dat nu ook zwijgt
het strand kent nu alle rust
de zee kabbelt witte randen
alleen een wandelaar met zijn hond
vereenzelvigt zich met de najaarstijd.
Jij liet twee stoelen na op het balkon
en ik zit nog vast aan jouw gedachten
op deze al te stille plaats
waar weemoed zich zinloos oefent
Ingrid Lenaerts
voorstel(kolder)
variante van de nachtNacht kruipt onder de dekens
op kousenvoet warmt hij het bed
speelt multiple choice met liefde
onder heel veel daken
in heel veel kamers
waar hij pertinent aanwezig is
zich laat gelden met passie
of de zachte minne uit de fluwelen hand
Overal gaat hij binnen
slaat toe en ontmantelt zich gretig
kruipt in dromen
als de koene ridder tot de morgen zegeviert
met zacht druk van de dageraad.
Ingrid Lenaerts
ze verteltZe zei me heel klein
"Ik schrijf je over een bang kind op schoot
bang als een hinde die vlucht
voor de boeman die haar gemaakt werd
in de duisternis van het slaapuur
de boeman die haar zou halen haar verkopen
de dief die langs regenpijpen klimt
de struikrover die aanrandt
de piraat die haar nachtschip laat zinken
de zatte fles in de goot die grolt als een varken
de geweldenaar die aan diggelen slaat
bang voor de heks die op een bezem vaart
bang voor de tovenaar die klauwen heeft
de slechte kabouter die je de aarde induwt
de leeuw die je oppeuzelt
dat bange kind ben ik" zei ze
eindloze bange dagen van rillen
Ingrid Lenaerts
bloeienddrie rode rozen
treuren in die regenbui
wachten op wat zon
de dunne klaver
tussen het herfstgras bloeit nog
bij miezerig nat
Ingrid Lenaerts
de vierkantshoeve
de steegIn de steeg van Mie Vangapen en Sus den Osch
op het pleintje waar de gemeenschappelijke pomp stond
waar de toiletten eveneens gemeengoed waren
waar de straatstenen hun eigen leed verborgen
waar de laatse zatte lummel verwijderd werd
omdat hij niet meer in het kader paste
maar waar hun ziel nog dwaalde.
De renovatieperiode was aangebroken
de menselijke orde zou er in waarde hersteld worden
Daar waren modernisireingswerken begonnen.
de panden werden opgekocht door grootkapitaal
dat zich als erfgoedkenner wilde profileren
met gebakken lucht een creatie promoten
het woonerf voor de elite van de eigentijdse stadsburger.
Mie Van Gapen en Sus den Osch
en de laatse zatte lummel
kregen de betonnen nieuwbouw aangeboden
alwaar ze verkwijnden van heimwee
spoedig mochten afgevoerd worden
naar het spinternieuwe verzorgingstehuis
voor gedesoriënteerden in tijd en ruimte.
Ingrid Lenaerts
den en heideErgens tussen den en heide
waar de stilte zichzelf regenereert
waar eikels onder onze voeten rolden
kort bij het grote ven bij de kluiskapel
daar stond de tijd stil
bij een groep wandelaars
spiegelend meditatief
over zoveel ingetogenheid
van de aarde in dit herfstseizoen
paddenstoelen in hun volle weelde
pronkten in een bosparade.
Zelfs de kabouters zaten in het bos
al was het hun eeuwig rode stilstand
die ze bevestigden op deze wandeling
Ingrid Lenaerts
Fort NapoleonMet helder zicht op een kalme zee
bijna idyllisch ontwaakt een jonge morgen
boven deze versterkte burcht die heerst
over de duinenruggen van Oostende
het fort heeft geschiedenis in zijn buik
waar napoleon Bonaparte zijn stempel liet
het werd jarenalng verguisd zonder sporen
als een bergruimte van alles en niets
in zijn grandioze kader mag het nu weer ademen
als een erfgoed van onze contreien
Ingrid Lenaerts
de maten

Langs morenen
achterkant
Ingrid Lenaerts
zeemanslied
mezelf herzien
haven van Cancale
Parijs in de regen (naar een schilderij van Gustave Caillebotte)