Onverwachts barst het onweer los
naast de spinnende poes

roei meRoei me door de kamers van je hart
door de gedachtenstroom in je hoofd
zet me in de boot van je innerlijke diepten
de oceaan die door je ogen stroomt
en tintelt in de blauwe morgen
laat me drijven op eigen vermogen
en roep mijn tocht geen halt toe
want ik wil bij jouw dagen horen
blijven varen door je levensaders
tot de iele dagen in rook verdunnen
ik nog slechts een ademtocht ben
dag na dag en wij de tijd nekken
de eeuwigheid uitdagen
Ingrid Lenaerts
kanalen
's Nachts verdamp ik als hevig renpaard
van koorts, ik lig tussen klamme lakens
vecht met onweerswolken op elke straathoek
kom niet vooruit in het harde spokengevecht
om water dat naast mijn bed staat
Ik heb het maar te grijpen maar besef het niet
trek door een woestijn terwijl mijn huid schroeit
ruik thym en lavendel die ik niet vind

De stroming in de wilde bergrivier
drijft de schuimende waterpartijen dalwaarts
donderd en spattend langs de hoge oevers
Reuzensparren strekken hun takken erover
hun wortels kort bij de bron van alle leven
het licht houdt van breekpunten op de stroom
vermenigvuldgt zichzelf kleurrijk
tussen infrarood en ultraviolette bogen
wij, wandelaars schouwen dit spektakel
vanaf de hoge brug die de rivier overkoepelt
de rivier heeft haast het water vlucht
blijft enkel rusten in een inham tussen rotsen
kristalhelder in het zonnelicht
Wij verdwalen in dit nooit eindigend waterverhaal
Ingrid Lenaerts
met de vraagEen zadeldak kijkt
Droef tegen avondlicht aan
Is daar iemand thuis?
Ingrid Lenaerts

Bolle wangen
een hoge deurDoor deze hoge deur
eens groen geverfd
nu afschilferend
met jaren geschiedenis
in haar aristokratische ziel.
door deze hoge deur
met twee vensters in
Spaans smeedwerk ervoor
dat weemoedig maakt
met roest getuige van de tijd
door deze hoge deur
stapte de geboorte
nam de dood
heden en verleden
Hier werd hij geboren
en sloot deze deur
na alle anderen
om in de toekomst
te verdwijnen
mijn vriend de dichter
Ingrid Lenaerts
boeketDe nooit eindigende groene cirkels
het spiraal dat uitdeint tot buiten zijn lengte
de gedachtentrein aan de overledenen
ver over de grenzen heen van realiteit
tussen aarde en eeuwigheid
middenin het blad en levenswortel
dan die ene laatste roos uit de tuin
warmte als fluweel voor het oog
zij vormen een prachtig herfstboeket
Ingrid Lenaerts
BambeekbosDe grote eiken in het Bambeekbos zijn trots
hun wortels slingeren als levensaderen over aarde
nu de herfst hen uitschudt in windvlagen.
De geelbruine blaren onder onze voeten kraken
de stilte valt met hen die waardig rondedansen
zoalzs draaiende Derwisjen uit Konya
De zwammen kleven in dode holtes
als grillige figuren die het jaargetijde sieren
Paddenstoelen in bonte kolonies kruisen ons pad.
Als een legertje kabouters vragen ze ons aandacht
een eekhoorn ritst uit de takken weg
zo bang als een voortvluchtige beunhaas
Late bijen zoemen nog over bloemen
Wij zijn de de genietende wandelaars
bij deze momenten van intens geluk
wanneer de zon het licht door de bomen filtert
in goudgele stralen die op bosgrond uitdeinen
Ingrid Lenaerts
herfstweerWind rukt aan het raam
regen striemt tegen vensters
het klaart al oostwaarts
De duisternis krimpt
Gewassen lucht stoeit met licht
de jonge dag begint
Ingrid Lenaerts
de liefde is een hoofdgerecht
einde van een zomerJij liet twee stoelen na op het balkon
ze staan er nu nog in de lauwe zon
van oktober aan zee verlaten
hun lange schaduwen in strepen
over het terras dat nu ook zwijgt
het strand kent nu alle rust
de zee kabbelt witte randen
alleen een wandelaar met zijn hond
vereenzelvigt zich met de najaarstijd.
Jij liet twee stoelen na op het balkon
en ik zit nog vast aan jouw gedachten
op deze al te stille plaats
waar weemoed zich zinloos oefent
Ingrid Lenaerts
voorstel(kolder)
variante van de nachtNacht kruipt onder de dekens
op kousenvoet warmt hij het bed
speelt multiple choice met liefde
onder heel veel daken
in heel veel kamers
waar hij pertinent aanwezig is
zich laat gelden met passie
of de zachte minne uit de fluwelen hand
Overal gaat hij binnen
slaat toe en ontmantelt zich gretig
kruipt in dromen
als de koene ridder tot de morgen zegeviert
met zacht druk van de dageraad.
Ingrid Lenaerts
ze verteltZe zei me heel klein
"Ik schrijf je over een bang kind op schoot
bang als een hinde die vlucht
voor de boeman die haar gemaakt werd
in de duisternis van het slaapuur
de boeman die haar zou halen haar verkopen
de dief die langs regenpijpen klimt
de struikrover die aanrandt
de piraat die haar nachtschip laat zinken
de zatte fles in de goot die grolt als een varken
de geweldenaar die aan diggelen slaat
bang voor de heks die op een bezem vaart
bang voor de tovenaar die klauwen heeft
de slechte kabouter die je de aarde induwt
de leeuw die je oppeuzelt
dat bange kind ben ik" zei ze
eindloze bange dagen van rillen
Ingrid Lenaerts
bloeienddrie rode rozen
treuren in die regenbui
wachten op wat zon
de dunne klaver
tussen het herfstgras bloeit nog
bij miezerig nat
Ingrid Lenaerts
de vierkantshoeve
de steegIn de steeg van Mie Vangapen en Sus den Osch
op het pleintje waar de gemeenschappelijke pomp stond
waar de toiletten eveneens gemeengoed waren
waar de straatstenen hun eigen leed verborgen
waar de laatse zatte lummel verwijderd werd
omdat hij niet meer in het kader paste
maar waar hun ziel nog dwaalde.
De renovatieperiode was aangebroken
de menselijke orde zou er in waarde hersteld worden
Daar waren modernisireingswerken begonnen.
de panden werden opgekocht door grootkapitaal
dat zich als erfgoedkenner wilde profileren
met gebakken lucht een creatie promoten
het woonerf voor de elite van de eigentijdse stadsburger.
Mie Van Gapen en Sus den Osch
en de laatse zatte lummel
kregen de betonnen nieuwbouw aangeboden
alwaar ze verkwijnden van heimwee
spoedig mochten afgevoerd worden
naar het spinternieuwe verzorgingstehuis
voor gedesoriënteerden in tijd en ruimte.
Ingrid Lenaerts